Meer+inzet+compost+gewenst+voor+plantgezondheid
Nieuws
© Han Reindsen

Meer inzet compost gewenst voor plantgezondheid

Branchevereniging Organische Reststoffen (BVOR) pleit in de Tweede Kamer voor meer ruimte voor compost. Vanuit het perspectief van plantgezondheid en bodemvruchtbaarheid is meer inzet van compost gewenst.

De Tweede Kamercommissie LNV hield dinsdag een rondetafelgesprek over plantgezondheid. Samen met onder meer LTO en BioNext was BVOR uitgenodigd om in de sessie over een 'weerbare omgeving' haar visie te delen.

Voor plantgezondheid is voldoende effectieve organische stof in de bodem van belang. Compost kan deze bij uitstek leveren zonder dat er sprake is van risico's op nutriëntenuitspoeling. Dit rechtvaardigt meer ruimte voor compost in de meststoffenregelgeving.

Directeur Arjen Brinkmann van BVOR heeft in zijn bijdrage de relatie gelegd tussen een gezonde bodem en plantgezondheid. Wanneer in een bodem sprake is van een hoge activiteit van het bodemleven, is er weinig ruimte voor het uitbreken van een ziekte of plaag. Voor een actief, gevarieerd bodemleven is de aanwezigheid van voldoende organische stof essentieel.

Meststoffennormen

In de praktijk staan organische stofgehalten van veel landbouwpercelen onder druk. Een belangrijke reden is dat het voor boeren moeilijk blijkt om binnen de huidige meststoffennormen voldoende goede kwaliteit organische stof aan te voeren van buiten het bedrijf.

Boeren kiezen in eerste instantie voor het invullen van de nutriëntenbehoefte met dierlijke mestsoorten die relatief weinig organische stof bevatten. Voor het behoud en vergroten van de weerbaarheid van de bodem en de gezondheid van gewassen, is dit ongewenst: meer en betere organische stof is gewenst.

Nitraatrichtlijn

In het 6de Actieprogramma Nitraatrichtlijn is een voorstel gedaan om de mogelijkheden voor organische stofaanvoer (beperkt) te vergroten. De criteria hiervoor zijn in het Programma echter nog weinig uitgewerkt.

Om hieraan invulling te geven, hebben Wageningen UR en NMI een deskstudie uitgevoerd. Daarin is nagegaan welke criteria geschikt zijn voor de classificatie van organische-stofrijke meststoffen. Hierbij is gekeken naar gehalten Effectieve Organische Stof (EOS), de verhouding tussen EOS en een aantal stikstof (N) fracties en de verhouding tussen EOS en fosfaat (P2O5). De studie is in maart 2019 gepubliceerd.

Voorstellen

De onderzoekers stellen voor om de volgende criteria te gebruiken voor de classificatie van organische stofrijke meststoffen in het 6de Actieprogramma:
- een hoge EOS-aanvoer per kilo N-totaal (EOS/N-totaal) en per kilo fosfaat (EOS/kg P2O5)
- of een hoge EOS-aanvoer per kilo N-totaal per kilo fosfaat (EOS/(N-totaal * P2O5)

Tijdens het rondetafelgesprek heeft BVOR deze criteria toegelicht. Verder pleitte branchevereniging ervoor om deze classificatie te gebruiken om de extra forfaitaire ruimte voor organische stofrijke meststoffen kwantitatief uit te werken in beleidsmaatregelen. Bij de Tweede Kamerleden bestond veel belangstelling voor bovenstaand pleidooi. BVOR zal het rondetafelgesprek opvolgen met individuele gesprekken met landbouwwoordvoerders en met het ministerie van LNV.

Weer

  • Woensdag
    23° / 11°
    20 %
  • Donderdag
    24° / 13°
    50 %
  • Vrijdag
    23° / 15°
    20 %
Meer weer