%27Wormen+eten+drijfmest%2C+geen+compost%27
Achtergrond
© Koos van der Spek

'Wormen eten drijfmest, geen compost'

'Stalmest en drijfmest stimuleren het aantal wormen in de bodem veel sterker dan compost en vormen van gereduceerde grondbewerking. De beesten willen te eten hebben.' Dat zei Hein ten Berge van Wageningen University and Research op de themadag 'Beter Bodembeheer – de diepte in!', vorige week donderdag in Nijkerk.

De bodem is een complex systeem met fysische, chemische en biologische aspecten. Dat maakt onderzoek lastig: er zijn bijna geen een-op-eenrelaties te maken. De bodem is daarom nog steeds een black box. Onderzoek legt wel steeds meer aspecten bloot.

Tijdens de themadag werd inzicht gegeven in vier jaar onderzoek in het kader van PPS Duurzame Bodem (Publiek Private Samenwerking), waarin onderzoek, overheid en bedrijfsleven samenwerken. Met zo'n 150 deelnemers blijkt dat de bodem in de belangstelling staat.

Klimaatverandering

De PPS Duurzame Bodem heeft kennis ontwikkeld waarmee de bodem beter is te beheren. Bij een goed beheer kan de opslag van koolstof in de bodem een rol spelen bij het beperken van de klimaatverandering. Biologische systemen met niet-kerende grondbewerking doen het qua koolstofopslag beter.

Zonder betere structuur krijg je geen beter bodemleven

Gera van Os, onderzoeker Wageningen University and Research

Lachgas speelt een belangrijk rol bij de broeikasemissie vanuit de landbouw. 'Een teeltsysteem met rijpaden laat duidelijk minder lachgasemissie zien. Grond die je niet verdicht, hoef je niet los te maken en dat geeft minder kans op lachgas', legt Wijnand Sukkel van Wageningen University and Research (WUR) uit.

Lachgas

Bij lachgas is er een algemene trend: hoe hoger het organischestofgehalte in de bodem, hoe meer emissie van lachgas. 'Het is een complex verhaal, waarbij veel aspecten een rol spelen. We zijn er nog niet uit. De bodem is voor een groot deel nog een black box', zegt Sukkel.

Meer organische stof, meer gewasdiversiteit en niet-kerende grondbewerking zorgen voor meer biodiversiteit in en op de bodem. Dit heeft een positieve invloed op onder andere de bodemkwaliteit en de plaagbeheersing in gewassen.

Organische stof en een goede bodemstructuur kunnen bijdragen aan een hogere efficiëntie van de nutriënten. Sukkel: 'Bij niet-kerende grondbewerking zien we een oplopende stikstofvoorraad in de bodem van 50 kilo per jaar. De vraag is of we dat kunnen benutten met een lagere stikstofgift. Dat willen we de komende jaren onderzoeken.'

Gewasopbrengst

In heel Europa vindt onderzoek plaats op het gebied van organische stof. Hein ten Berge (WUR) heeft samen met andere onderzoekers driehonderd experimenten geanalyseerd. 'Buiten het effect van de nutriënten zorgt organischestofinput voor een gewasopbrengst van -10 procent tot +18 procent. Vooral vaste mest en stro hebben een positief effect.'

Aardappelen, suikerbieten en mais blijken dankbaar te zijn voor organische stof. In zomergraan laat organische stof een positief effect zin, in wintergraan niet. 'Hoe meer de grond richting zand gaat, hoe meer effect we zien. Ook zien we meer effect in een natter klimaat en dat is verrassend. Je denkt eerder aan een droog klimaat.'

Meer zekerheid

Ook onderzoeker Pieter Kuikman van Wageningen Environmental Research staat stil bij de positieve effecten van organische stof. 'Er is een positieve relatie tussen organische stof en de opbrengst van tarwe. De meerwaarde is vooral meer zekerheid: de variatie in opbrengst neemt in de tijd af.'

Volgens Kuikman is er veel variatie in de hoeveelheid organische stof in de bodem. In het zuiden van Europa is deze aan de lage kant en in het noorden relatief hoog. 'In zuidelijke delen van Europa heeft organische stof een grote invloed op de opbrengst. In Nederland en omringende landen minder.'

Vooral bij een laag organischestofgehalte is het belangrijk om de balans van aan- en afvoer positief te houden. In de akkerbouw is de aanvoer via gewasresten belangrijker dan de aanvoer van dierlijke mest, stelt Kuikman. 'Problemen oplossen met dierlijke mest is moeilijker dan met gewasmanagement.'

Lekke spaarpot

In de akkerbouw komt de helft van de effectieve organische stof in de bodem van het gewas zelf. Toch ligt bij organische stof de aandacht op drijfmest van buiten het bedrijf, constateert Kuikman. 'Dat heeft weinig effect als je niet weet hoe je de organische stof in de bodem moet behouden. Aanvoer heeft geen zin met een lekke spaarpot.'

Met een hoger organischestofgehalte is de bodemweerbaarheid te verhogen, blijkt uit proeven op duinzandgrond en op tien praktijkbedrijven. Een combinatie van compost en Japanse haver heeft het meeste effect op vermindering van wortelrot bij bloembollen.

Bodemverdichting

Naast organische stof adviseert Gera van Os (WUR) om meer naar het bodemleven te kijken. 'Bodemleven is volgend op bodemstructuur. Bodemverdichting is het probleem. Daar ligt de uitdaging. Zonder betere structuur krijg je geen beter bodemleven.'

Bij Wageningen University & Research wordt gewerkt aan een systeem om alle bodemaspecten in één rapportcijfer samen te brengen. 'Een boer weet dan op welk niveau hij zit als het gaat om bodemkwaliteit en kan werken aan verbetering', zegt Gerard Korthals (WUR).

Mestbeleid

Volgens LTO-bestuurder Jan Roefs, vollegrondsgroenteteler in Midden-Brabant, is het in de praktijk lastig om de bodem goed te beheren. 'Ik mag niet eens voldoende organische stof op mijn grond brengen. Het mestbeleid laat het niet toe, zeker niet in Noord-Brabant. De bemestingsnormen zitten onder het niveau van wat gewassen nodig hebben.'

Roefs denkt dat boeren en tuinders innerlijk gemotiveerd zijn om duurzaam met de bodem om te gaan. Tegelijk constateert hij forse knelpunten. 'Duurzaam bodembeheer doe je voor de toekomst en ik wil nu een inkomen. Daar komt bij dat er steeds meer land wordt gehuurd en de relatie tussen bodembezit en bodemgebruik steeds losser wordt. Bodemkwaliteit heeft geen eigenaar meer.'

Eendimensionaal

De overheid handelt volgens de LTO-bestuurder eendimensionaal en de bodem is geen thema. 'De overheid stelt eisen aan lucht en water, bijvoorbeeld met stikstofgebruiksnormen. Maar de uitspoeling verschilt per grondsoort, hoeveelheid organische stof, vocht en dergelijke. We moeten daarom naar een meer integrale benadering. Daar ligt de sleutel om verder te komen.'

Roefs wil naar een 'volhoudbare landbouw', dat wil zeggen gebruiksnormen die een goede milieukwaliteit combineren met stijgende opbrengsten. 'De aanpak van gebruiksnormen afknijpen tot onder het niveau van wat gewassen nodig hebben, is niet volhoudbaar. We moeten het bodembeheer centraal stellen in het mestbeleid. Bodembeheer is niet hetzelfde als mestplaatsingsruimte.'

Grond verbeteren

De LTO-bestuurder boert op grond die is ontstaan na 500 jaar bodemgebruik. 'De familie heeft de grond nu zo'n 130 jaar in eigendom. Als boer heb ik de opdracht om die grond te verbeteren.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    8° / -2°
    60 %
  • Dinsdag
    8° / -3°
    10 %
  • Woensdag
    8° / -1°
    30 %
Meer weer