Kaweco+breekt+in+op+volle+markt+met+minishovel
Achtergrond
© Frits Huiden

Kaweco breekt in op volle markt met minishovel

Er zijn ruim twintig merken minishovels op de markt. Niet gek, want het apparaat is populair bij onder anderen veehouders en akkerbouwers. Het is een markt die blijft groeien, zag ook de Reesink Groep.

Ondanks de talrijke aanbieders kwam Reesink eind vorig jaar met een eigen shovel. In het oranje, onder zijn merknaam Kaweco. Reesink had al directe toegang tot een shovel voor zijn Kamps de Wild-dealers via het Claas-programma, dat Liebherr-shovels in Claas-groen kan aanbieden.

Maar de lichtste Claas-shovel begint bij 5,5 ton eigen gewicht. Ook de Schaeff TL-shovels die het andere dochterbedrijf Kemp Groep in De Meern importeert, beginnen bij 4 ton eigen gewicht.

Eigen productie

Een echte minishovel had de Reesink Groep nog niet in het programma. De onderneming koos niet voor nog een importeurschap, maar voor eigen productie. Daarbij is niet helemaal opnieuw begonnen, maar juist een bestaand merk overgenomen: de Quappen-shovel van fabrikant Hulst De Krim (QLoad).

Er is een goed zicht rondom en prima zicht op de bak

De productie vindt nu plaats bij Reesink Production in het Gelderse Hengelo, waar ook de silagewagens en bemesters van Kaweco worden geproduceerd. De ambities zijn groot. Bouwde QLoad in De Krim dertig tot vijftig shovels per jaar, in het Kaweco-oranje zijn er in de eerste twee maanden nu al net zoveel gebouwd. En dan gaat het nog om een opstartfase.

Efficiëntere productie

Het hele productieproces is gestroomlijnd en zover mogelijk geautomatiseerd. Dat begint bij engineering, het maken van de juiste mallen en tot slot alles op een efficiënte manier in elkaar zetten. Zes medewerkers bouwen tussen de bemesters, carriers en silagewagens fulltime aan de shovels.

Het staal bewerken, lassen en snijden is niet anders dan bij de bestaande Kaweco-producten. Bovendien komen de Linde-hydrauliek en -aansturing nu bij Reesinks dochterbedrijf Motrac vandaan. De rest wordt elders ingekocht. Behalve de kleur is de shovel nog grotendeels dezelfde gebleven als in het Quappe- tijdperk. Zelfs de Q zit nog op de grill geschroefd.

Drie modellen

Er zijn drie modellen te krijgen: de KW20 van 2 ton eigen gewicht, de KW25 met 2,5 ton eigen gewicht en de KW37 van 3,7 ton. Ze zijn allemaal in een Farmer-uitvoering en een Infra-uitvoering te krijgen.

Het verschil is de lengte van de giek en daarmee de hefhoogte. Alleen de KW25 is met een telegiek te krijgen voor een kiephoogte van 2,88 meter in plaats van 1,93 meter.

Testrit Nieuwe Oogst

Nieuwe Oogst probeerde de zwaarste van het stel, de KW37, zonder cabine en met een vanafprijs van 37.950 euro. De kleinste Farmer KW20 met driecilinder Yanmar kost 27.250 euro. Bij het opstappen mist een handgreep rechts, maar de vlakke vloer van traanplaat valt direct op. Er is een goed zicht rondom en prima zicht op de bak. De hydrauliekslangen zijn netjes samengepakt en geleid in een hoes van textiel.

De shovel is op grote banden stabiel. De vlakke vloer is een pre, maar details als handgrepen missen.
De shovel is op grote banden stabiel. De vlakke vloer is een pre, maar details als handgrepen missen. © Frits Huiden

In plaats van een veiligheidsslot op de joystick wordt deze gelockt bij het doordrukken in de neergaande beweging. Bij het zakken van de giek is de weerstand te klein en wordt de joystick dus snel ongewenst op slot gezet. Naast de joystick zitten de mechanische hendels voor de derde en vierde functie. De derde functie kan ook op de joystick net als de knop voor het kiezen van de rijrichting.

De hydrauliek laat zich soepel bedienen. Druk je de joystick te ver door, dan zet je giek ongewild op slot.
De hydrauliek laat zich soepel bedienen. Druk je de joystick te ver door, dan zet je giek ongewild op slot. © Frits Huiden

De verdere bediening van de Linde-hydrauliek is mooi afgestemd. Het inchingpedaal links is uitstekend te doseren in beide rijsnelheden die oplopen tot maximaal 23 kilometer per uur. Dat blijkt ook uit ervaringen met een rolbezem. Terwijl de rechtervoet de bezem via het gaspedaal op toeren houdt, is met de linkervoet de snelheid van de shovel prima te doseren. Een handgashendel zit er niet op.

Balen voeren

Op de brede banden blijkt de shovel goed stabiel, wanneer we even een zware ronde baal aan de koeien voeren. Deze zouden we met een hefhoogte van 3,23 meter ook wel in een kleine voerwagen kunnen gooien. Het zal daarbij zeker niet aan het hefvermogen en de kiplast van 2.712 kilo liggen. Echt opmerkelijke zaken zijn er niet. De shovel is eenvoudig en degelijk.

Binnenkort komt er een Stage V-motor beschikbaar. Op een elektrische variant wordt hard gestudeerd.
Binnenkort komt er een Stage V-motor beschikbaar. Op een elektrische variant wordt hard gestudeerd. © Frits Huiden

Componenten zijn van bekende merken. De 48 pk viercilinder Yanmar-motor is redelijk stil. Deze Stage IIIB-motor moet dit jaar worden vervangen voor een Stage V-uitvoering die weer voldoet aan de laatste emissie-eisen. Welk merk motor, is nog onduidelijk.

Elektrisch model

Net als veel andere fabrikanten denkt ook Reesink na om een elektrisch model te lanceren. De vraag daarnaar is groot. Ook die techniek moet bij het dochterbedrijf Motrac vandaan komen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zondag
    34° / 20°
    10 %
  • Maandag
    35° / 21°
    10 %
  • Dinsdag
    34° / 21°
    10 %
Meer weer