Melkveebedrijven kunnen hoog scoren op duurzaamheid en financieel prima draaien
Van de ruim duizend melkveebedrijven die Rabobank onder de loep heeft genomen, is er een kopgroep van 10 procent die zowel op het gebied van duurzaamheid als financieel prima presteert. Dat komt onder andere door aanzienlijk meer opbrengsten naast het melkgeld. De kopgroep haalt hiermee 9 euro per 100 kilo melk ten opzichte van de 5 euro die melkveebedrijven gemiddeld maken.
Uit de analyse onder de melkveehouders die bij Rabobank bankieren blijkt dat de koplopers op gebied van duurzaamheid en inkomen een aantal kenmerken vaak delen. Ze produceren extensiever en halen meer inkomsten uit andere activiteiten dan melk. Ook zijn biologische bedrijven sterk vertegenwoordigd. Opvallend is dat de koplopers een hogere financiering hebben. Maar omdat dit samengaat met sterke operationele resultaten, bereiken ze toch betere financiële resultaten.
Bij de analyse heeft Rabobank naar twee elementen gekeken: enerzijds de financiële resultaten en anderzijds de score op duurzaamheid. De duurzaamheidsbeoordeling is gebaseerd op data uit de KringloopWijzer, zegt sectormanager melkvee- en kalverhouderij Daniëlle Dijs-Duijndam van Rabobank. Voor de financiële beoordeling is eerst gekeken naar de ebitda. Dat is wat het bedrijf verdient met de dagelijkse bedrijfsvoering, vóór aftrek van rente, belastingen en afschrijvingen. Vervolgens is nog een stap verder gekeken naar de marge na vervangingsinvestering. Dat is wat er onder de streep overblijft voor de melkveehouder en het gezin.
Meer opbrengst uit andere activiteiten
Melkveebedrijven die financieel en op het gebied van duurzaamheid hoog scoren, realiseren aanzienlijk meer opbrengsten naast het melkgeld. Die inkomsten kunnen uit verschillende activiteiten komen, zoals energieproductie met monomestvergisting, verhuur, ketenintegratie zoals zelfzuivelen, recreatie, vleesproductie of vergoedingen voor maatschappelijke prestaties. Bij alle ruim duizend melkveebedrijven in de analyse bedragen de overige opbrengsten gemiddeld ruim 5 euro per 100 kilo melk. Bij de kopgroep loopt dit op tot gemiddeld ruim 9 euro per 100 kilo melk. Dat is ruim 65 procent meer dan bij de overige melkveebedrijven.
Een verrassende uitkomst is dat de koplopers gemiddeld een hogere financiering per kilo melk hebben dan de overige melkveebedrijven. Binnen de kopgroep ligt de financiering per kilo melk ongeveer 60 procent hoger in vergelijking met de overige groep melkveebedrijven. Het gemiddelde financieringsniveau van de kopgroep komt daarmee uit op meer dan 2 euro per 100 kilo melk.
Landbouwgrond
Op het eerste gezicht lijkt dat tegenstrijdig. Een hogere schuldpositie wordt vaak in verband gebracht met grotere financiële risico's. Toch gaat de hogere financiering bij deze bedrijven samen met de beste financiële resultaten. Een mogelijke verklaring is dat deze bedrijven meer kapitaal hebben vastgelegd in landbouwgrond en andere strategische investeringen die aansluiten bij hun bedrijfsmodel. Zulke investeringen kunnen de schuldpositie fors verhogen, maar tegelijkertijd ook op lange termijn het verdienvermogen versterken. Dijs-Duijndam: ‘Niet alleen de hoogte van de financiering is dus van belang, maar vooral wat een investering oplevert voor het rendement en de toekomstige ontwikkeling van het bedrijf.’
De resultaten laten zien dat veel koplopers niet alleen afhankelijk zijn van het melkgeld. Zij kiezen vaker voor een breder verdienmodel met meerdere inkomstenbronnen. Dat levert niet alleen extra opbrengsten op, maar vergroot ook de weerbaarheid van het bedrijf. In een sector waarin melkprijzen sterk kunnen schommelen, zorgt een bredere inkomstenbasis voor meer stabiliteit. Deze ontwikkeling sluit bovendien aan bij de transitie van de melkveehouderij. Activiteiten op het gebied van duurzame energie, biodiversiteit of bijvoorbeeld waterbeheer bieden steeds vaker mogelijkheden om maatschappelijke prestaties ook economisch te benutten.
Gemiddeld extensiever
Een ander kenmerk van de koplopers is hun extensievere bedrijfsvoering. Deze bedrijven produceren gemiddeld iets minder dan 13.000 kilo melk per hectare. De overige bedrijven in de analyse komen uit op een gemiddelde van ruim 20.000 kilo melk per hectare. De bedrijven die financieel en duurzaam hoog scoren, hebben dus gemiddeld meer grond in verhouding tot hun melkproductie. Dat wil niet zeggen dat een bedrijf dat goed scoort op gebied van duurzaamheid en financiën altijd een extensievere bedrijfsvoering heeft. In de kopgroep zitten ook bedrijven die meer dan 20.000 kilo melk per hectare produceren en op duurzaamheid en financiën goed scoren.
Een extensievere bedrijfsvoering kan verschillende voordelen bieden. Door grondgebondenheid is meer ruimte om zelf voer te produceren en minder noodzaak om mest af te voeren. Ook kan een extensief karakter gunstigere voorwaarden bieden voor biodiversiteit. Daar staat tegenover dat extensiveren niet automatisch leidt tot een beter financieel resultaat. Het vraagt om een passende bedrijfsstrategie, waarbij niet de maximale productie per hectare centraal staat, maar het resultaat van het bedrijf als geheel.
In de kopgroep gaat extensiever produceren vaak samen met andere kenmerken, zoals inkomsten uit aanvullende activiteiten, deelname aan een marktconcept of biologische productie. Zulke keuzes kunnen extra inkomsten of een hogere melkprijs opleveren. Uit de analyse blijkt dat deze melkveehouders het extensievere karakter verbinden aan een verdienmodel dat past bij hun bedrijf.
Biologisch geen voorwaarde
Biologische melkveebedrijven zijn sterk vertegenwoordigd in de groep die zowel financieel als duurzaam goed presteert. Na de omschakeling ontvangen biologische melkveehouders een meerprijs voor hun melk. Die kan bijdragen aan een beter financieel resultaat. Toch is biologische productie geen voorwaarde om tot de koplopers te behoren. Het merendeel van de bedrijven in de kopgroep heeft een gangbare bedrijfsvoering. Ook onder deze bedrijven zijn er veel die sterke financiële resultaten combineren met hoge duurzaamheidsscores.
Dat betekent niet dat er één route naar succes bestaat. Iedere ondernemer heeft een eigen uitgangspositie, strategie en toekomstvisie. De resultaten laten vooral zien dat financiële prestaties en duurzaamheid goed samen kunnen gaan. Daarbij gaat het niet om één afzonderlijke keuze, maar om de samenhang tussen het bedrijfsmodel, de investeringen en de inkomsten.
Het is ook zeker niet zo dat de 10 procent koplopers de enigen zouden zijn die kunnen overleven. ‘Bij de 90 procent andere bedrijven zitten bijvoorbeeld melkveebedrijven die financieel goed draaien, maar nog stappen kunnen zetten op het gebied van duurzaamheid’, zegt Dijs-Duijndam. ‘Soms is dat een bewuste keuze, bijvoorbeeld door af te wachten hoe de wetgeving precies gaat uitpakken voordat ze die stappen zetten. De overgang naar meer duurzaamheid kan (periodiek) ten koste gaan van de financiële resultaten, al zijn er ook melkveebedrijven die bepaalde investeringen uit eigen middelen kunnen doen. Dat hangt uiteraard ook van het investeringsbedrag af. Daarnaast zijn er melkveebedrijven die goed scoren op het gebied van duurzaamheid, maar financieel minder goed presteren en niet bij de kopgroep zitten.’
Kiezen wat beste past
Ieder melkveebedrijf moet dus kijken wat het beste bij de eigen situatie past. Welke investeringen dragen bij aan het toekomstige verdienvermogen? Welke aanvullende inkomsten passen bij het bedrijf en de omgeving? Hoe kan het bedrijf duurzamer werken zonder het financiële resultaat uit het oog te verliezen? Het gaat om een doordachte combinatie van investeren, grondgebondenheid, duurzaamheid en aanvullende inkomsten die bijdragen aan een sterk en toekomstbestendig verdienmodel.
Om dit mogelijk te maken, lijkt het ook nodig om eens te kijken naar de marge na vervangingsinvestering. Tot enkele jaren geleden was het gebruikelijk om daarvoor 3 euro 100 kilo melk als uitgangspunt te nemen. Dijs-Duijndam vindt het van belang om hier een hoger bedrag aan te houden. ‘Vanwege zowel de noodzaak tot extra investeringen als vanwege de hogere niveaus en volatiliteit van de melkprijzen. Het is goed om reserves te hebben om een periode van lage melkprijzen op te kunnen vangen.’
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Fendt Cutter 2940 FVP
2023, P.O.A.
-

New Holland T4.100 N
2025, P.O.A.
-

New Holland TN75VA
2005, P.O.A.
-

Cappon onbekend
Gebruikt, P.O.A.
Vacatures
Verkoper Binnendienst Glastuinbouw
KaRo BV - Zwaagdijk, Noord-Holland,
Projectmedewerker BoerenNetwerk – Natuurinclusieve Landbouw
Wij.land - Abcoude
Teamleider instroom kwekerij
IBN - Schaijk
Weer
-
Zaterdag19° / 13°0 %
-
Zondag22° / 11°5 %
-
Maandag25° / 14°20 %














