Met data sneller sturen bij varkens en kippen

Hoe kun je als pluimveehouder coccidiose vroegtijdig opsporen of als varkenshouder je CO2-voetafdruk omlaag krijgen? Onderzoeksresultaten, innovaties, ontwikkelingen binnen de mengvoerindustrie en duurzaamheid in de agro-foodketen boden inzichten tijdens de Denkaday van Denkavit in het Gelderse Lunteren. Hier kwamen Belgische en Nederlandse voeradviseurs en wetenschappers bij elkaar en werd toelichting gegeven op deze thema’s.

Met een foto van de mest maakt AI veranderingen in het microbioom zichtbaar.
© Marcel Berendsen

Een programma op basis van AI beoordeelt foto’s van mestmonsters, waardoor veranderingen in het microbioom snel zichtbaar worden. Voor een pluimveehouder maakt dit het vroegtijdig signaleren van ziektes of verminderde producties inzichtelijk.

Volgens de ontwikkelaars van AgriBiome, een product van het innovatieve bedrijf HORAIZON, is darmgezondheid de cruciale drijfveer van algehele gezondheid. De monitor van deze gezondheid is het microbioom, wat met deze techniek dus een stuurinstrument is geworden. Pluimveehouders kunnen zelf aan een aantal knoppen draaien om het darmmicrobioom te verbeteren. Bijvoorbeeld op het gebied van rantsoen, huisvesting, hygiëne, infectiedruk en klimaat. Als klinische signalen in de veestapel zichtbaar zijn, zoals ziekte, uitval of prestatieverlies, dan is het microbioom vaak al eerder afgeweken. ‘Als je dit dus omdraait, krijg je een venster waarin je kunt handelen’, zegt oprichter Evgeni Levin van HORAIZON.

‘Nu gebruiken we DNA-sequencing als gouden standaard voor onderzoek. Maar dit is complex en arbeidsintensief, met hoge kosten. Dat maakt het, hoewel zeer krachtig en gedetailleerd, niet schaalbaar of praktisch’, vervolgt Levin. Het hele proces, van het nemen van het mestmonster tot de uitslag, kan dagen tot weken duren. Met de nieuw ontwikkelde techniek, waarbij AI veranderingen in het microbioom detecteert aan de hand van mestmonsters, is de uitslag er vrijwel direct.

Microbioomprofiel

In vier stappen en binnen dertig seconden kan er een functioneel microbioomprofiel worden opgesteld. De eerste stap is een mestmonster pakken, wat zowel een mengmonster als een individueel monster kan zijn. Dan strijk je dit uit op een A4-sjabloon en maak je een foto met je telefoon. Het programma maakt dan met hulp van AI een analyse van het microbioom en dan heb je het profiel. Door regelmatig te meten, zie je of het microbioom van het koppel zich ontwikkelt zoals verwacht voor die leeftijd. Of dat het afwijkt van de referentiecurve.

Daarnaast ontwikkelde HORAIZON samen met dierenartsen modellen voor het herkennen van patronen die samenhangen met onder meer salmonella en coccidiose. 'Bij de validatie bleken deze modellen zeer nauwkeurig. En soms zagen we veranderingen al voor er klinische signalen waren', zegt Levin. 'Het blijft een hulpmiddel om eerder te signaleren. De diagnose stelt de dierenarts.'

De modellen zijn getraind op duizenden monsters met zowel een foto als een DNA-analyse, verzameld in samenwerking met veel bedrijven. Op basis van het sjabloon zijn de voorspellingen zeer nauwkeurig. Maar ook een foto van mest op de stalvloer geeft al bruikbare informatie. 'De techniek is praktijkrijp en we passen hem al toe bij veel verschillende diersoorten. Hoe meer data we verzamelen, hoe nauwkeuriger en bruikbaarder onze modellen worden', besluit Levin.

Basisbedrag en 3 euro per foto
De analyse van het microbioom in een mestmonster kost 3 euro per foto. Dit geldt zowel voor individuele monsters als voor mengmonsters, afhankelijk van het doel van de pluimveehouder. Het basisbedrag voor de opzet en implementatie wordt per bedrijf vastgesteld. Logischerwijs kan dit uiteenlopen, afhankelijk van de toepassing van het programma en omvang van het bedrijf.

Efficiënt varkens transporteren leidt ook tot een lagere CO2-voetafdruk.
Efficiënt varkens transporteren leidt ook tot een lagere CO2-voetafdruk. © Marcel Berendsen

‘Lage CO2-voetafdruk wordt voor veehouders een license to produce’

Vleesverwerker Vion werkt aan een volledige verwaarding van het dier. De veehouder krijgt daarbij ook betaald voor inspanningen op het gebied van verduurzaming.

In Nederland is voornamelijk vraag naar gehakt, de ham gaat naar Spanje of Italië, de schouders naar Oost-Europa en de ribben naar Engeland voor bacon. Door te werken aan een optimale vewaarding van alle dieren, kan de prijs voor varkenshouders hoger worden. ‘Door deze vierkantsverwaarding waarbij we 80 procent van al het vlees binnen 800 kilometer van de fabriek kunnen afzetten, maken we innovaties betaalbaar en schaalbaar’, zegt Willem Cranenbroek.

Als directeur duurzaamheid bij Vion maakt Cranenbroek duidelijk dat het verduurzamen van de keten van groot belang is. ‘Een lage CO2-voetafdruk wordt een zogenoemde license to produce. De leveranciers van Vion behoren wereldwijd tot de best presterende bedrijven als het gaat om CO2-uitstoot per 100 gram eiwit. Daarnaast reduceren we elk jaar weer een paar procent.’

De reducties zijn zowel in scope 1 en 2 als in scope 3 te zien. In scope 1 en 2 ligt de uitstoot 38,2 procent lager in 2025 dan in 2021. De doelstelling in 2030 ligt op 42 procent. Scope 3 gaat over de emissies op het boerenerf. Over 2025 heeft daar een reductie van 35,2 procent plaatsgevonden bij de leveranciers van varkensvlees aan Vion. Om de onderlinge verschillen in beeld te brengen en aan varkenshouders inzichtelijk te maken waar nog winst valt te behalen, heeft Vion een zogenoemde ‘blockchain’ ontwikkeld.

37 procent verschil

Uit dit blockchainmodel blijkt dat er 37 procent verschil zit tussen de boer die het beste produceert op basis van CO2-uitstoot en de boer met de meeste uitstoot. Het model is zo ontwikkeld dat het per 100 gram eiwit wordt uitgerekend. Zo kan min of meer eerlijk worden vergeleken met eiwit-producenten, zoals koeien en soja. Naast input van boeren zelf, leveren onder andere RVO, voerleveranciers en mestverwerkers data aan om een goed totaaloverzicht te verkrijgen.

Voor de boer is het dashboard ook praktisch te gebruiken. Van de totale CO2-uitstoot per 100 gram eiwit komt 50 tot 60 procent uit het maken van voer. Tussen 23 en 40 procent komt door het opslaan van mest. ‘Als een varkenshouder inzichtelijk heeft hoe de CO2-uitstoot is opgebouwd kan hij ook bewust sturen, bijvoorbeeld met ander voer.’ De uitstoot vanuit transport en het slachthuis bedraagt bij elkaar 3 tot 4 procent van de totale keten.

Hoewel duurzaamheid en efficiëntie nu nog hand in hand gaan en de kostprijs niet aanzienlijk wordt verhoogd, voorziet Cranenbroek dit wel voor de toekomst. ‘De consument is bereid om meer te betalen, maar dan moet er geen andere keuze meer zijn. Als we in Nederland verder willen verduurzamen, moet dat uit de markt worden betaald’, besluit hij.

42 procent reductie in 2030
Om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen, wil Vion de uitstoot in de hele keten in 2030 met 42 procent hebben teruggebracht ten opzichte van 2021. De aanpak beslaat zowel energiebesparing in slachterijen als voeroptimalisatie en mestverwaarding. Ook wil het bedrijf de CO2-voetafdruk op individuele bedrijven in beeld brengen, om aan te tonen waar reducties worden behaald.

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Vrijdag
    19° / 12°
    50 %
  • Zaterdag
    14° / 8°
    30 %
  • Zondag
    14° / 6°
    20 %
Meer weer