Varkenshouder+maakt+overstap+naar+bv+liever+later
Achtergrond
© Twan Wiermans

Varkenshouder maakt overstap naar bv liever later

Met mooie winstcijfers in het vooruitzicht maakten tal van varkenshouders in 2019 de overstap naar een besloten vennootschap (bv). In de huidige onzekere markt krijgen ook andere opties aandacht.

Het gemiddelde inkomen van varkenshouders over 2019 is op 257.000 euro becijferd. Wageningen Economic Research maakte de balans op: het gemiddelde inkomen van vleesvarkenshouders bedroeg 219.000 euro, zeugenbedrijven noteerden een winst van 245.000 euro en gesloten varkensbedrijven piekten zelfs tot 325.000 euro.

Bij dit soort verdiensten past voor veel varkenshouders vanuit fiscaal oogpunt maar één rechtsvorm: de bv. Ondernemers die binnen een eenmansbedrijf, maatschap of vennootschap onder firma (vof) opereren, zijn overgeleverd aan de inkomstenbelasting. In de hoogste schijf is het tarief effectief 44,50 procent. De vennootschapsbelasting, die bij een bv hoort, is in het hoogste tarief bijna de helft: 25 procent (zie kader).


Omslagpunt

Volgens Wolter-Jan Kistemaker ligt het 'fiscale omslagpunt' om naar een bv over te stappen op een structurele winst van 95.000 euro per ondernemer per jaar. 'Het fiscale voordeel van de lagere vennootschapsbelasting weegt dan op tegen het feit dat je in de onderneming voor de inkomstenbelasting zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling geniet', rekent de senior fiscaal adviseur bij Flynth voor.

BV interessant als je grote winsten in het vizier hebt

Afgelopen jaar zag Kistemaker veel intensieve veehouders de overstap maken naar een besloten vennootschap. Naast de fiscale voordelen willen ondernemers ook verlost zijn van aansprakelijkheid. 'Na de fipronilaffaire zag je in de pluimveehouderij veel belangstelling voor de bv. Stel dat je als varkenshouder ongewild een dierziekte verspreidt of verontreinigd vlees levert, dan zit je liever in een bv.'

De fiscalist wijst er wel op dat een deel van de aansprakelijkheid overeind blijft, zeker bij 'onbehoorlijk bestuur'. 'Daarnaast wil de bank in veel gevallen ook de privéwoning als onderpand voor de financiering van de bv.'

Flynth schat dat tussen de 5 en 10 procent van de intensieve veehouders in een besloten vennootschap zit. Het advies- en accountantskantoor ziet dat agrarische ondernemers over de hele linie vanuit fiscaal oogpunt in een verkeerde ondernemingsvorm zitten.

Kistemaker: 'Een aantal ondernemers is behoudend en stapt niet makkelijk over of werkt met een 'boekhouder om de hoek' die niet altijd van alle mogelijkheden op de hoogte is. Met name als je structureel groeit en nieuwbouwplannen hebt, kan de mogelijkheid van vrije afschrijvingen ertoe leiden dat je minder snel de bv in gaat.'


'Grote jongens'

Ook Anja Roes, bedrijfsadviseur bij ZLTO, ziet de trek naar de bv. 'In het verleden was een besloten vennootschap vooral besteed aan de 'grote jongens', nu zie je meer ondernemers de stap maken.'

Naast de fiscale voordelen en de aansprakelijkheid spelen volgens haar ook andere argumenten. 'Zo kun je binnen een bv makkelijker toe- of uittreden. Ook kan het interessant zijn als je als ondernemer wil staken of grote winsten door verkoop in het vizier hebt.'

Zowel de ZLTO-adviseur als de Flynth-fiscalist ziet dat ondernemers, met name ook melkveehouders en akkerbouwers, een hybride structuur kiezen. Binnen deze rechtsvorm telt een vennootschap onder firma meerdere vennoten, waaronder de bv.


Afzien van salaris

Een ondernemer kan afzien van salaris en voor zijn aandeel van de winst gelden de aftrekposten als ondernemer voor de inkomstenbelasting. Binnen de hybride structuur kan een deel van de winst tegen het lage tarief in de vennootschapsbelasting worden belast.

Nadelen van de besloten vennootschap ziet Roes ook. 'De advieskosten van zo'n traject zou ik zeker niet uit het oog verliezen. Daarnaast heeft de bv ook een bepaalde status: dat je een grote ondernemer bent als je bv achter de bedrijfsnaam kunt zetten.' Volgens Kistemaker is de 'onoverzichtelijkheid van een hybride structuur' voor sommige ondernemers een aandachtspunt. Zijn advies: 'Doe nooit iets wat je niet begrijpt.'

Door de huidige onzekerheid in de markt ziet Kistemaker dat veehouders een pas op de plaats maken met de overstap van rechtsvorm. Het lopende stikstofdossier, de Afrikaanse varkenspest en de coronacrisis spelen allemaal een rol. 'De beslissing om over te stappen tillen ze over de zomer.' Dat kan ook, want een intentieverklaring voor een bv over 2020 moet voor 1 oktober bij de Belastingdienst liggen.


Struikelblok

Dat met name de verwachtingen voor de toekomst een grote rol spelen, ziet de fiscalist minder als een struikelblok. 'Natuurlijk kan niemand in de glazen bol kijken en in deze tijd is deze wel erg troebel. Maar juist varkenshouders zijn gewend om aannames te maken en daarop hun strategie te bepalen. En vanuit een bv een hybride structuur opzetten, kan natuurlijk ook.'


Flink bufferen voor slecht jaar

Volgens Paul Bens van DLV Advies staan weinig varkenshouders momenteel te trappelen om enkel uit financiële redenen over te stappen naar een bv. 'Een goede buffer aanleggen en investeringen naar voren halen, zijn prima alternatieven.'

Bij hoeveel winst is een bv aantrekkelijk? 'Bij een structureel inkomen uit een eenmanszaak van minimaal een ton', vindt Bens. 'Binnen een vof met twee maten gaat het al snel om 150.000 euro en inclusief een derde persoon – bijvoorbeeld een bedrijfsopvolger – ligt dat bedrag al boven de twee ton.'

Dat halen er maar weinig jaarlijks. 'Veel ligt natuurlijk aan de uitgangspositie van het bedrijf, vooral bij het nog resterende afschrijvingspotentieel.' Daar komt bij dat je als ondernemer volgens de inkomstenbelasting de verliezen tot drie jaar terug kunt verrekenen. Binnen de vennootschapsbelasting is dat - met uitzondering van de voorwaartse verliesverrekening - alleen over het afgelopen jaar.


Onzekere tijden

Daarbij wakkert de huidige coronacrisis onzekere tijden aan. 'Door het krappe aanbod op de wereldmarkt kunnen dit jaar nog best goede voerwinsten worden geboekt, maar dan moet er natuurlijk wel geslacht en geëxporteerd kunnen worden', geeft Bens aan.

Een andere mogelijkheid om de belastingdruk te verlagen, is investeren. 'Winst is een mooie aanleiding om ventilatie, voersystemen en roosters up-to-date te maken. In de praktijk kan dat ook uitgesteld onderhoud zijn, waar in slechte jaren geen geld voor was. Daarnaast kunnen veehouders met behulp van MIA/Vamil-regelingen milieuvriendelijke uitbreidingen realiseren.'


Kadaveropslag
Kadaveropslag © Twan Wiermans

Daarnaast pleit Bens voor een meerjarenliquiditeitsprognose. Zo kan nu belasting betalen - bij voorkeur in de lagere schijven - later een torenhoge stakingswinst voorkomen. En de DLV-directeur is een voorstander van 'bufferen'.

'Als gevolg van specialisatie en schaalvergroting zijn varkenshouders ook kwetsbaarder bij verstoringen in de markt. De hoge belastingaanslagen die nu binnendruppelen, vragen om genoeg ruimte op de rekening courant.'


BV fiscaal nog aantrekkelijker

Op het eerste gezicht groeien volgens de inkomstenbelasting de fiscale voordelen van de bv ten opzichte van het ondernemen. Over 2020 gaat de vennootschapsbelasting van de winst tot en met 200.000 euro van 19 naar 16,5 procent. Volgend jaar verlaagt de overheid het tarief naar 15 procent en dat voor de winst boven 200.000 euro gaat naar 21,7 procent. Wel rust er op de winst nog een aanmerkelijk-belangclaim (in box 2). Daarover moet je dividendbelasting betalen als dat geld uit de bv wordt gehaald. Het voordeel groeit als de uitgestelde aanmerkelijk-belangheffing rendabel kan worden gemaakt. Door deze gelden te benutten voor rente en aflossing kan de onderneming meer financieren.

Bekijk meer over:

Weer

  • Dinsdag
    18° / 12°
    50 %
  • Woensdag
    17° / 12°
    10 %
  • Donderdag
    16° / 15°
    70 %
Meer weer