‘Toekomstperspectief vraagt om een duurzaam verdienvermogen’

De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft een advies over toekomstperspectief voor de land- en tuinbouw gepresenteerd. De SER pleit voor doelsturing, betere ketensamenwerking en een nieuwe publiek-private organisatie. Volgens commissievoorzitter Anna Gerbrandy is herstel van vertrouwen en een duurzaam verdienvermogen essentieel om uit de huidige impasse te komen.

Anna Gerbrandy is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht en leidde de SER-adviescommissie. /SHIFTTAB/Foto: Dirk Hol
© Dirk Hol

De SER is van mening dat de land- en tuinbouw een belangrijke economische sector is voor Nederland. Tegelijkertijd ziet het adviesorgaan dat de sector voor grote opgaven staat. Die zijn niet alleen economisch, maar hebben ook sociale en ecologische gevolgen. Daarom heeft de SER zich vanuit het perspectief van brede welvaart over de toekomst van de sector gebogen.

Voorzitter Anna Gerbrandy van de commissie die het advies heeft opgesteld, heeft vooral bekeken hoe de impasse kan worden doorbroken en minder focus gelegd op het stikstofvraagstuk. ‘We vinden stikstof zo urgent dat de politiek daar zelf snel stappen in moet zetten. Ons advies richt zich vooral op de middellange en lange termijn. Hoe creëer je een land- en tuinbouw die toekomstbestendig is binnen alle duurzaamheidsopgaven die op de sector afkomen?’

Wat is de kern van het advies?

‘De kern zit in de samenhang. We hebben het advies opgehangen aan drie pijlers: herstel van vertrouwen, toekomstperspectief en daadkracht. Herstel van vertrouwen vraagt om doelsturing en een goede regie in het landelijk gebied. Toekomstperspectief vraagt om een duurzaam verdienvermogen, betere ketensamenwerking en grondbeleid. Daadkracht vraagt om innovatie, scholing en kennisontwikkeling. Daarnaast stellen we voor om een nieuwe publiek-private organisatie op te richten, die ervoor zorgt dat plannen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.’

Iedereen heeft een rol: de boer of tuinder krijgt een duurzaamheidsopgave op het erf, de keten moet extra inspanningen belonen, financiers kunnen bijdragen via financiering en de overheid kan helpen met fiscale instrumenten en stimuleringsmaatregelen

Anna Gerbrandy, voorzitter van de commissie van de SER

Wat merkt de gemiddelde agrariër als de overheid dit advies overneemt?

‘Dan zou er meer duidelijkheid moeten ontstaan. Doelsturing geeft ondernemers meer ruimte om zelf te bepalen hoe ze hun doelen realiseren. Dat past bij ondernemerschap. Tegelijkertijd adviseren we de overheid om heldere doelen vast te leggen en daar langdurig aan vast te houden. Juist die combinatie van vrijheid in de uitvoering en stabiliteit in beleid kan bijdragen aan vertrouwen. Daarnaast zetten we sterk in op ketensamenwerking. Verduurzaming moet uiteindelijk beter worden beloond dan nu. Als dat lukt, ontstaat ook meer toekomstperspectief op het erf.’

De SER stelt dat verduurzaming moet lonen. Wie gaat dat betalen?

‘Het eerlijke antwoord is: iedereen heeft daarin een rol. De boer of tuinder krijgt een duurzaamheidsopgave op het erf. De keten moet ervoor zorgen dat extra inspanningen ook worden beloond. Financiers kunnen bijdragen via passende financiering. De overheid kan helpen met fiscale instrumenten en stimuleringsmaatregelen.’

‘Wij pleiten bijvoorbeeld voor een pre-competitieve duurzaamheidsstandaard. Dat betekent dat partijen in een keten gezamenlijk bovenwettelijke duurzaamheidsafspraken maken. Vervolgens moet de keten ervoor zorgen dat ondernemers die extra prestaties leveren, daar ook voor worden beloond. Dat hoeft niet automatisch te betekenen dat de consument meer gaat betalen. Verwaarding kan ook op andere manieren plaatsvinden, bijvoorbeeld via langjarige contracten of andere vormen van ketensamenwerking.’

Veel boeren zijn het vertrouwen in overheid en beleid kwijt. Hoe kan dat worden hersteld?

‘Dat is misschien wel het belangrijkste onderwerp van het hele advies. Vertrouwen herstel je niet met één maatregel. Doelsturing helpt, omdat ondernemers meer ruimte krijgen om zelf keuzes te maken. Maar minstens zo belangrijk is dat de overheid langdurig stabiel beleid voert. Boeren moeten weten waar ze aan toe zijn, ook als politieke meerderheden veranderen.’

‘Daarnaast kan betere samenwerking in de keten bijdragen aan vertrouwen. We willen voorkomen dat ondernemers die hun best doen, worden benadeeld doordat anderen achterblijven. Daarom pleiten we ook voor instrumenten waarmee collectieve afspraken beter kunnen worden geborgd.’

De SER pleit voor een publiek-private organisatie. Hoe moet zoiets eruit zien?

‘Wij hebben gekeken welke taken tussen overheid en sector zijn blijven liggen. Daaruit ontstond het idee voor een publiek-private organisatie. Die organisatie moet zich richten op sectoroverstijgende innovatie, kennisdeling, gezamenlijke leerprocessen, ondersteuning van doelsturing en versterking van de uitvoeringskracht op het erf. Ook kan zij helpen bij het organiseren van collectieve actie. Belangrijk is dat de kennis die op één bedrijf ontstaat sneller beschikbaar komt voor anderen. Daarnaast kan zo’n organisatie helpen bij de ontwikkeling van data-infrastructuur en nieuwe vormen van samenwerking.’

Hoe wordt voorkomen dat dit een kostbare tussenlaag wordt?

‘We willen de taken scherp afbakenen. Het moet geen organisatie worden die overal over gaat. De nieuwe publiek-private organisatie krijgt alleen taken waarvoor samenwerking tussen overheid en praktijk noodzakelijk is. Aan tafel moeten wat ons betreft niet alleen overheid en sector zitten, maar ook bijvoorbeeld jonge agrariërs en maatschappelijke organisaties. Dat vergroot het draagvlak. We voorkomen dat het een kostbare tussenlaag wordt, door te leren van eerdere ervaringen met de voormalige productschappen en bedrijfschappen.’

Tot slot: wat is uw belangrijkste boodschap aan boeren en tuinders?

‘De land- en tuinbouw heeft toekomst. Maar die toekomst komt niet vanzelf dichterbij. De belangrijkste boodschap van de SER is dat we de duurzaamheidsopgaven aankunnen wanneer we ze gezamenlijk oppakken. Niemand kan dit alleen. Niet de boer, niet de tuinder, niet de keten en niet de overheid. Iedere partij heeft een verantwoordelijkheid. Als we daarin samenwerken en vasthouden aan een gezamenlijke koers, dan ontstaat er ook weer perspectief voor ondernemers die nu twijfelen over hun toekomst.’

Breed adviesorgaan
De Sociaal-Economische Raad (SER) is het belangrijkste adviesorgaan voor de regering en het parlement wat betreft sociaaleconomische vraagstukken. De SER bestaat uit 36 leden, die gelijk verdeeld zijn over werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en onafhankelijke deskundigen. LTO Nederland bezet een zetel in de raad. Vakbonden VNO-NCW en FNV beschikken met elk acht zetels over de grootste vertegenwoordiging.
Het advies ‘Samenwerken aan een duurzaam en toekomstbestendig agrosysteem’ is opgesteld op verzoek van toenmalig landbouwminister Femke Wiersma. Aan het rapport werkten ook vertegenwoordigers mee van het NAJK, Natuur en Milieu, de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie, het SER Jongerenplatform, Cosun en HAS green academy. Verder heeft de adviescommissie met 27 boeren en tuinders, verschillende ketenpartijen en personen binnen het publieke domein gesproken.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    28° / 16°
    0 %
  • Vrijdag
    25° / 16°
    5 %
  • Zaterdag
    22° / 15°
    5 %
Meer weer