TTIP+wikt%2C+maar+keten+beschikt
Ingezonden
© Twan Wiermans

TTIP wikt, maar keten beschikt

De discussie over TTIP, het handelsakkoord tussen Europa en de VS, woedt volop. Onderbelicht blijft nogal eens hoe ondernemers, alleen of in ketenverband, kunnen inspelen op de effecten van zo'n vrijhandelsverdrag en van nieuwe markteisen.

Belangrijkste zorgpunt rond een handelsakkoord met de VS is dat onze wettelijke kwaliteitsstandaarden worden opgeofferd. TTIP zou de weg vrijmaken voor goedkope import van producten uit de VS die niet aan onze EU-eisen voldoen.

De varkenshouderij is een sector die daarom TTIP afwijst: ze vreest dat goedkoop Amerikaans varkensvlees, dat met veel lagere dierenwelzijnseisen is geproduceerd, de Europese markt gaat overspoelen.

Concurrentienadelen

Als akkerbouwers hebben we al langer met zo'n situatie te maken. Goedkope genetisch gemodificeerde mais en -soja van overzee wordt naar Europa gehaald, terwijl wij in de EU met de teelt van conventionele mais en eiwitgewassen concurrentienadelen ondervinden.

Ook gewassen of producten die residuen bevatten van gewasbeschermingsmiddelen die hier al lang verboden zijn, kunnen zonder hinder de EU binnenkomen.

Nadelige positie

Eerdere WTO-onderhandelingsrondes hebben Europese akkerbouwers in deze nadelige positie gebracht. Anders dan de varkenshouderij hebben wij akkerbouwers dus weinig extra te verliezen in het kader van TTIP.

Interessant is echter dat grote internationale afnemers steeds vaker extra eisen stellen aan kwaliteit, aan de afwezigheid van residuen en aan de productiewijze van zowel gewassen als dieren. Vooral ketens die zich richten op kapitaalkrachtige, kritische westerse consumenten spelen deze kaart.

Toekomst

Deze markteisen zullen mijns inziens in de toekomst een nog grotere rol spelen dan eisen die wetgevers nu stellen of die straks, in het kader van TTIP, gezamenlijk worden overeengekomen.

Het is vooral zaak om als sector (en als keten) op die eisen in te spelen en je daarmee te onderscheiden van de bulk die Amerika en de rest van de wereld produceren. Nederlandse (en Europese) akkerbouwers zijn prima in staat om glyfosaatvrije brouwgerst voor bier te produceren. En ik sluit niet uit dat marktpartijen binnenkort soortgelijke eisen stellen op het gebied van residuen in graan voor brood en pasta.

Veevoer

Ook in de veevoerbranche zien we verschuivingen. De grootste sojaproducent in de EU - Danube Soya Association - teelt en verhandelt geen genetisch gemodificeerde soja meer en eist tevens dat de 'pre-harvestbespuiting' met glyfosaat achterwege blijft om residu te vermijden.

De varkenshouderij zou ervoor kunnen kiezen om bij inkoop van veevoer enkel nog te gaan voor mais en eiwitgewassen die aan de Europese standaarden voor gewasbescherming, residuen en genetische modificatie voldoen. Nederlandse en Europese akkerbouwers kunnen daar snel op inspelen.

Goede afspraken

Een vrijhandelsverdrag met de VS hoeft dus geen bedreiging te zijn, als we in ketens goede afspraken maken over bovenwettelijke eisen. Tegelijkertijd biedt zo'n verdrag een veel betere toegang tot de Amerikaanse markt. Ook daar stelt een steeds grotere groep van kapitaalkrachtige, kritische consumenten verdergaande eisen.

Het is interessanter om ons op deze markten te richten. Markten die kennisintensieve land- en tuinbouw verlangen en voor ons interessanter zijn dan laagwaardige bulk.

Nieuwe deuren openen

TTIP kan nieuwe deuren openen: we kunnen met elkaar Dutch premium quality in de markt zetten met producten van ons land en uit onze stallen.

Jaap van WenumVoorzitter LTO-vakgroep Akkerbouw

Bekijk meer over:

Weer

  • Dinsdag
    18° / 11°
    10 %
  • Woensdag
    17° / 9°
    10 %
  • Donderdag
    19° / 7°
    30 %
Meer weer