Ultravroege mais vraagt volop aandacht
Dit jaar is het laatste jaar voor percelen op zand en löss om minimaal één keer een rustgewas te zaaien. Een ultravroeg maisras kan ondernemers helpen door deze op tijd te oogsten. Dat vraagt wel om goed weer en vakmanschap.
Voor veel telers is de inzet van ultravroege mais dé manier om aan de rustgewasverplichting te voldoen. Dit omdat het de mogelijkheid biedt om voor de kritieke datum van 1 september te oogsten en aansluitend een rustgewas te zaaien.
Commercieel manager Jos Groot Koerkamp van Limagrain ziet dat ultravroege rassen minder massa geven. 'Maar klimaatverandering maakt ze extra aantrekkelijk. Door de vroege bloei profiteren ze in droge zomers van het vocht dat nog in de bodem zit; als je vroege bloeiers hebt, heb je vaak nog vocht van de voorzomer in de bodem. Bij latere rassen zie je direct effect op de korrelzetting', licht hij toe.
Het voordeel van meer opbrengst bij een later ras weegt volgens de commercieel manager niet op tegen de risico's. 'De kwaliteit van een vroeg ras is stabieler, je spaart je bodemstructuur in het najaar en een volggewas past dan perfect.'
Een groeiachterstand door een koude start is bij deze rassen niet in te halen
Maar deze rassen succesvol telen, vraagt om scherpte bij de rassenkeuze, geduld bij het zaaien en een nauwkeurig uitgekiend bemestingsplan. Michael Becker ziet als countrymanager Benelux bij euroCORN dat veel telers de mist in gaan door een verkeerde interpretatie van de officiële rassenlijst. 'Zij kijken vaak naar de term 'ultravroeg', maar de kleine lettertjes zijn bepalend.'
Becker legt uit dat er een verschil is tussen de twintigweken- en de achttienwekenproef. 'Die eerste heeft als zaaidatum 1 mei en als oogstdatum 15 september. Je bent dan in feite twee weken te laat met de oogst om het perceel als rustgewas te laten tellen.'
Om de deadline van 1 september zeker te halen, ook in noordelijke regio's als Groningen, adviseert de countrymanager om te kijken naar de hoogte van de FAO: de internationale maatstaf voor de vroegrijpheid van een ras. 'Je wil een zeer laag FAO-getal, bijvoorbeeld 160. Ik zeg overigens niet dat rassen van andere veredelaars niet goed zijn, maar dit is in mijn ogen wel een belangrijk aandachtspunt.'
Populair in noorden
Roy Kuenen, productmanager ruwvoer bij DSV Zaden, bevestigt dat er vooral in Noord-Nederland een run is op ultravroege rassen. Wel plaatst hij een kanttekening bij de starre focus op getallen. 'Het FAO-getal is een berekend getal, een indicatie. Het is geen harde garantie. De werkelijke afrijping is een samenspel tussen genetica en weersomstandigheden', aldus Kuenen. Becker vult aan: 'De voorbereiding bepaalt 40 procent van de winst, de rassenkeuze 30 procent en het weer de overige 30 procent.'
Kuenen ziet in Zuid-Nederland vooral de teelt van sorghum als rustgewas. 'Hier lever je met een ultravroeg ras te veel aan opbrengst in.' Groot Koerkamp ziet het anders: 'Boven de lijn Alkmaar-Zwolle lukt het niet om de mais voor 1 september rijp te krijgen. Daar moet je iets anders telen om aan de rustgewasverplichting te kunnen voldoen.'
Bodemtemperatuur
Bij de totale maisteelt, dus ook bij ultravroeg, is een veelvoorkomende fout dat men te vroeg wil zaaien. Groot Koerkamp benadrukt dat de bodemtemperatuur op zaaidiepte de belangrijkste graadmeter is. 'De bodemtemperatuur moet op zaaidiepte eerst echt opwarmen naar minimaal 10 graden Celsius, ook 's nachts.'
Becker sluit zich hierbij aan en merkt op dat geduld wordt beloond. 'Vorig jaar bleef de te vroeg gezaaide mais achter. Telers zagen dat de later gezaaide mais zich sneller ontwikkelt', zegt hij. Kuenen waarschuwt specifiek voor 'koude voeten' bij ultravroege rassen. 'Een groeiachterstand door een te koude start is bij deze rassen niet meer in te halen', waarschuwt hij.
Naast temperatuur is een goed zaaibed een must. Volgens Groot Koerkamp moet die 'strak en vlak' zijn. Grove kluiten zijn funest voor een egale en goede opkomst, weet ook Becker. Die laatste adviseert bovendien om ultravroege mais iets dikker te zaaien, rond de 100.000 zaden per hectare. 'Dit omdat de planten minder met elkaar concurreren en dit een hogere opbrengst oplevert dan bij de standaard 80.000 tot 90.000 zaden per hectare.'
Stikstofgift
Een cruciale factor voor een tijdige oogst is de stikstofgift. Het is een misvatting dat meer mest altijd beter is. Integendeel, overmatige bemesting werkt vertragend op de afrijping. Groot Koerkamp: 'Hoe meer stikstof je meegeeft, hoe langer de mais groen blijft en hoe trager de afrijping verloopt.'
Hoewel mais een productie kan draaien op 200 kilo stikstof, is de timing van beschikbaarheid cruciaal, vervolgt de commercieel manager van Limagrain. 'Zo moet er juist opneembare stikstof beschikbaar komen, wanneer de mais strekt en richting bloei gaat.'
Een kenmerkende eigenschap van ultravroege genetica is de manier waarop de plant het groeiseizoen afsluit. Kuenen wijst op een specifiek fenomeen, genaamd de 'eindsprint'. 'Zelfs als een teler twee weken voor de geplande oogst naar zijn gewas kijkt en denkt dat het nog te groen is, kan het gewas op tijd rijp zijn.'
Groot Koerkamp adviseert om de afrijping van de mais nauwkeurig te monitoren met moderne tools. 'Vroege rassen kunnen namelijk ineens hard gaan.'
Flint-types zorgen voor een vroege rijpheid
De ultravroege maisrassen zijn van het flint-type. Volgens productmanager Roy Kuenen van DSV Zaden staat 'flint'-mais bekend om superieure koudetolerantie en snellere kieming bij lage temperaturen in vergelijking met 'dent'-types. Commercieel manager Jos Groot Koerkamp van Limagrain vult aan: 'Ze zijn simpelweg beter bestand tegen kou.' Flint-mais is te herkennen aan de specifieke vorm en hardheid van de korrel. Groot Koerkamp legt uit: 'Flint-mais is herkenbaar aan ronde, wat harde maiskorrels met bestendig zetmeel. De dent-types kenmerken zich vooral door de paardentandachtige korrels. Ze bevatten vooral onbestendig zetmeel en zorgen voor massa.' Omdat de meeste maistelers hechten aan een rijpe korrel, zijn bijna alle rassen in Nederland flint-dent-types. De eerste kwekers zetten dent-dent-types nu in de markt. Deze zijn met een FAO-getal van 230 tot 240 iets later rijp.Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Pottinger Novacat V8400 maaier
Nieuw, € 44.371
-

Kuhn GF 6000
1989, P.O.A.
-

Veiligheidsgewichtblok
Gebruikt, € 2.400
-

New Holland TN75S (DRO) #717697
Gebruikt, € 23.000
Vacatures
(Senior) Consultant Transitie Landelijk gebied
Deloitte Nederland - Amsterdam
Administratief medewerker Akker,- Land of Tuinbouw
Wageningen University & Research - Wageningen
Voorzitter vakgroep Geitenhouderij
LTO Nederland - NL
Weer
-
Donderdag22° / 7°20 %
-
Vrijdag13° / 6°20 %
-
Zaterdag17° / 6°20 %
















