Voeding van gewas uit bodem onderschatte factor
Ondernemers mogen wat meer vertrouwen op de levering van gewasvoeding uit een gezonde en organisch rijke bodem. Dat is de ervaring van akkerbouwer David de Wit en bodemonderzoeker Marianne Hoogmoed van het Louis Bolk Instituut.
Begin juli staan de witlofpennen op het perceel achter de boerderij van David de Wit aan het begin van de groei en de opname van stikstof uit de bodem. ‘Het gewas gaat vanaf nu veel opnemen. Soms wel 5 kilo per dag. Ik heb op 1 juli een monster laten steken. Er is dit jaar nog geen kilo stikstof toegediend en ook vorig najaar, na de uienteelt, is er niet meer bemest op dit perceel.’
Het percentage organische stof is er zo’n 2,4 procent. In de laag van 0 tot 50 centimeter zit meer dan 150 kilo minerale, opneembare stikstof. ‘Dat is heel veel, maar ik zie het ieder jaar terugkomen. Eigenlijk komt het erop neer dat, bij voldoende gebruik van (vaste) organische mest en groenbemesters, een laat groeiend gewas als witlof prima uit de voeten kan met de stikstof die vrijkomt door mineralisatie van bodemorganische stof in de zomer.’
De akkerbouwer heeft voor vroegere teelten als aardappelen, uien en graan wel extra stikstof nodig in de begingroei. Maar ook daar kan hij wat besparen, omdat de bodem actief levert. ‘De basis moet goed zijn, maar tijdens de teelt kan er vaak bespaard worden in de aanvullende gift tijdens het seizoen.’
Optimistischer zijn
Bodemonderzoeker Marianne Hoogmoed van het Louis Bolk Instituut denkt dat telers zeker wat optimistischer mogen zijn over het stikstofleverend vermogen van hun bodems. De realiteit is volgens haar vaak positiever dan de modellen, zoals gehanteerd door Eurofins of berekend door NDICEA van het Louis Bolk Instituut.
De Wit vertelt dat met 40 procent graan in zijn bouwplan, met veel organische mest (drijfmest in het voorjaar en vaste geitenmest in het najaar), stroresten, gewasresten en groenbemesters, een continue aanvulling van de organische motor in de bodem plaatsvindt. Die organische voeding zorgt naast stikstof ook voor genoeg kalium, waar de gewassen weer van profiteren. En met een klein beetje kali-kunstmest is steeds genoeg beschikbaar voor de gewassen.
Hoogmoed vertelt dat actief bodemleven belangrijk is voor de afbraak van organisch materiaal en daarmee het vrijkomen van minerale stikstof als voeding van de gewassen. De Wit ziet ook dat het bodemleven zijn werk doet. In het voorjaar zijn stroresten afgebroken.
Mengsels van groenbemesters
Om resterende minerale stikstof op te vangen en het bodemleven te stimuleren, kiest De Wit voor passende mengsels van groenbemesters, rekening houdend met bodemgezondheid en volggewas. ‘Na graan zet ik vaak een mengsel van facelia, mosterd en vlas. Klavers slagen vaak minder. De facelia kan echter zonder veel stikstof en de gele mosterd bedekt de bodem snel tegen onkruidgroei.’
Bij de bemesting hoopt Hoogmoed als bodemonderzoeker bij te kunnen dragen aan meer inzicht in de stikstoflevering uit de bodem. ‘Niet alle telers zijn hier even bewust mee bezig, terwijl het toch kan besparen op meststoffen en de emissies kan verlagen. Ik geloof dat de meeste telers en hun adviseurs hier graag rekening mee houden. Ze hebben daarbij wat meer vertrouwen in de bodem nodig.’
Lees ook: ‘Je moet blijven redeneren vanuit de plant’
NDICEA kan telers en adviseurs een beter beeld geven van koolstof- en stikstofdynamieken in de bodem. Het model kan door boeren zelf gebruikt worden, maar je moet er dan wel even voor gaan zitten, stelt Hoogmoed. ‘Omdat niet alle boeren dit zullen doen, wordt er binnen de publiek-private samenwerking BAAT ook een kengetallentabel ontwikkeld op basis van dit model.’
In deze tabel kunnen ondernemers onder meer grondsoort, bouwplan en management aanvinken dat het dichtst bij de eigen bedrijfssituatie in de buurt komt. Er komt dan een kengetal uit voor wat je ongeveer kunt verwachten aan stikstoflevering uit de bodem. Volgens Hoogmoed kunnen zulke kengetallen boeren helpen om de bemesting wat scherper te maken. 'Zo krijgt het gewas genoeg, laat het aan het eind van het seizoen minder achter en kunnen de groenbemesters de in de herfst vrijgekomen mineralen vangen en doorgeven aan het volgende teeltjaar.'
Harde cijfers
De Wit en Hoogmoed hebben steeds meer harde cijfers over de nalevering. Hoogmoed: ‘We zijn op de onbehandelde plotjes (zonder stikstofbemesting) van andere proeven gaan meten wat er aan stikstof vrijkwam gedurende het seizoen. Dat bleek vaak substantieel meer dan Eurofins en NDICEA voorspellen.’ De Wit vult aan: ‘Daar kan je dus als teler rekening mee houden. Collega-boeren verklaren mij weleens voor gek als ik het heb over die getallen van 150 kilo stikstof in de bodem, maar het is in de praktijk zelfs soms zelfs meer dan dat.’
Het belang van stikstofmineralisatie wordt dus vaak onderschat, is de conclusie. De Wit is naast boer ook werkzaam bij het onderzoek in Westmaas. ‘Als je ziet dat een perceel groenbemester er in de herfst vierkant donkergroen op staat, dan zit er daar dus te veel reststikstof die je tijdens de winter gaat verliezen.’
‘De tabel met kengetallen is nog in ontwikkeling’, licht Hoogmoed toe. ‘Komend voorjaar komt deze beschikbaar via de website van Handboek Bodem&Bemesting. Zoals gezegd lijkt het erop dat de kengetallen zelfs een onderschatting van de werkelijke stikstofmineralisatie zijn. Het is dus een ‘veilige’ eerste stap om minder te gaan bemesten.’
Op zoek naar toekomstgericht bemestingsadvies
‘Het bemestingsadvies in het Handboek Bodem&Bemesting is gebaseerd op oude cijfers. Die gingen uit van het economische omslagpunt bij bemesting’, licht Marianne Hoogmoed van het Louis Bolk Instituut toe. ‘Vanaf het punt dat meer bemesten economisch niet meer uit kon, werd het optimum gesteld. Daarin werd geen rekening gehouden met wat de bodem nog kon leveren, terwijl de oude voorraad bodemorganische stof veel kan bijdragen. De balansmethode is nu in opkomst. Daarbij voeg je toe wat het gewas onttrekt, maar reken je ook stikstofnalevering uit gewasresten, bodemorganische stof en depositie mee.’
Akkerbouwer David de Wit merkt op dat bij organische mest en compost de nalevering veel langer kan doorgaan dan de twee jaren waarmee boeren nu vaak rekening houden. ‘Van de geitenmest die ik geef, telt maar 40 procent mee in het seizoen en reken je bijvoorbeeld met 15 procent in het volgende jaar. Bij 150 kilo stikstof is dat 22 kilo, maar soms rekenen telers daar al niet meer mee en zeker niet met wat de jaren daarna nog vrijkomt.’
Extra kilo’s zitten in de stapeling van vele jaren dierlijke mest, compost, groenbemesters, gewasresten en de omzetting door een actief bodemleven. De Wit verklaart daaruit vaak hoge gehaltes stikstof in bodemmonsters tijdens het teeltseizoen of in het najaar. Met dat inzicht en die ervaring bij jaarlijkse bemonstering durft de akkerbouwer de bemesting naar beneden af te ronden.
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Kuhn GA8121 hark met middenafleg
2010, P.O.A.
-

Voorlader Quicke X4S met console
Gebruikt, P.O.A.
-

JOHN DEERE 1570 INCL 72" RD MAAIDEK (LIE) #781065
Gebruikt, P.O.A.
-

Vicon Fanex 904 schudder (BRU) #778456
Gebruikt, P.O.A.
Vacatures
Directeur
BoerenNatuur Zuid-Hollandse Delta - Westmaas, Nederland
Duurzaamheidsadviseur agrarische sector
EVO Kompas - Oirschot
Financieel administratief medewerker agrarisch
Wageningen Universiteit/ Wageningen University - Meijel, Peel En Maas
Verkoper Binnendienst Glastuinbouw
KaRo BV - Zwaagdijk, Noord-Holland,
Projectmedewerker BoerenNetwerk – Natuurinclusieve Landbouw
Wij.land - Abcoude
Weer
-
Dinsdag24° / 16°20 %
-
Woensdag17° / 12°70 %
-
Donderdag17° / 11°60 %















