Is emissienorm van het kabinet haalbaar of een nieuwe hobbel voor de boer?
Het kabinet legt de lat hoog voor de melkveehouderij. In 2035 moet de ammoniakuitstoot van de Nederlandse landbouw 42 tot 46 procent lager liggen dan in 2019. Dit moet onder meer bereikt worden via een bedrijfsspecifieke norm van 0,164 kilo ammoniak per fosfaatrecht. Een haalbare norm, stelt landbouwminister Jaimi van Essen. ‘Mits managementmaatregelen en technieken optimaal worden toegepast.’
Van Essen verwijst naar de 10 procent melkveehouders die volgens een analyse van Wageningen University & Research al aan de norm voldoen. Boeren bepalen zelf hoe zij de norm halen. Maar op het erf begint daarmee juist de discussie. Want wat kost het om de norm te halen en welke technieken zijn haalbaar? Volgens Rick Hoksbergen, directeur Agro Advies bij Countus, begint het met het laaghangend fruit, zoals eiwitarm voer en weidegang. ‘Alles wat je daar kunt doen, is winst aan de voorkant, in de portemonnee, en kan een generieke korting voorkomen.’
‘Boeren moeten nu volle bak aan de slag met managementmaatregelen’, zegt Hoksbergen. Behalve op eiwitarm voeren en meer weidegang doelt hij ook op preciezer bemesten, zodat minder eiwit in het gras terechtkomt, en op het aantal stuks jongvee verminderen. Juist die maatregelen kunnen volgens hem op veel bedrijven snel effect hebben. ‘Alles wat je daar kunt doen, is winst aan de voorkant en vaak ook winst in de portemonnee.’
De opgave voor melkveehouders bestaat feitelijk uit drie stappen. Als eerste kunnen melkveehouders via onder meer de rekentool van Intoagri in kaart brengen hoe groot hun ammoniakreductieopgave is. Vervolgens kan met managementmaatregelen de eerste ammoniakreductie worden behaald. Dit zal op veruit de meeste bedrijven onvoldoende zijn om het volledige reductiedoel te behalen. Om die reden zijn als derde stap technische innovaties nodig om ammoniak te reduceren.
Boeren die veel weiden, rijden minder mest uit en hebben daardoor veel lagere veldemissies dan boeren die opstallen en alle mest uitrijden. Dat wordt nu niet individueel gewaardeerd
Een combinatie van vakmanschap, veldmaatregelen en betaalbare techniek moet boeren de ruimte geven om dichter bij de norm te komen, zegt voorzitter Jos Verstraten van de LTO-vakgroep Melkveehouderij. ‘Managementmaatregelen als weidegang en minder eiwit voeren worden nu al ingerekend bij het bepalen van de nationale emissie (NEMA), maar dat moet ook op individueel bedrijfsniveau worden erkend.’
Met die erkenning kan een bedrijf al veel emissiereductie toegerekend krijgen en zijn minder zware en dure stalaanpassingen nodig om het doel te halen. Daarnaast pleit Verstraten ervoor om ook veldemissies via doelsturing mee te kunnen rekenen. ‘Boeren die veel weiden, rijden minder mest uit en hebben daardoor veel lagere veldemissies dan boeren die opstallen en alle mest uitrijden. Dat wordt nu niet individueel gewaardeerd.’
Meer keuzevrijheid
Ook boeren die hun mest willen bewerken en strippen, realiseren minder veldemissie, zegt de vakgroepvoorzitter. Die inspanning wordt ook niet individueel gewaardeerd. ‘Als je reductie van veldemissie uitwisselbaar maakt met stalemissie, heeft een boer meer keuzevrijheid.’ Volgens Verstraten is het daarom moeilijk uit te leggen dat een melkveehouder die zijn dieren veel buiten heeft lopen, alsnog een stalaanpassing moet doen die in de praktijk weinig extra reductie oplevert.
Toch waarschuwt projectleider Tjeerd Hoekstra van Netwerk Praktijkbedrijven dat het effect van managementmaatregelen beperkt is. Met de eerdergenoemde maatregelen realiseerden deelnemers van het netwerk in vijf jaar tijd een reductie van 15 procent, inclusief schaalvergroting en veldemissies. Bij een gelijkblijvend aantal koeien viel die reductie hoger uit. In het netwerk is ook gerekend met de stalvloeren. Veel van die vloeren zijn nu nog erkend, maar verliezen na een rechterlijke uitspraak in 2019 hun reducerende status.
Lees alle artikelen over de stikstofaanpak van het kabinet op onze themapagina
Verstraten wijst erop dat boeren met emissiereducerende stalvloeren de ammoniaknorm volgens de KringloopWijzer vaak al halen. ‘Terwijl die vloeren straks niet meer worden geteld, zien we bij projecten met stalmetingen, bijvoorbeeld op Agro-innovatiecentrum De Marke in Hengelo, dat met een ouder type stalvloer wel degelijk voldoende reductie wordt gehaald. Management heeft dus veel invloed op het resultaat van die vloeren.’
Twijfel over erkende technieken
Het vloerendebacle werpt een extra schaduw over de ammoniaknorm, vindt de vakgroepvoorzitter. ‘Melkveehouders zijn geen voorstander van kostprijsverhogende maatregelen. De grootste zorg is dat maatregelen uiteindelijk niet blijken te werken of juridisch onderuit worden gehaald. Vanuit LTO Nederland zetten we daarom in op erkenning, borging en financiële ondersteuning.’
Tegelijkertijd ziet Verstraten een belangrijke rol weggelegd voor aanpassingen aan stallen. Die aanpassingen zijn nodig om aan het emissieplafond te voldoen, stelt hij. Het kabinet heeft hiervoor 2 miljard euro gereserveerd, omgerekend is dat ongeveer 2 miljoen euro per bedrijf voor duizend bedrijven. ‘Innoveren, niet saneren. Dat heeft de sector altijd geroepen. Dan is het duidelijk waar het geld naartoe moet’, zegt de vakgroepvoorzitter.
Volgens Hoksbergen blijkt uit de Kamerbrief dat de sector het met managementmaatregelen alleen niet gaat redden. Hij ziet voor bedrijven die grote reductiestappen moeten zetten eveneens een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. Bij technieken als de Lely Sphere komt de businesscase volgens hem niet vanzelf rond.
Lees ook: Vakmanschap en innovatie nodig om scherpe ammoniakreductie te realiseren
Mest aanzuren kan een van de aanvullende technieken zijn om ammoniak te reduceren, zegt de directeur Agro Advies van Countus. Hij wijst erop dat Denemarken daar al langere tijd ervaring mee heeft. Nederland hoeft dus niet vanaf nul te beginnen, maar we moeten wel goed kijken naar de praktische toepassing, de kosten en de mogelijke risico’s. Denk aan effecten op mestkelders en beton.
Borging is cruciaal
Ook de borging is cruciaal, benadrukt Hoksbergen. Alleen wanneer duidelijk is dat een techniek correct wordt toegepast en het effect meetbaar is, kan deze meetellen in de reductieopgave. De directeur Agro Advies van Countus ziet daarom vooral kansen wanneer aanzuren professioneel wordt uitgevoerd en onderdeel vormt van een breder pakket aan maatregelen. ‘We moeten op alle technieken volle bak aan de slag.’
Richting 2035 moet daarom veel werk worden gemaakt van technieken, metingen en borging. ‘Met kale meetresultaten ben je zo drie jaar verder’, stelt Hoksbergen. Volgens hem kan de sector niet wachten tot alle plannen volledig zijn uitgewerkt, maar moet nu al worden gekeken welke technieken onder welke voorwaarden emissiereductie opleveren.
Ook Hoekstra ziet kansen in relatief eenvoudige technieken met een beperkte investering die momenteel worden onderzocht. Hij noemt roosterdruppelen en de ventilatie in stallen beperken. Voor roosterdruppelen lijkt tussen 1 maart en 30 september een reductie van 20 procent haalbaar. Dat wordt nu in de praktijk getest. Voor het beperken van de ventilatie lopen eveneens praktijkproeven. De eerste resultaten worden later verwacht.
Voor wie de norm van 0,164 kilo per fosfaatrecht niet haalt, dreigt een krimp van de veestapel. Dat moet vermeden worden en kan funest zijn. De financiering van een bedrijf is gebaseerd op een bepaalde hoeveelheid melk leveren. Een krimp van de veestapel kan ertoe leiden dat een bedrijf niet meer aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen.
Norm per hectare
Een norm per hectare of per koe zou volgens de onderliggende systematiek minder effectief zijn. Bij een norm per hectare zouden bedrijven extra grond kunnen aankopen om meer uitstootruimte te creëren. Een norm per koe houdt onvoldoende rekening met de verschillen in productie. Fosfaatrechten vormen daarentegen een begrensd systeem en sluiten aan bij de productiecapaciteit van bedrijven.
De tijd dringt, benadrukt Verstraten. ‘Het is een kip-ei-situatie waarin we zitten. Hoe langzamer de vergunningverlening op gang komt, hoe langzamer de sector in beweging zal komen. Het jaar 2035 lijkt misschien nog ver weg, maar is voor dit soort trajecten erg kort. Ik denk dat tijd op dit moment onze grootste bedreiging is.’
Van maximaliseren naar optimaliseren
Melkveehouder Leendert van Staalduijnen in het Gelderse Ermelo maakt in het kader van Netwerk Praktijkbedrijven gebruik van enkele maatregelen om de hoeveelheid ammoniak per fosfaatrecht terug te dringen. Hoewel hij nog niet weet welke normen hij uiteindelijk kan halen, vindt hij het belangrijk om samen met anderen te onderzoeken hoe agrariërs hun emissies kunnen verlagen.
De ondernemer is op zijn bedrijf met 100 Holstein-koeien op 58 hectare al actief bezig met het terugdringen van ammoniakemissies, vooral via het voerspoor. Die aanpak levert volgens hem niet alleen milieuwinst op, maar kan ook economisch aantrekkelijk zijn. Door minder eiwit te voeren, komt minder stikstof in de mest terecht. Daardoor hoeft minder mest te worden afgevoerd of is minder grond nodig om de geproduceerde mest te plaatsen.
Van Staalduijnen heeft in de afgelopen jaren minder krachtvoer gevoerd en meer gebruikgemaakt van passende bijproducten. Ook is het aantal weide-uren fors verhoogd. Dat heeft voordelen, omdat de koeien dan meer eigen gras opnemen. Wel maakt dit het sturen op eiwit ingewikkeld. Bij het monitoren van de resultaten kijkt Van Staalduijnen onder meer naar melkproductie, melkeiwit en het ureumgetal.
Toch waarschuwt de Gelderlander ervoor het ureumgetal niet als enige maatstaf te gebruiken. Zo lukte het hem vorig jaar niet om het ureumgehalte onder de twintig te krijgen, terwijl het rantsoen wel eiwitarm was. De werkwijze vraagt volgens Van Staalduijnen een andere manier van denken. ‘Maximaal melken is zo hard mogelijk voeren en zoveel mogelijk melk uit de koe halen. Optimaal melken is zoeken naar de balans tussen wat je erin stopt en wat de koe produceert.’
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Fendt 313 Vario S4 Profi Marge !!!
2017, P.O.A.
-

John Deere 5115R + 543R (MOL) #59673
Gebruikt, P.O.A.
-

John Deere 6R 215 trekker (LIE) #778489
Gebruikt, P.O.A.
-

Lemken Juwel 8 iV 4 schaar ploeg (MID) #517314
Gebruikt, P.O.A.
Vacatures
Duurzaamheidsadviseur agrarische sector
EVO Kompas - Oirschot
Financieel administratief medewerker agrarisch
Wageningen Universiteit/ Wageningen University - Meijel, Peel En Maas
Verkoper Binnendienst Glastuinbouw
KaRo BV - Zwaagdijk, Noord-Holland,
Projectmedewerker BoerenNetwerk – Natuurinclusieve Landbouw
Wij.land - Abcoude
Teamleider instroom kwekerij
IBN - Schaijk
Weer
-
Donderdag20° / 9°5 %
-
Vrijdag19° / 11°45 %
-
Zaterdag21° / 11°10 %
















