Bemestingsdemo in prei levert opbrengstverschil op van 7 ton
Een vergelijking van bemestingsstrategieën heeft in een praktijkdemo met prei geleid tot een opbrengstverschil van 7 ton per hectare. Een object met kunstmest en biostimulanten leverde de hoogste opbrengst op met 57 ton geschoond product per hectare.
Het object met biostimulanten is vergeleken met een traditioneel bemestingsschema op basis van drijfmest en kunstmest. Hierin kwam de opbrengst tot 50 ton geschoonde prei. De praktijkdemo is uitgevoerd in het kader van het praktijkprogramma WaterWinst bij onderzoeksinstelling Agrovation in het Limburgse Horst.
De twee bemestingsstrategieën lagen in een demo met het ras Maxton F1. Het verschil in opbrengst werd niet veroorzaakt door een verschil in sortering. Beide objecten kwamen tot een aandeel grof van 84 tot 85 procent. De meeropbrengst voor het object biostimulanten met kunstmest kan daarmee worden toegeschreven aan het extra aantal geoogste preien.
Tijdens de teelt is de voorraad minerale stikstof meerdere keren gemeten. Op 15 juni bedroeg de N-voorraad in de laag van 0 tot 30 centimeter 30 kilo per hectare bij het object met drijfmest en kunstmest, tegenover 56 kilo bij het object met kunstmest en biostimulanten. Het verschil was op 6 juli groter met 10 kilo tegenover 110 kilo N per hectare en op 31 juli vervolgens 11 kilo bij drijfmest en kunstmest tegenover 26 kilo N bij kunstmest en biostimulanten.
Beschikbare stikstof benutten
Deze cijfers roepen bij de onderzoekers de vraag op hoe de preiplanten de beschikbare stikstof opnemen en benutten. Een grotere bodemvoorraad betekent volgens hen niet automatisch dat een gewas ook meer opbrengst realiseert. Ook in bladanalyses waren er duidelijke verschillen. Op 20 juli bedroeg het stikstofgehalte in jong blad 1.032 ppm bij het traditionele object en 1.441 ppm bij het object met biostimulanten.
Daarnaast was ook een verschil in beworteling zichtbaar. Bij het object met kunstmest en biostimulanten ontwikkelde het wortelstelsel zich duidelijk dieper en stond een zwaarder gewas. Volgens Guido Schriever, projectleider van WaterWinst, is juist de samenhang tussen de waarnemingen interessant. ‘We zoeken nu een verklaring hoe factoren als stikstofvoorraad, nutriëntengehalten en beworteling elkaar beïnvloeden.’
Geen bewijs voor opbrengstverschil
De hoogste opbrengst is gemeten in het object kunstmest met biostimulanten. Een mogelijke verklaring voor de werking van biostimulanten is dat de activiteit van het wortelstelsel wordt beïnvloed, waardoor de plant beschikbare nutriënten anders kan opnemen en benutten, stelt Schriever. Het is volgens hem echter nog geen bewijs dat biostimulanten het opbrengstverschil veroorzaken.
De praktijkdemo in prei is geen wetenschappelijke proef. De resultaten kunnen daarom niet worden gebruikt om een directe oorzaak-gevolgrelatie vast te stellen. Het opbrengstverschil van 7 ton en de verschillen die zijn gemeten, geven wel aanleiding voor vervolgonderzoek. Dit wordt binnen WaterWinst opgepakt. Het doel is om praktijkkennis te ontwikkelen waarmee telers gerichter kunnen sturen op nutriëntenbenutting en het beperken van verliezen naar bodem en water.
Bekijk meer over:
Lees ook
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

John Deere 5075M (AKK) #703361
Gebruikt, P.O.A.
-

Weidesleep 8mtr
Gebruikt, € 2.750
-

John Deere 6M 185 trekker (KOU) #693545
Gebruikt, P.O.A.
-

Case IH FARMALL 120M
Gebruikt, P.O.A.
Vacatures
Ondernemer/ Bedrijfsleider Fruitteelt (met participatie mogelijkheid)
Landgilde - Goirle
Vakspecialist / Docent Teelt
Lentiz MBO Middelharnis - Sommelsdijk
Medewerker schadeverzekeringen
Vereinigte Hagel agrarische verzekeringsmaatschappij - Smilde, Midden-Drenthe
Directeur
BoerenNatuur Zuid-Hollandse Delta - Westmaas, Nederland
Financieel administratief medewerker agrarisch
Wageningen Universiteit/ Wageningen University - Meijel, Peel En Maas
Weer
-
Zondag14° / 9°70 %
-
Maandag16° / 7°5 %
-
Dinsdag18° / 12°75 %
















