Proeftuin+focust+nu+op+stikstof
Nieuws
© Berrie Klein Swormink

Proeftuin focust nu op stikstof

Voer- en managementmaatregelen bieden intensieve veehouderijbedrijven mogelijkheden om stikstof efficiënter te benutten en de emissie van ammoniak te verkleinen. Om de stikstofefficiëntie in kaart te brengen ontwikkelt het project Proeftuin Natura 2000 Overijssel BEX en BEA voor de intensieve veehouderij.

Berrie Klein Swormink‘Binnen de Proeftuin bekijken we of het voor de blijvende bedrijven in de intensieve veehouderij interessant kan zijn om met zulke maatregelen de ammoniakemissie te drukken’, vertelt André Aarnink van Wageningen UR Livestock Research.
Proeftuin Natura 2000 Overijssel richt zich onder meer op ontwikkelen en toepassen van ammoniakreducerende maatregelen in de praktijk met de kennisuitwisseling tussen veehouders, adviseurs en andere betrokkenen.
‘De beleving van agrarische ondernemers is het uitgangspunt bij alles wat we oppakken binnen de Proeftuin’, zegt Cathy van Dijk van Projecten LTO Noord en projectleider van Proeftuin Natura 2000 Overijssel. ‘Een grote taak van Projecten LTO Noord in dit project is het bij elkaar brengen van onderzoek, beleid en praktijk. Uiteindelijk moet dat leiden tot mogelijkheden voor agrariërs om met bedrijfsaanpassingen meer ontwikkelingsruimte nabij Natura 2000-gebieden te krijgen.’
Volgens Van Dijk is er de afgelopen jaren vooral vooruitgang geboekt binnen de melkveehouderij. ‘De zoektocht naar mogelijkheden voor intensieve veehouderijbedrijven was pittiger. Deze bedrijven hebben al van doen met het Besluit Huisvesting en van daaruit al veel stappen gezet.’
Melkveehouders kennen bedrijfsspecifieke excretie (BEX) als instrument om de stikstofefficiëntie op hun bedrijf in kaart te brengen en te verbeteren, waardoor ze minder mest hoeven af te voeren. Ook bedrijfsspecifieke excretie ammoniak (BEA) is voor melkveehouders die met de Kringloopwijzer werken een bekend begrip.

Voederconversie

‘Binnen de Proeftuin proberen we nu, parallel aan de ontwikkeling in de melkveesector, BEX en BEA geschikt te maken voor intensieve veehouderijbedrijven’, vertelt Jan van Harn van Wageningen UR Livestock Research.
Een varkenshouder en een vleeskuikenhouder in Overijssel stellen hun bedrijfsgegevens beschikbaar aan de onderzoekers.
‘Momenteel zitten we nog in de verkenningsfase’, vertelt Aarnink. ‘We bekijken wat er gebeurt met de ammoniakemissie als we ‘aan de bedrijfsvoeringsknoppen draaien’. Bijvoorbeeld wat zijn de gevolgen van een verbetering van de voederconversie. Uiteindelijk zullen de inspanningen die je via voedings- en managementmaatregelen doet moeten resulteren in een significante vermindering van de ammoniakemissie.’
Projectleider Van Dijk benadrukt het belang van toepasbaarheid onder praktijkomstandigheden. ‘Het zijn de ondernemers die aangeven welke maatregelen ze kunnen en willen toepassen. De focus ligt weliswaar op ammoniak, maar ook andere factoren spelen een rol. Het mag bijvoorbeeld niet zo zijn dat maatregelen om te komen tot minder ammoniakemissie ten koste gaan van dierenwelzijn.’
Verbetering van de technische resultaten op intensieve veehouderijbedrijven gaat veelal hand in hand met een toename van de stikstofefficiëntie en de vermindering van de ammoniakuitstoot.
Van Harn stelt vast dat de mengvoerindustrie een belangrijke bijdrage kan leveren aan het mogelijk maken van voedingsmaatregelen. ‘Denk aan acties als het verlagen van het eiwitgehalte en het toevoegen van stoffen die een remmend effect hebben op ammoniakvervluchtiging, bijvoorbeeld benzoëzuur in varkensvoer.’

Weer

  • Zondag
    20° / 10°
    60 %
  • Maandag
    18° / 12°
    20 %
  • Dinsdag
    15° / 10°
    70 %
Meer weer