Eerste snede lijkt meer op krachtvoer dan op ruwvoer

De eerste voorjaarskuilen van 2026 laten uitzonderlijk hoge voederwaardes zien. Dat blijkt uit analyses van de eerste duizend voorjaarskuilen die zijn onderzocht door Eurofins Agro Testing in Wageningen. Vooral het suikergehalte springt eruit: met gemiddeld 161 gram per kilo droge stof ligt dat fors boven het niveau van voorgaande jaren.

Gras maaien en inkuilen
© Robin Britstra

Volgens de analyses zijn de hoge suikergehaltes het gevolg van de uitzonderlijk zonnige en droge weersomstandigheden in april. Met name de combinatie van veel zonuren en koude nachten zorgde ervoor dat het gras veel suikers opsloeg. Tegelijkertijd bleef de grasgroei aanvankelijk achter door beperkte mineralisatie in de bodem.

Naast het hoge suikergehalte valt ook de voederwaarde op. De gemiddelde VEM-waarde (Voeder Eenheid Melk) komt uit op 988, tegen 961 vorig jaar en een langjarig gemiddelde van 930. Ook de verteerbaarheid van het gras is hoog, terwijl het aandeel celwanden juist lager ligt dan gebruikelijk. Daarmee levert de eerste snede veel energie per kilo droge stof. Voor melkveehouders biedt dat kansen voor een goede melkproductie, maar het vraagt ook aandacht voor de samenstelling van het rantsoen.

Bekijk ook: Eerste snede: ‘Het geduld was op’

Doordat de eerste snede veel snel beschikbare energie bevat, adviseren voeradviseurs om voldoende structuur in het rantsoen te behouden. De eerste snede lijkt qua voederwaarde namelijk meer op krachtvoer dan op ruwvoer, geeft Eurofins Agro aan. ‘Voldoende structuur zorgt voor rust en balans in de pens, zodat de hoge voederwaarde van de eerste snede optimaal benut kan worden. Met name bedrijven die veel van deze vroege eerste snede voeren, doen er goed aan het rantsoen kritisch door te rekenen en de pensgezondheid scherp in de gaten te houden.’

DVE en OEB

De analyses laten daarnaast een gunstige ontwikkeling zien in de verhouding tussen Darm Verteerbaar Eiwit (DVE) en Onbestendig Eiwit Balans (OEB). Het DVE-gehalte stijgt naar gemiddeld 67 gram per kilo droge stof, terwijl het OEB-gehalte daalt naar 37 gram. Dat betekent dat het eiwit in het gras naar verwachting efficiënter kan worden benut door de koe. ‘In een periode waarin veel melkveehouders werken aan een betere stikstof- en eiwitbenutting, kan dat een belangrijk voordeel zijn’, geeft Eurofins Agro aan.

De voorjaarskuilen zijn gemiddeld droger dan in voorgaande jaren. Het drogestofgehalte komt uit op 457 gram per kilo, tegenover 436 gram vorig jaar. Ondanks het hogere drogestofgehalte blijven de conserveringscijfers over het algemeen goed, met lage gehalten aan boterzuur en ammoniak.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    35° / 21°
    5 %
  • Zondag
    27° / 20°
    85 %
  • Maandag
    24° / 16°
    25 %
Meer weer