Leren+van+collega%27s+bij+Proeftuin+Veenweiden
Achtergrond
© Marjolein van Woerkom

Leren van collega's bij Proeftuin Veenweiden

Het driejarige project Proeftuin Veenweiden wil de ammoniakuitstoot op melkveebedrijven met 25 procent verlagen. Coördinator Teus Verhoeff verwacht een grote kans van slagen: 'Het gaat vooral over leren van collega's die het voortouw nemen. Dat is de kracht van dit project.'

Hoe het kan, vraagt een van de pilotboeren van het project Proeftuin Veenweiden zich af. In 2015 had hij nog 14 ton droge stof per hectare in zijn kuil, in 2016 lag de opbrengst onder de 12 ton per hectare. Heeft het uitrijden van drijfmest dit effect veroorzaakt? Komt het door de twintig melkkoeien meer die hij is gaan houden? Heeft hij de berekening niet goed uitgevoerd?

'Jaarverschillen zijn moeilijk te duiden', zegt Koos Verloop, onderzoeker bij Wageningen University & Research. 'Maar wat streef je na? Hoe kijk je tegen 14 ton droge stof aan? Zijn VEM- en ruweiwitgehaltes niet belangrijker? Als je de ammoniakuitstoot wilt verlagen op je bedrijf, wat is dan het optimale ruweiwitgehalte in de kuil?'

Discussies

Verloop zet de aanwezige pilotboeren aan het denken. Dat is precies de bedoeling van deze eerste masterclass op het Veenweiden Innovatiecentrum in Zegveld. Discussies op gang brengen, ervaringen delen, experimenteren op het eigen bedrijf met als doel: de ammoniakuitstoot op het melkveebedrijf met 25 procent verlagen voor 2018.

Ik kan een leuk theorieverhaal vertellen, maar als de pilotboer zijn ervaringen vertelt, is dat veel aansprekender

Teus Verhoeff, projectcoördinator PPP Agro Advies

'Dat is een hele uitdaging', zegt projectcoördinator Teus Verhoeff van PPP Agro Advies, 'maar ik verwacht een grote kans van slagen.'

Tien pilotboeren

Het project Proeftuin Veenweiden loopt nu een jaar. Tien pilotboeren in de westelijke veenweiden zijn geselecteerd. Zij keken hoe zij op hun bedrijf binnen drie jaar de uitstoot van ammoniak met 25 procent konden reduceren. Nu is het beurt aan de ontwikkelteams. Elke pilotboer heeft tien collega-boeren toegewezen gekregen en vormt daarmee, samen met een begeleider van PPP Agro Advies, een team.

'Ik kan een leuk theorieverhaal vertellen, maar als de pilotboer zijn ervaringen vertelt, is dat veel aansprekender. Als ik zeg dat ammoniak gereduceerd kan worden door 4,5 in plaats van 5 stuks jongvee te houden, knikt iedereen beleefd. Maar als de pilotboer vertelt hoe hij zijn jongveeaantallen heeft teruggebracht en wat voor reductie in ammoniak dat hem oplevert, komt dat veel sterker over', stelt Verhoeff.

Kringloopwijzer

'Die manier van ervaringen delen is de kracht van dit project. De volgende stap is dat de ontwikkelboeren naar hun Kringloopwijzer gaan kijken en een strategie bepalen hoe ook zij die 25 procent ammoniakreductie kunnen behalen.'

Omdat het project van onderaf is opgezet, en dus geen door de overheid opgelegde maatregel is, zorgt dat voor veel betrokkenheid. De projectleider benadrukt dat niet alle deelnemers idealisten zijn. 'Er valt natuurlijk wat te winnen voor het milieu, maar ook zeker voor de eigen portemonnee. De deelnemers zijn enthousiast en gedreven om er daadwerkelijk iets van te maken.'

Vragen

Dat blijkt uit de vragen en discussies tijdens de masterclass. 'Zit er verschil tussen het voorjaarseiwit en het najaarseiwit? Wat is het effect van zwavel op bodemdaling? Hoe zit het met bemesting en bodemtemperatuur?' zijn enkele vragen.

'Als je vroeg bemest, zet je dan het land, en dus de mineralisatie aan de gang, waardoor de temperatuur van de bodem stijgt? Betekent dit dat het beter is om eerst een kleine kunstmestgift te doen en na het uitrijden van drijfmest nog één? En hoe zit dat met fosfaat? Omdat de bodem een trage fosfaatlevering kent, is het dan wijs om al in de winter dikke fractie uit te rijden?'

Verloop weet niet op elke vraag het antwoord. 'Ik wil algemene kennis naar het bedrijf brengen en gezamenlijk kunnen we dan redeneren hoe het zou kunnen zijn in de praktijk, maar het is geen keiharde wetenschap wat ik zeg. Elke maatregel pakt op elk bedrijf anders uit.'

Focus

Om diversiteit in de teams aan te brengen, heeft elke pilotboer een focus gekregen die past bij zijn bedrijf en persoon. De ene pilotboer zal zich meer richten op het juiste maaimoment en de kuilkwaliteit en de andere meer op mineralisatie. Proeven en experimenten die aansluiten bij de focus, zullen op de pilotbedrijven worden uitgevoerd.

Ook de ontwikkelteamleden gaan aan de slag met die focus en nemen de ervaringen mee naar hun bedrijf. Vervolgens komt de hele sector in beeld. 'Het is de bedoeling dat de ontwikkelbedrijven kennis en ervaringen gaan delen. Zij doen het ambassadeurswerk met als doel een ammoniakreductie van 25 procent in de hele westelijke veenweiden', stelt Verhoef.

Huiswerk

De masterclass loopt op zijn eind. De pilotboeren krijgen huiswerk mee. Ze moeten de mineralisatie op hun bedrijf in kaart brengen. Is dat laag, gemiddeld of hoog? Verloop geeft richting: 'Let op indicatoren, zoals de hoeveelheid klei in de bodem, welk perceel droogt als eerste op, wat is de temperatuur van de bodem?' De zojuist gekregen bodemtemperatuurmeter komt daarbij goed van pas.
De pilotboeren delen de metingen in een WhatsAppgroep. Leren van elkaar blijft de basis.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    21° / 5°
    10 %
  • Zondag
    22° / 8°
    50 %
  • Maandag
    10° / 6°
    20 %
Meer weer