Stikstof en dierenwelzijn in de veehouderij: van bedreigingen naar kansen

De veehouderij staat voor grote duurzaamheidsuitdagingen. Dat is niet nieuw, veehouders hebben al vaker emissiereducties en dierenwelzijnsmaatregelen doorgevoerd. Als duidelijk is wat er moet gebeuren en alle randvoorwaarden op orde zijn, kunnen de meeste veehouders de nodige veranderingen doorvoeren. Maar juist aan duidelijkheid ontbreekt het bij stikstof al vele jaren. Dat zorgt voor langdurige onzekerheid over de toekomst.

Stikstof+en+dierenwelzijn+in+de+veehouderij%3A+van+bedreigingen+naar+kansen
Dierenbescherming
© Dierenbescherming

Daarom is het belangrijk om deze uitdagingen in samenhang aan te pakken. Niet alleen vanuit beleid en regelgeving, maar ook vanuit de praktijk. Wat is haalbaar, welke keuzes kunnen elkaar versterken en welke nieuwe verdienmodellen bieden perspectief? Tijdens het Deltaplan Veehouderij Event op maandag 2 november in het Utrechtse Bunnik kunnen veehouders, adviseurs, onderzoekers en andere betrokkenen hierover met elkaar in gesprek gaan en ideeën opdoen voor hun eigen praktijk.

Sinds de Raad van State in mei 2019 het bestaande stikstofbeleid afkeurde, verkeren veel veehouders in grote onzekerheid over de toekomst van hun bedrijf. Ook de stikstofvoorstellen die landbouwminister Jaimi van Essen in juni 2026 presenteerde, roepen naast voorzichtige positieve reacties felle kritiek op. Binnenkort volgt een nadere uitwerking. Hopelijk biedt die veehouders meer duidelijkheid en vertrouwen om verdergaande stappen te zetten.

Convenant

Op het gebied van dierenwelzijn zijn inmiddels wel concrete afspraken gemaakt over de stappen richting 2040. Landbouworganisaties, levensmiddelenindustrie, retailers, overheid en Dierenbescherming hebben hiervoor het convenant ‘Stappen naar een dierwaardige veehouderij’ gesloten. Deze afspraken gaan ook veel van veehouders vragen, maar hier is afgesproken dat een nieuwe, onafhankelijke Autoriteit Dierwaardige Veehouderij de voortgang gaat monitoren en aangeeft of een volgende stap technisch en economisch gezien haalbaar is. Als doelen duidelijk zijn en de randvoorwaarden op orde, kan elke veehouder in een duurzaam ondernemersplan aangeven welke stikstof- en dierenwelzijnsstappen hij de komende jaren kan zetten binnen zijn huidige bedrijfsvoering. Als er meer nodig is of als het sneller moet, dan moet het geld van de overheid of uit de markt komen.

Ook kan het in onzekere tijden helpen om zelf te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn. Wat past bij de bedrijfsvoering, welke investeringen zijn nodig en welke keuzes bieden perspectief voor de lange termijn? Er zijn al ondernemers die laten zien hoe maatregelen voor dierenwelzijn, natuur en emissiereductie elkaar kunnen versterken. Genomineerden voor de Deltaplan Veehouderij Awards zijn hiervan mooie voorbeelden. Vaak leveren zulke keuzes ook voordelen op voor het bedrijf, bijvoorbeeld lagere kosten, een ander verdienmodel en meer werkplezier.

Een aantal voorbeelden:

  • Meer weiden kan voordelen bieden voor zowel dierenwelzijn als emissies. In de wei vallen mest en urine gescheiden, wat leidt tot minder ammoniak. Vers, vooral jong gras eten kan daarnaast invloed hebben op de methaanuitstoot. Koeien zelf laten grazen kan voordeliger zijn dan gras maaien en naar de stal brengen.
  • Kruidenrijk grasland is een andere mogelijkheid. Vlinderbloemigen binden stikstof in de bodem en kunnen zo bijdragen aan minder kunstmestgebruik. Het kan zorgen voor meer ruw eiwit in het ruwvoer, waardoor minder krachtvoer nodig is. Ook de aanwezigheid van mineralen, vitaminen en sporenelementen kan bijdragen aan de diergezondheid.
  • Bij het terugdringen van ammoniak worden vaak luchtwassers geplaatst. Ook kan worden gekeken naar het voorkomen van emissies in plaats van alleen het reinigen van stallucht. Zo zijn er systemen die mest en urine direct scheiden en afvoeren. Dat kan de ammoniakvorming beperken en de luchtkwaliteit in de stal verbeteren, voor dieren én hun verzorgers. Voor verschillende diersoorten zijn hiervoor systemen beschikbaar of in ontwikkeling.
  • Voor veehouders in of bij natuurgebieden kan extensiveren een mogelijke route zijn. Minder dieren houden of dieren op meer grond houden kan bijdragen aan minder ammoniak en meer ruimte voor natuurlijk gedrag. Dat vraagt wel om een passend verdienmodel. Extra land verwerven of minder dieren houden zijn lastig en duur, maar kunnen met subsidie, speciale leningen of grondruil toch interessant zijn. Ook een overstap naar bijvoorbeeld biologisch of het Beter Leven-keurmerk kan onderdeel zijn van een andere bedrijfsstrategie.
  • Ook een lagere productie per dier kan onderdeel zijn van een toekomstgerichte bedrijfsvoering. Bij melkvee kan bijvoorbeeld worden gekeken naar een langere levensduur, een lagere melkgift en een langere tussenkalftijd. Dat kan de belasting voor de koe verminderen en de kosten voor jongveeopfok verlagen.
  • Tot slot kunnen verbreding en andere verdienmodellen helpen om keuzes voor extensivering of een andere bedrijfsvoering mogelijk te maken. Denk aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer, agroforestry, verkoop aan consumenten, een theetuin of kinderopvang. Ook het telen van andere gewassen kan een mogelijkheid zijn, zoals De Nieuwe Melkboer, die sojabonen teelt voor de productie van yoghurt en andere producten.

Kortom, hoe geef je als veehouder richting aan verandering? Welke kansen zien andere ondernemers, onderzoekers en adviseurs? Tijdens het Deltaplan Veehouderij Event van de Dierenbescherming op 2 november in Bunnik staan deze vragen centraal. Bezoekers doen nieuwe inzichten op, inspiratie en praktische ideeën om zelf verder te bouwen aan een toekomstbestendige veehouderij.

Dit artikel is gecreëerd door onze kennispartner Dierenbescherming

Dierenbescherming

De Dierenbescherming zet zich in voor een beter leven van alle dieren in Nederland. Daarom streven we onder andere naar een dierwaardige en integraal duurzame...

Lees verder »

Meer van Dierenbescherming

Meer artikelen van Dierenbescherming »

Artikelen over Dierenbescherming