'Carnaval kan niet gevierd worden zonder boeren'
Van Oeteldonk tot Boeskoolstad en van Sittard tot Sneek, oftewel Drabbelterp. Dit weekend barst in katholiek Nederland carnaval los. Voor de meesten betekent dat niets meer en minder dan een paar dagen flink feesten. Van enige symboliek hebben ze vaak geen weet. Laat staan dat ze op de hoogte zijn van de belangrijke rol van de boer bij dit eeuwenoude festijn.
Carnaval wordt in Oeteldonk, de naam die 's-Hertogenbosch draagt tijdens carnaval, op zondag 15 februari 2026 afgetrapt met de onthulling van Boer Knillis op de Markt. Gedurende drie dagen is Peer vaan den Muggenheuvel tot den Bobberd de 'eerste boer', oftewel de belangrijkste Oeteldonker en gastheer van Prins Amadeiro. De inwoners zijn tijdens carnaval 'boeren' en 'durskes' en dragen een simpele boerenkiel.
En zo gaat het ongeveer ook in Krabbegat, de carnavalsnaam voor Bergen op Zoom, waar 'De Gròòtste Boer' de vertegenwoordiger is van alle inwoners. Bovendien is deze persoon de baas van de Boerenploeg, zoals het gevolg van de prins ook wel genoemd wordt. In Uden, ook wel Knoerissenrijk genoemd tijdens het volksfeest, is op carnavalsmaandag de Baggemèrt. Dit is een moment waarop dorpsgenoten elkaar in boerenkledij ontmoeten.
Op diezelfde dag vinden, een stukje oostelijker in het Geitenbokkenrijk (Boxmeer), de bekende Metworstrennen plaats. Dit is een eeuwenoude paardenrace, waaraan alleen jonge ongehuwde mannen mogen deelnemen. Vroeger bestonden de deelnemers uitsluitend uit vrijgezelle boeren.
Tijdens carnaval zijn de rollen omgedraaid en hebben boeren en burgers drie dagen lang de macht
Professor Carnaval
Het zijn zomaar wat voorbeelden van de vele rollen die boeren van oudsher hebben tijdens carnaval. William Feijen is de enige professor Carnaval van Nederland en weet er alles van. Hij lepelt dan ook het ene na het andere feitje op: van de allereerste oorsprong van het feest, zo'n vijfduizend jaar geleden in Mesopotamië (Irak), tot het ontstaan van het huidige katholieke volksfeest in bakermat Keulen.
'Er zit zoveel geschiedenis en symboliek achter dit feest waar maar weinigen van weten. Het is mijn missie om daarover te vertellen, zodat de carnavalstradities in stand gehouden worden', vertelt Feijen. Zodoende is hij ook bestuurslid van FEN Nederland (Federatie Europese Narren), maakt hij lespakketten over carnaval voor basisscholen en geeft hij in het hele land lezingen over de oorsprong en gebruiken van het feest. Twee jaar geleden ontving Feijen een lintje vanwege zijn tomeloze inzet voor het volksfeest. 'Voor mij is het 365 dagen per jaar carnaval.'
Los van het ontstaan en de ontwikkeling van het katholieke volksfeest, weet de Helmonder ook haarfijn uit te leggen waarom boeren zo'n centrale rol spelen in de symboliek en gebruiken. 'Boeren zijn onlosmakelijk verbonden met carnaval', legt Feijen uit. 'Tegenwoordig is dat vooral praktisch door het beschikbaar stellen van schuren voor het bouwen van carnavalswagens, of het trekken van de wagens tijdens de optocht.'
Burgers hebben de macht
Maar als je je er een beetje in verdiept, zie je boeren ook overal terugkomen in de verhalen en gebruiken tijdens carnaval, gaat de professor verder. 'Denk aan de boerenbruiloft, een gebeurtenis die vooral in dorpen nog levend gehouden wordt. En tijdens carnaval zijn de rollen omgedraaid en hebben burgers drie dagen lang de macht; en burgers waren vroeger vooral boeren. De prins heet in Oeteldonk niet voor niets Amadeiro. Dat is een anagram van omdraaie. En in veel Brabantse dorpen en steden dragen ze met carnaval een boerenkiel, omdat er op die manier geen onderscheid is in rangen of standen. Iedereen is gelijk, daar draait het om met carnaval.'
Die saamhorigheid tijdens het volksfeest heeft Stijn van Helmondt, docent Sociologie aan de Universiteit Utrecht, getriggerd om tijdens zijn studie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen onderzoek te doen naar de sociale impact van carnaval op gemeenschappen. 'Ik heb eerder onderzoek gedaan naar de sociale cohesie bij bloemencorso's, en wilde dat voor mijn master vergelijken met carnaval. Draagt dat volksfeest echt bij aan de verbinding in de samenleving, en is de impact groter dan bij corso's?'
Sociale cohesie
Van Helmondt vroeg 160 carnavalsverenigingen en -organisaties of ze zich meer verbonden voelden met hun omgeving, omdat ze actief deelnemen aan de optochten. Het antwoord was volgens de universitair docent te verwachten. 'Carnaval draagt net iets sterker bij aan de saamhorigheid dan een corso. Dat komt vooral omdat het met carnaval vaak al bestaande vriendengroepen zijn; de mensen ervaren dus een hoger niveau van verbondenheid met elkaar dan bij een corso, waar het vaak buurtschappen zijn en niet iedereen elkaar even goed kent.'
Volgens Van Helmondt vergroot het bouwen van een carnavalswagen die verbondenheid. 'Corso's en carnavalsoptochten zijn immaterieel erfgoed en dragen op een positieve manier bij aan sociale cohesie. Het doorgeven van de tradities en gewoonten aan de nieuwe generatie is overigens wel een punt van zorg en discussie, zo bleek uit mijn onderzoek.'
Om jongeren er meer bij te betrekken, is het belangrijk om hen de ruimte te geven om te kunnen groeien en te kunnen leren van hun fouten. Van Helmondt: 'Jongeren moeten echt de tijd krijgen om de gebruiken van een groep te leren kennen en ook hoe ze zelf invloed kunnen hebben op de cultuur binnen zo'n groep.'
Coronapandemie
Wat het volgens de docent Sociologie van de Universiteit Utrecht lastig maakt, is de toenemende mate van individualisme in de samenleving. 'De coronapandemie was echt een lastige periode, zowel voor de corso's als voor carnaval. Dit omdat mensen beseften dat ze ook andere dingen konden doen in hun vrije tijd. Gelukkig weet de jeugd zijn weg wel terug te vinden naar de bouwplaats.'
Carnaval is in die zin volgens Van Helmondt een mooie tegenhanger van individualisme. 'Je bent echt samen bezig met het maken van iets moois. De mens is van nature een sociaal dier, en carnaval is een moment om mensen te spreken die je in het dagelijkse leven niet zo snel tegenkomt. Dat komt omdat met carnaval de verschillen niet zo groot zijn. Iedereen is op dat moment gelijk.'
Nog steeds vervullen boeren en boerengebruiken een belangrijke rol tijdens carnaval. 'Vooral in dorpen, en wat minder in steden', weet Feijen. 'In dorpen blijft de traditie behouden met boerenbruiloft en de vele evenementen die een boerenoorsprong hebben. Tegelijkertijd wordt carnaval natuurlijk ook steeds meer een economisch verhaal, waardoor die tradities op de achtergrond raken. Zeker in de steden zie je dat gebeuren.'
Toch zullen boeren tot in de lengte van dagen een centrale rol blijven spelen tijdens het volksfeest, daar is de professor Carnaval van overtuigd. 'De oude boerengebruiken en -tradities blijven een vast onderdeel van het oorspronkelijke carnaval. En dus zullen boeren altijd betrokken blijven. Al is het maar faciliterend. Er kan in mijn ogen echt geen carnaval gevierd worden zonder boeren.'
Professor Carnaval William Feijen: 'Carnaval is van oorsprong een moslimfeest'
Van de allereerste voorloper van het huidige carnaval tot betekenissen van namen en de rol van boeren. Voor professor Carnaval William Feijen heeft het katholieke volksfeest geen geheimen meer.
Als klein jongetje vond hij carnaval maar niets. Met enige tegenzin ging hij met zijn ouders naar de optocht kijken. 'Ik vond het hele gebeuren maar vreemd. Maar juist dan wil ik er meer over weten. Vanaf toen ben ik me erin gaan verdiepen', vertelt hij. Feijen las boeken, sprak veel mensen en liep mee met carnavalsprinsen om te ervaren wat carnaval inhoudt. Inmiddels is hij dus professor Carnaval en voorzitter Evenementen en Educatie van de Federatie Europese Narren (FEN).
Door lezingen, quizzen en lespakketten deelt hij de goed bewaarde geheimen van carnaval met iedereen die maar wil. 'Wist je dat carnaval eigenlijk een moslimfeest was?', beginnen de ogen van Feijen te twinkelen. 'In de Irakese stad Babylon vierden ze zo'n 2.600 jaar voor Christus het begin van de lente met een feest, genaamd Zagmuk. Slaven en hun meesters waren tijdens dit feest gelijkwaardig. Toen in Europa het christendom opkwam, probeerde men deze heidense gewoonte eerst te onderdrukken.'
Ondergronds
Dat lukte niet en uiteindelijk besloot de katholieke kerk pas in 1091 dat de feesten hun eigen plek zouden krijgen in de christelijke liturgie. 'Daarbij werd Aswoensdag aangemerkt als het begin van de veertig dagen vastentijd', gaat Feijen verder. 'Tijdens de reformatie werd carnaval officieel verboden en vierden katholieken carnaval in het geheim. Pas in 1823 werd in Keulen voor het eerst weer openlijk carnaval gevierd, en dat is dan ook de bakermat van het carnaval zoals wij het kennen.'
Nog steeds wordt in bijna alle katholieke landen carnaval gevierd. En in Nederland weten ze ook buiten de provincies Noord-Brabant en Limburg hoe ze het feestje moeten vieren. Feijen: 'Katholieken, en vooral Brabantse boeren, hebben zich gedurende honderden jaren verspreid, dus ook boven de rivieren gaat het vrolijk door. Oldenzaal en Hengelo zijn bekende carnavalssteden, maar ook in Leiden en Amsterdam vieren katholieke enclaves nog steeds carnaval, inclusief de gebruiken en tradities.'
Een van die gebruiken is de boerenbruiloft, waarbij een man en vrouw in de onecht met elkaar worden verbonden. En ook daar weet Feijen het fijne van. 'Dat is voor het eerst gedaan in 1582 in Dresden. De adellijke stand speelde de rol van de boeren en andersom. Ook hier dus weer het omkeerritueel en die belangrijke rol van boeren met carnaval.'
Prins Paulie van het Haaikneuterrijk: 'De carnavalsoptocht is de lijm van Esbeek'
Sander Paulissen is de kersverse prins van het Haaikneuterrijk, ofwel Esbeek. De varkenshouder houdt zijn beroep graag gescheiden van zijn prinsdom, maar heeft wel een boodschap voor gemeente Hilvarenbeek. 'Er moet een nieuwe ruimte komen om de wagens te bouwen.'
In een van de werktuigenloodsen van Prins Paulie bouwen drie carnavalsgroepen al jaren hun wagen voor de optocht. En zo gaat het ook bij zes van de in totaal negen agrarisch ondernemers die Esbeek nog maar rijk is. 'Bij elke boer bouwen meerdere groepen', weet Paulissen. 'Maar de nood is hoog. Er is zelfs een groep die al jaren in Hoge Mierde bouwt, dat is bijna 10 kilometer van Esbeek. Als in Esbeek nog een boer stopt, komen zo drie of vier carnavalsgroepen in de problemen.'
De carnavalsverenigingen in Esbeek maken dit knelpunt al jaren aanhangig bij het gemeentebestuur. Paulissen: 'We willen nishutten realiseren, waar meerdere groepen hun wagen kunnen bouwen. Maar de gemeente vindt dat zo'n nishut op het bouwblok van boerderijen moet worden gerealiseerd, inclusief de hele papierwinkel en procedures. Maar daar ga ik mijn vergunning liever niet voor aanpassen. Plaats zo'n nishut op landbouwgrond of zorg er in ieder geval voor dat het wel kan. De gemeente houdt helaas voet bij stuk en denkt niet met ons mee in oplossingen.'
'Het houdt het dorp bij elkaar'
En dat terwijl de optocht in Haaikneuterrijk, die op carnavalszaterdag plaatsvindt, er een uit duizenden is, volgens de varkenshouder. 'Die is zo belangrijk en houdt ons dorp echt bij elkaar. Sjee, oftewel papier-maché, is de lijm van Esbeek. We hebben daar ook een gelijknamige film over laten maken. Daarin wordt verteld hoe belangrijk carnaval is voor ons dorp. Jongens en meiden beginnen er al vroeg mee en leren zo om samen te werken, een locatie te zoeken, dingen te regelen en om samen een wagen te bouwen. En ze groeien zo uit tot hechte vriendengroepen.'
Volgens Prins Paulie doen minimaal 25 groepen mee aan de optocht in Esbeek, en die komen allemaal uit het dorp. 'Dat komt neer op een kwart van de inwoners. En er komen nog eens drieduizend bezoekers naar de optocht kijken. Dat mag niet verloren gaan.'
Paulissen benadrukt dat hij zijn titel als prins niet wil misbruiken om boeren te promoten. 'Ik ben geen prins geworden omdat ik toevallig boer ben. Maar het gebrek aan bouwruimte gaat de hele gemeenschap aan. Daarom zal ik dat onze burgemeester bij de overhandiging van de sleutel op het hart drukken. Want er moet iets gebeuren.'
Waarom 11 belangrijk is
Op 11-11 start het carnavalsseizoen. Maar waarom is dit getal onlosmakelijk verbonden met het volksfeest? Volgens professor Carnaval William Feijen doen hierover verschillende verhalen de ronde:
- 11 zit tussen de 10 van de tien geboden en de 12 van de twaalf apostelen in. Dat is in het katholicisme dus een gek getal.
- Twee keer een 1 staat voor gelijkwaardigheid, een grondbeginsel van carnaval.
- Op 11-11, precies veertig dagen voor de start van de winter, begon in de middeleeuwen de tweede vastenperiode voor arme katholieken om voedsel en geld te sparen voor kerst.
- Op 11-11 vieren christenen Sint Maarten, de beschermheilige van de armen.
- 11 zou verwijzen naar de Franse strijdleus égalité, liberté, fraternité (elf), oftewel vrijheid, gelijkheid en broederschap; de belangrijkste waarden met carnaval.
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

JOHN DEERE X167 ZITMAAIER (ZUI) #692192
Gebruikt, € 5.417
-

Fendt Lotus 1250T schudder
2024, P.O.A.
-

Andex 300
Gebruikt, € 1.250
-

GF8501 MH
Gebruikt, € 2.500
Vacatures
Administratief medewerker Akker,- Land of Tuinbouw
Wageningen University & Research - Wageningen
Voorzitter vakgroep Geitenhouderij
LTO Nederland - NL
Bestuurslid Vakgroep Konijnenhouderij
LTO Nederland - NL
Directeur Verenigingsbureau VAB
VAB - NL
Veldcoördinator en ecologisch medewerker Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
Boerennatuur Noordwest Overijssel - Staphorst
Weer
-
Zondag3° / -3°60 %
-
Maandag6° / 0°85 %
-
Dinsdag6° / 0°45 %














