Ki wint terrein in de melkgeitenhouderij

De meeste melkgeitenhouders maken alleen gebruik van bokken om hun geiten te bevruchten. Toch lijkt de toepassing van kunstmatige inseminatie (ki) geleidelijk te groeien. Het bedrijf gesloten houden is een belangrijk motief. Maar genetische vooruitgang boeken gaat ook steeds zwaarder wegen.

Ki+wint+terrein+in+de+melkgeitenhouderij
© Van den Oetelaar

In het grootste deel van Nederland geldt een geitenstop. Dat betekent dat geitenhouders niet kunnen groeien in aantal dieren. 'De enige manier om de productie uit te breiden is dan het verhogen van de gemiddelde melkproductie per geit. Dieren fokken met een betere genetische aanleg voor melkproductie is hierdoor extra interessant', vertelt directeur Dirk Keijzers van Geiten KI Nederland in het Brabantse Rijen.

Daar zijn volop mogelijkheden voor. 'Het verschil tussen de best en minst producerende geit is 1.500 kilo melk per jaar', zegt Keijzers. Toch staat de melkgeitenhouderijsector, die bijna vierhonderd bedrijven telt, niet bekend om veel aandacht voor fokkerij. 'Het is een kleine sector die zich de afgelopen decennia met horten en stoten in Nederland heeft ontwikkeld.'

De geitenhouderij kende veel jaren waarin alleen ondernemers met lage kosten het hoofd boven water konden houden. Daardoor waren er weinig stimulansen om in fokkerij te investeren. De laatste zes à zeven jaar zijn de marges gunstiger. 'Veel geitenhouders zien al langer het belang om stappen te zetten op het gebied van fokkerij. Ze benutten nu hun financiële ruimte om met ki de beste geiten te bevruchten met sperma van de genetisch best beschikbare bokken', aldus Keijzers.

Doe je niet aan melkcontrole, dan loop je het risico achteruit te boeren in plaats van vooruit

Dirk Keijzers, directeur Geiten KI Nederland

Toch schijnt het fokken van betere geiten voor de meeste geitenhouders niet dé aanleiding te zijn om te beginnen met ki. 'Kunstmatige inseminatie toepassen bij je beste geiten is een goede manier om je bedrijf gesloten te houden. Je hoeft dan nooit bokken aan te voeren. En dat is de beste stap die je kunt zetten om de biosecurity te verbeteren', vindt COO Dirk-Jan van Horssen van de Goat Improvement Company (GIC) in het Gelderse Herwijnen.


Tekst gaat verder onder kader.

Thema Fokkerij

Genetica vormt de basis voor het leven. Met fokkerij wordt gewerkt aan de meest gewenste eigenschappen van een dier. Hierbij draait het al jaren om meer dan enkel productie. Ook welzijn en duurzaamheid spelen belangrijke rollen. In het thema Fokkerij in de Nieuwe Oogst van 1 december en op nieuweoogst.nl wordt hier aandacht aan besteed.

'Het belang van in- en externe bedrijfshygiëne in de geitenhouderij is groot en wordt steeds groter', vervolgt Van Horssen. 'Naarmate bedrijven groter worden, zijn de consequenties van insleep van dierziekten heftiger.'

GIC is ontstaan in 2021. Geiten KI Nederland is al langer actief. Naast deze twee marktpartijen zijn er nog enkele spelers die in de melkgeitensector KI aanbieden en sperma van bokken verkopen.

Dat meerdere bedrijven brood zien in de geitenfokkerij in combinatie met ki, is een signaal dat de markt ruimte biedt om te groeien. En dat een toenemend aantal melkgeitenhouders kansen ziet om met ki het bedrijf te verbeteren. Keijzers van Geiten KI Nederland schat dat momenteel ongeveer een derde van alle melkgeitenbedrijven in meer of mindere mate gebruikmaakt van ki om geiten te bevruchten.


Selecte groep insemineren

De meest voorkomende werkwijze is een select groepje geiten insemineren. De nakomelingen van deze dieren benut de geitenhouder vervolgens voor de fokkerij. De bokjes groeien op tot nieuwe dekbokken die het grootste deel van de geiten op het bedrijf bevruchten. En de geiten groeien op tot melkgeiten die later weer een rol kunnen spelen in de fokkerij op het bedrijf, vanwege hun goede genetische aanleg.

Voor ondernemers die met ki hun bedrijf gesloten willen houden en een betere melkgeitenstapel willen fokken, geldt dat ze wel moeten doen aan een vorm van melkcontrole. 'Meten is weten. Om vooruit te fokken, moet je ki toepassen bij je beste geiten. En om die in beeld te krijgen, is een vorm van melkproductieregistratie onmisbaar', stelt Van Horssen.


Tekst gaat verder onder kader.

Deelname aan melkcontrole beperkt

Zo'n dertig bedrijven nemen deel aan de melkcontrole waarbij ze doorgaans eens per zes weken de productie registreren. Daarnaast zijn er ook ongeveer dertig bedrijven die incidenteel de productie vastleggen. Dat melkcontrole op geitenbedrijven veel beperkter gebeurt dan in de melkveehouderij ligt volgens Keijzers vooral aan de arbeidsbehoefte. 'Een gemiddeld geitenbedrijf heeft duizend dieren. Dat betekent tijdens een melkcontrole tweeduizend melkmonsters. Dat is heel veel werk en relatief duur.'

Bij de toepassing van ki in de melkgeitenhouderij wordt, in tegenstelling tot de melkrundveehouderij, vooral gebruikgemaakt van vers sperma. 'De bevruchtingsresultaten zijn met vers sperma beter dan met diepvriessperma. In het eerste geval is een gemiddeld drachtpercentage van 65 haalbaar. In het tweede geval blijf je steken op zo'n 50 procent.'

Het advies aan geitenhouders die gebruikmaken van ki, is om ook deel te nemen aan de melkcontrole. De kosten per geit zijn vergelijkbaar met die per koe. 'Doe je niet aan melkproductieregistratie, dan loop je een groot risico op verkeerde fokkerijbeslissingen. En dan boer je achteruit', zegt Keijzers van Geiten KI Nederland.




Geitenhouder Peter Vermeer
Geitenhouder Peter Vermeer © Foto Van den Oetelaar

'Geitenstapel verbeteren met ki en de beste bokken'


In het Noord-Brabantse Haaren melkt Peter Vermeer zo'n achthonderd geiten. Hij is 27 jaar geitenboer en past al 22 jaar ki toe.


Waarom bent u daarmee begonnen?

'We zagen het belang van een gesloten bedrijfsvoering. Als je niet werkt met ki moet je ieder jaar een aantal bokken aankopen. Dat brengt behoorlijke risico's op ziekte-insleep met zich mee. Twintig jaar geleden was dat al het geval, maar het is nog steeds uitermate actueel. De bekende geitenziekten CL en CAE vormen, ondanks bestrijdingsprogramma's, nog steeds een bedreiging voor onze sector.'


Hoeveel geiten gebruikt u voor ki?

'Dat zijn er jaarlijks tussen de dertig en vijftig. Ik selecteer mijn betere geiten en zoek voor iedere geit in die groep de best passende ki-bok.'


Hoe maakt u die selectie?

'De basis daarvoor is de melkcontrole die we iedere zes weken uitvoeren. Van alle melkgevende geiten registreren we dan de kilo's. En bij de dieren in de eerste lactatie bepalen we ook het vet- en eiwitgehalte. Met die gegevens worden fokwaardes voor melkproductievererving berekend.

'Daarnaast vind ik het exterieur van een geit belangrijk. De groep geiten met goede melkfokwaardes bekijk ik eerst zelf, waarna er al een aantal afvallen. De resterende geiten laten we beoordelen via het triple A-systeem.'


Wat heeft ki u opgeleverd?

'Onze geitenstapel is op alle fronten verbeterd, zowel qua melkproductie als exterieur. De laatste jaren heb ik meer nadruk gelegd op vooruitgang met exterieur, vooral uierkwaliteit heb ik aandacht gegeven. Daardoor gingen we met de melkproductie minder hard vooruit.

'De gemiddelde melkproductie is nu 1.250 kilo per geit per jaar met 4,25 procent vet en 3,68 procent eiwit. Nu en de komende jaren gaan we weer prioriteit geven aan melkproductievererving.'


Groeit de belangstelling voor ki?

'Onder collega's merk ik dat inderdaad. Jarenlang fokte ik bokken op van mijn beste geiten om ze als dekbok te verkopen. De laatste jaren is daar minder vraag naar.'

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zondag
    14° / 6°
    10 %
  • Maandag
    10° / 6°
    10 %
  • Dinsdag
    9° / 6°
    50 %
Meer weer