Hybride+troeft+zaadvaste+ui+met+gemak+af
Achtergrond
© Niels van der Boom

Hybride troeft zaadvaste ui met gemak af

De uienteelt groeit, waarbij het aandeel van hybride rassen die van de zaadvaste rassen ver voorbij is gestreefd. Zo is inmiddels bijna 90 procent van alle in Nederland geteelde uien hybride. Het grote voordeel van de hybride rassen: de ingekruiste rasspecifieke eigenschappen en resistenties. 'Maar de consument merkt er weinig van.'

Accountmanager Peter Vroegindeweij van de wereldmarktleider in uienzaad De Groot en Slot in Broek op Langendijk schetst dat het aanbod van zaadvaste rassen nog maar beperkt is. 'Hoza is hierin veruit de belangrijkste leverancier. Wij hebben één zaadvast ras – Red Baron, in rood – evenals Delta Seeds Holland met Delta Gigant. Dat is het wel zo'n beetje.'

De huidige grote voorkeur voor hybride rassen heeft alles te maken met de voordelen van kruisbestuiving die de goede eigenschappen van twee planten combineert. 'De voordelen van hybride rassen zit hem in de veredeling op specifieke eigenschappen, zoals bewaarkwaliteit, vroegheid, wortelgestel en inkruisen van resistentie tegen ziekten en plagen', vertelt Vroegindeweij.

Meeldauwresistent

'Zo is onze Hysky-ui tolerant voor Fusarium en zijn de Hylander en Redlander meeldauwresistent. Eerst leverden we die rassen vooral richting de biologische markt. Nu zien we vanuit de reguliere teelt in Europa ook meer vraag naar deze rassen.'

Sector is naarstig op zoek naar droogteresistente ui

André Boot, gewasspecialist van Hazera

Gewasspecialist André Boot van groentezaadveredelaar Hazera in Made stelt dat de homogeniteit en uniformiteit bij zaadvaste rassen minder is dan bij hybride rassen. 'Bij zaadvaste rassen is de variatie in vorm vele malen groter dan bij hybride rassen', zegt hij.

'De hybride rassen bestaan in feite uit allemaal tweelingen met dezelfde vorm, rond of hoogrond. Zaadvaste rassen leveren uiteindelijk vaak dikkere nekken, zoals wij dat noemen. Hybride rassen hebben vaak een mooiere, dunne nek. Daarnaast rijpen zaadvaste rassen minder gelijkmatig af, wat leidt tot meer gevoeligheid tijdens het bewaren.'

Mindere homogeniteit

Boot stipt nog een ander minpuntje van de zaadvaste rassen aan. 'De mindere homogeniteit is lastig voor verwerkers en verpakkers.' Het issue voor telers om te kiezen voor zaadvast of hybride gaat aan de consument voorbij. 'Die merkt er weinig van', stelt Vroegindeweij.

De vraag is of het veranderende klimaat en de toegenomen droogte in Nederland de keuze voor hybride of zaadvaste rassen nog beïnvloedt. Boot ziet de droogte en warmte als een grote bedreiging voor de sector. 'De sector is naarstig op zoek naar droogteresistente rassen, maar door de hoge temperaturen steken schimmels als pinkrot sterker de kop op. Geen wonder. Kortgeleden, met temperaturen rond de 40 graden, was de temperatuur in de ui 53 graden! Hoe de oogst dit jaar uitvalt, is afwachten.' Vroegindeweij memoreert in dat kader ook de toegenomen vraag naar rassen met een sterk wortelgestel. 'Die bieden meer oogstzekerheid.'

'Zomer is stugge periode'

Uienteler Sjoerd Heestermans uit Oud-Vossemeer op Tholen teelde vorig jaar zowel een hybride (Bejo) als een zaadvast ras (Hoza), elk op 5 hectare. Zijn motivatie om beide varianten te kunnen vergelijken: 'Het is hier in het zuidwesten van Nederland steeds lastiger om een goede kilo-opbrengst te krijgen. De zomer is hier een stugge periode en ik merkte dat ik, ondanks het beregenen, moeite had om boven de 50 ton opbrengst te komen.'

Heestermans hecht eraan te vermelden dat dit niet zozeer afhankelijk was van het uienras, maar meer het gevolg van 'de omstandigheden op het land', de combinatie van grondsoort en klimaat op Tholen.

De vergelijking tussen de beide rassen leverde voor Heestermans 'slechts kleine verschillen' op. Waar de hybride variant vroegere, uniformere uien en egalere rijping oplevert, bleef de zaadvaste variant langer groen. 'Die trekken langer door', heet het in Heestermans jargon. Het nadeel ervan: een beter loofpakket levert dikkere nekken op en een slechter afsterven.

Kanttekening

Nog een kanttekening van de uienteler: omdat de weersomstandigheden in 2018 extreem te noemen zijn, is het lastig om definitieve conclusies te trekken. Na de 'dubbele teelt' afgelopen jaar heeft hij dit jaar gekozen voor zaadvaste uien. 'Vooral op basis van de lagere investeringen en de iets hogere opbrengsten op dit type land.' Zaad voor zaadvaste uien is goedkoper en je hebt per hectare minder nodig. Daarnaast bleek het lastig om beide soorten naast elkaar te bewaren, ervoer Heestermans.

Pieter Maas van Maas Landbouw in het Flevolandse Espel zweert bij een hybride ras. 'We telen al veertig jaar uien, de laatste drie jaar Firmo van Hazera, op 3,4 hectare. Dit doet het goed op de lichte zavel, met prima opbrengsten en een goede bewaring. Dit jaar hebben we 11 april gezaaid en een week later beregend', laat de uienteler weten.

De Firmo-ui, al vijf jaar het paradepaardje van Maas Landbouw in Espel.
De Firmo-ui, al vijf jaar het paradepaardje van Maas Landbouw in Espel. © Niels van der Boom

'Dat is wel een verschil met vroeger. Toen beregenden we nooit. Vorig jaar vijf keer, dit jaar drie keer. Dat is toch het effect van de klimaatverandering en de toegenomen droogte. De uien doen het onverminderd goed. Zo is koprot – iets waar we ons eerder nog weleens zorgen over maakten – totaal niet aan de orde. In zijn algemeenheid kun je zeggen: hoe droger, hoe beter het hier is. Als we mogen blijven beregenen.'

Geel is vooral hybride, rood met name zaadvast
Het Nederlandse zaaiuienareaal bedraagt 27.840 hectare, zo'n 2.500 meer dan vorig jaar, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarmee neemt het grofweg 40 procent van het totale areaal vollegrondsgroenten in. Er zijn 3.220 zaaiuientelende bedrijven. Veruit de meest gangbare uiensoort is de gele, op grote afstand gevolgd door de rode (4.000 hectare). Van het gele segment is zo'n 90 procent hybride, van het rode segment is 70 procent zaadvast. De belangrijkste uienteeltgebieden zijn van oudsher de zavel- en kleigronden in Flevoland (de gemeenten Noordoostpolder en Dronten tellen de meeste uientelers), Friesland, Noord-Holland en Zeeland. De laatste jaren breidt de teelt zich meer over het hele land uit en worden de uien, door verbeterde veredeling, ook steeds vaker geteeld op zand- en dalgronden. Nederland exporteert ruim 90 procent van zijn uien naar zo'n 130 landen (1,4 miljoen ton teelt, 1 miljoen ton export, exportwaarde 486 miljoen euro). De maat 50-70 is dé exportmaat. De belangrijkste exportmarkten zijn Senegal, Ivoorkust en Groot-Brittannië, gedrieën goed voor bijna de helft van de export. De Nederlandse ui heeft op de wereldwijde exportmarkt een aandeel van 15 procent, volgens de Holland Onion Association, onderdeel van het GroentenFruit Huis. De Nederlander eet jaarlijks gemiddeld 7 kilo ui. Die consumptie neemt langzaam toe. Vooral door de groeiende consumptie van kant-en-klaarmaaltijden, maar ook doordat steeds meer buitenlandse voedselketens in Nederland neerstrijken. Zij gebruiken meer uien dan de traditionele Hollandse keuken. Ter vergelijking: in diverse Afrikaanse landen, met name in Midden-Afrika, ligt de consumptie met 35 kilo per persoon per jaar fors hoger.

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    15° / 13°
    80 %
  • Dinsdag
    17° / 9°
    20 %
  • Woensdag
    16° / 8°
    20 %
Meer weer