Familie Wilpshaar groeit in Canada: 500 koeien en robotmelken
Herco en Kirstin Wilpshaar boeren al acht jaar in Alberta, Canada, en zijn klaar voor de volgende stap in de ontwikkeling van hun bedrijf.
‘We gaan verdubbelen naar 500 melkkoeien,’ vertelt Herco, die daarbij vol overtuiging kiest voor Lely-robots. ‘Ik ben 46 jaar, ik kan nog één keer gek doen.’
Van Hardenberg naar Alberta – waarom de Wilpshaars kozen voor Canada
Herco en Kirstin hadden in Nederland eigenlijk een prachtig bedrijf. In de buurt van Hardenberg bezaten ze een gemengde boerderij met melkvee en akkerbouw. Er gingen zo’n 180 melkkoeien door de melkstal, het voer voor de koeien konden ze helemaal zelf verbouwen en ook 40 hectare aardappelen en 10 hectare bieten hoorden bij de onderneming. Genoeg omvang en uitdaging voor een toekomstbestendig bedrijf, zou je zeggen. ‘Maar de groei was er wel uit,’ vertelt Herco over de situatie rond 2016. ‘Het ondernemersklimaat in Nederland was op zijn retour, vond ik, en de regelgeving hielp ook niet mee.’ Ondanks dat het bedrijf een mooie uitbreiding had gemaakt en het financieel goed draaide, was Herco niet de man om ‘op de winkel te passen’. ‘We konden geen stappen meer zetten om te groeien. Ik was echt op zoek naar een nieuwe uitdaging.’
Vrijheid, ruimte en een vleugje Westen – het leven op de prairie
De keuze viel eigenlijk al vrij snel op Canada, geeft de ondernemer aan. ‘Natuurlijk denk je wel even aan Denemarken of Zweden; dat is dichterbij en het was veel voordeliger geweest om daar een bedrijf op te zetten. Maar qua regelgeving konden we volgens ons dan net zo goed in Nederland blijven.’
Herco had voor zijn opleiding ooit in Canada stagegelopen en was altijd aan de uitgestrektheid en de mogelijkheden van het land blijven denken. ‘Toen was ik eigenlijk al verkocht. Het is een prairie met westerse inslag,’ vat hij samen. ‘Het klimaat en de natuur zijn prachtig, we zitten heel dicht bij de Rocky Mountains. Rondom het bedrijf is volop ruimte, zo groots en met veel vrijheid. De voorzieningen zijn echter wel heel westers.’

Ook het woonhuis voldeed aan de moderne eisen. ‘Wel zo prettig voor mijn vrouw en drie kinderen, inmiddels zijn het er trouwens vier,’ voegt Herco toe. ‘Het gaat niet werken als je in een oude rotzooi moet wonen. Zo’n stap is makkelijker te zetten wanneer het in huis allemaal af is.’ Kirstin beaamt dat. ‘We hadden het al eens eerder gehad over emigratie naar Canada. Onze vakanties naar Canada voelden als thuiskomen,’ herinnert ze zich. Met de komst van de kinderen verschoof het idee om te emigreren wat naar de achtergrond. ‘Totdat emigratie voor Herco toch weer serieus werd. Ik schrok in eerste instantie, maar nadat we het zakelijk en privé goed hadden onderzocht, zijn we samen het avontuur aangegaan.’
In februari 2016 zetten ze het bedrijf in Nederland te koop; in december was de verkoop rond. ‘Het was best een lastige tijd met fosfaatrechten en reductieregelingen. Het was voor de Canadese bank ook moeilijk te begrijpen dat er nog geld van verkochte fosfaatrechten onderweg was,’ blikt Herco terug. Toch konden ze al snel een boerderij in Alberta aankopen. ‘Een vrij nieuw bedrijf, dat in 2013 was gebouwd en een carrouselmelkstal had.’
Canada is een duur land om te gaan boeren. ‘Je moet rekenen op zo’n 100.000 Canadese dollars voor quotum, koeien, gebouwen enzovoort voor het melken van één koe.’ Omgerekend is dat zo’n € 65.000. ‘We hadden echter ook het geluk dat we een goedlopend bedrijf in Nederland konden verkopen.’
Starten met 250 melkkoeien, bouwen voor 1.000 – een bedrijf klaar voor groei
Bij Wilpshaar Dairy werden 250 koeien gemolken, terwijl de hele opzet is ingericht op 1.000 koeien. ‘We zijn begonnen met één stal voor 250 koeien, maar konden er nog drie bijbouwen.’ Een locatie met korte looplijnen en heel efficiënt ingericht, vat de melkveehouder samen. ‘Het was een dure opzet, die de vorige eigenaar niet rendabel kreeg. Wij hebben meteen een flinke portie quotum erbij gekocht om vooral te gaan melken om rendement te draaien.’
Canada werkt al jaren met een quotumsysteem, gebaseerd op de dagproductie van botervet. Daarmee houdt de sector vraag en aanbod in balans en wordt een goede melkprijs gegarandeerd. ‘Elke koe geeft bij een productie van 25 liter zo’n 1 kilo botervet per dag. Bij ons zitten de koeien op 1,8 kilo botervet per dag,’ aldus Herco, die inmiddels acht jaar na hun emigratie toe is aan de volgende stap. ‘Onze stallen zitten overvol. We bouwen nu een tweede stal, zodat we straks 500 koeien gaan melken.’
Van melkstal naar robotmelken, de switch die alles veranderde. Een enorme investering, zeker omdat Herco koos voor maar liefst acht Lely-melkrobots. ‘Dat is nog weer een nieuwe uitdaging,’ lacht hij. Toch was het geen gemakkelijke beslissing. ‘Nee, ik zag melkrobots nooit zitten, ik zag de meerwaarde niet. Stuur mij maar naar de Verenigde Staten, dacht ik, dan zie je pas hoe je goedkoop kunt melken.’
Maar juist daar zag Herco dat, net als in Nederland, steeds vaker de keuze voor robots gemaakt wordt. ‘Arbeid is een ding. Bij drie keer daags melken eindigt een melkbeurt midden in de nacht; dat wil eigenlijk niemand meer.’ Thuisgekomen ging hij daar zelf over nadenken. ‘We hebben goed personeel en we melken prima drie keer per dag. Maar als je van 250 naar 500 koeien groeit, wordt dat pittig.’ De keuze om te groeien zorgde er dan ook voor dat Herco een andere rol binnen het bedrijf zou gaan krijgen, zo realiseerde hij zich. ‘Ik ben eigenlijk een meewerkend voorman: overal op het bedrijf ben ik bij betrokken. Maar bij verdubbeling én gangbaar melken zou dat anders worden.’
Die gedachte betekende dat hij minder met de koeien bezig zou zijn en meer zou moeten managen. ‘Maar ik wil in de overall tussen de koeien blijven werken, met elkaar een goed resultaat halen. De melkrobots geven mij deze ruimte, zodat ik dit kan blijven doen. Plus: we hebben het voordeel dat we met de robots de koeien veel beter individueel kunnen managen. Daarmee zijn we met robots efficiënter dan met een gangbare melkstal.’
Arbeid slimmer inzetten – hoe robots arbeid en efficiëntie combineren
Hij verwacht zelfs dat hij minder arbeid nodig heeft bij de komende verdubbeling van de veestapel. ‘Met gangbaar melken zouden we 23 uur arbeid per dag moeten inkopen. Reken alleen al twee mensen die drie keer per dag drie uur melken; dat is ruim 18 uur per dag. Met de robots verwacht ik straks terug te kunnen naar 15 uur per dag om het bedrijf draaiende te houden. Daar zit een hele grote winst. Streep je de factor arbeid weg, dan kom ik met robots voordeuit. Ja, ik denk dat we aan het eind van de rit met de robots goedkoper melken dan met de melkstal.’
En dan heeft Herco het nog niet eens over de ergonomische voordelen die robotmelken oplevert. ‘Ik zie jonge melkers na een paar jaar versleten raken. Ik heb er moeite mee om het personeel dat te laten doen; dat wil je zelf toch ook niet?’
Data als sleutel tot succes – waarom Lely meer is dan alleen een robot
Op deze manier werken stelt overigens wel eisen aan de medewerkers, geeft Herco aan. ‘Wij zoeken mensen die passie voor de koeien met ons delen en samen willen werken aan een beter resultaat. Ons doel is 2 kilo botervet per koe per dag. We zaten er al dichtbij en ik denk dat we dat met de robots kunnen halen.’ ‘Met de robots kunnen we de koeien makkelijk in groepen verdelen. Denk aan een oudmelkte groep, vaarzen en een groep met hoogproductieve koeien. We kunnen zo efficiënter voeren en slimmer melken. De vraag is hoe we er samen meer uit kunnen halen.’ Over de keuze van het merk robots was Herco snel overtuigd. ‘Het FMS, Farm Management Support van Lely, heeft me getriggerd. Daar komt zoveel informatie en data uit; dat helpt om te sturen en ons doel te bereiken.’ Hij geeft aan dat vooral de ‘company behind’ het automatische melksysteem de doorslag heeft gegeven bij zijn keuze. ‘Ik denk dat alle merken wel kunnen melken, maar het gaat mij vooral om de begeleiding.’
Om zich voor te bereiden op de komst van de robots heeft Herco zijn voeradviseur al vroegtijdig bij het proces betrokken. ‘Hij was eerst niet zo enthousiast, maar speelt een belangrijke rol bij het halen van onze doelstelling. Dus hij is op uitnodiging van Lely naar de VS gegaan, heeft zich het systeem ook eigen gemaakt en kwam enthousiast terug.’
Investeren in de toekomst – een bedrijf voor de volgende generatie
De verdubbeling van het bedrijf ziet Herco als een mooie uitdaging. ‘Ik ben 46 jaar, ik kan nu nog een keer gek doen,’ zegt hij met een glimlach. ‘Als onze kinderen een toekomst op dit bedrijf willen hebben, moet ik deze stap zetten.’

Dan, serieuzer: ‘Ik verdien meer door dit níet te doen. We horen nu bij de bedrijven van bovengemiddelde omvang en draaien heel goed. Maar als ik niets doe, horen we over vijf of tien jaar bij de afvallers. De schaalvergroting gaat door, maar ook de trend om zo goedkoop mogelijk melk te produceren.’ Al met al is het een hele investering. Naast het gebouw en de robots moet er nog 150 kilo quotum bijkomen om 500 koeien te kunnen melken. ‘De bank vraagt dan hoe de kosten de komende vijf jaar eruit gaan zien.’ Dat lijstje had Herco paraat en hij had ook al met zijn robotleverancier overlegd. ‘We hebben een onderhoudscontract voor 10 jaar afgesloten. Nee, dat gaan we niet zelf doen; dat moet goed en dus door vakmensen gebeuren. Als je zo’n kostenberekening aan de bank kunt laten zien, zijn ze om. Maar het is wel duidelijk dat we rendement moeten draaien.’
Het is de sport om eruit te halen wat erin zit, geeft Herco aan. ‘Efficiënter en scherper: dat deden we in Nederland al en hier ook weer.
De omstandigheden zijn anders, maar het doel is hetzelfde gebleven.’
Familie Wilpshaar houdt 380 melkkoeien op een areaal van 240 hectare. De gemiddelde melkproductie bedraagt 40 liter per koe, met gehalten van 4,40 procent vet en 3,34 procent eiwit.
Auteur: Alice Booij, foto’s zijn van de familie zelf. Artikel komt uit de Passie 2025 van Lely Cent.
Dit artikel is gecreëerd door onze kennispartner Lely Nederland
Lely
Als internationaal familiebedrijf in de agrisector zijn we dagelijks bezig het leven van veehouders aangenamer te maken met innovatieve oplossingen en gerichte...
Lees verder »










