Waterteelt kan toekomst bieden voor snijbloemen
Stijgende gasprijzen, de Kaderrichtlijn Water die in 2027 van kracht wordt en veranderende regels rondom gewasbescherming dwingen telers van snijbloemen tot aanpassingen. Telen op water kan een stap naar de toekomst betekenen.
Met vooruitziende blik startte Vertify al in 2016 met proeven om snijbloemen op water te telen. Het meest recente project richtte zich op chrysanten, matricaria en lisianthus en werd in 2023 afgerond. Jasper Schermer was projectleider. ‘Het hoofddoel is om de teelt letterlijk de grond uit te krijgen’, legt hij uit. ‘Snijbloemen los van de bodem telen, zoals in andere tuinbouwgewassen al gemeengoed is, kent flink wat voordelen. Met teelt op water heb je geen emissie van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater. Daarnaast wordt de druk van schimmels en bodeminsecten weggenomen.’
En er zijn nog meer voordelen, zowel op milieugebied als aan de kostenkant. Veel telers ontsmetten bijvoorbeeld de bodem door te stomen: water wordt tot 105 graden Celsius verhit en in de grond geïnjecteerd. Dat proces kan tot 5 kuub gas per vierkante meter vergen, en dat twee tot drie keer per jaar. Schermer: ‘Reken maar uit wat dat kost bij 500 hectare, zeker met de huidige gasprijzen. En als we afscheid willen nemen van fossiele energie, kan dat sowieso niet meer.’
Praktisch voordelen
De proeven tonen aan dat waterteelt ook praktische voordelen biedt, meldt Schermer. ‘We telen vrijwel substraatloos en hergebruiken het water, inclusief alle meststoffen, telkens opnieuw. We hebben hier acht jaar geteeld op hetzelfde water zonder grote problemen. Ook is de teelt over het algemeen enkele dagen sneller en werkt het ergonomischer: het planten en de verwerking van de oogst kan staand worden gedaan.’
We telen vrijwel substraatloos en hergebruiken het water, inclusief alle meststoffen; we hebben hier acht jaar geteeld op hetzelfde water zonder grote problemen
De teelt uit de grond halen voelt tegennatuurlijk, maar Schermer verwacht dat telers er op termijn voor openstaan. ‘Uiteindelijk zijn het ondernemers die een goed resultaat willen. De businesscase moet het succes bepalen’, zegt hij. ‘Tegelijkertijd kan de sector niet afwachten. De Kaderrichtlijn Water schrijft voor dat emissies naar het oppervlaktewater per 2027 moeten worden beperkt. Substraatleveranciers hebben het lastig, en door internationale spanningen worden grond- en brandstoffen steeds duurder. Er zit van alle kanten druk op de praktijk. Wij proberen met deze tests perspectief te bieden.’
Microklimaat
Tijdens de tests kwamen belangrijke inzichten aan het licht, met name rond het microklimaat. Schermer: ‘Bij eerdere proeven zagen we onverklaarbare achterblijvers met vergeling en afwijkende groei. We dachten eerst aan lichtproblemen, omdat de problemen zich vooral in de zomer voordeden. Extra licht wegschermen leek te helpen, maar leverde ook lagere takgewichten op. Het voelde niet als de juiste oplossing. Uiteindelijk kwamen we uit op de gedachte om het microklimaat onder de loep te nemen, wat leidde tot de oplossing. Tussen de grondteelt en de teelt op drijvers zitten grote verschillen.’
In grondteelt wordt de instraling op de teeltaarde geabsorbeerd en omgezet in warmte. Door deze warmte verdampt ook vocht uit de grond. Deze warmere en vochtigere lucht is ideaal voor de groei. Bij teelt op witte drijvers is dit niet zo. Het inkomende licht wordt gereflecteerd. ‘Hierdoor ontvangt het gewas tot 50 procent meer licht, terwijl weinig vocht rond het gewas aanwezig is. De planten ontvangen dus meer licht maar staan in een schraler klimaat en sluiten als reactie de huidmondjes; het gewas staat stil, verdampt niet meer maar warmt door het inkomende licht verder op, wat tot afbraak van het chlorofyl kan zorgen’, legt Schermer uit.
Ondanks dat er op water geteeld wordt, verdampt dit nauwelijks. Om algengroei te voorkomen, dekken de drijvers het water zoveel mogelijk af. Het onderzoek gebruikte sensoren en meetapparatuur om de bladtemperatuur te meten en daarop de nevelinstallatie aan te sturen om het vocht tussen het gewas op peil te houden. ‘Dit is vooral belangrijk in de eerste teeltfase, waarbij de planten de drijver nog niet bedekken. Daarna zorgen de planten door verdamping zelf voor een klimaat.’
Andere inzichten
Het vraagt om andere inzichten en andere manieren van telen. Het behouden van klimaat is vooral bij de start cruciaal. Schermer: ‘Nu we weten waar het door komt, kunnen we de teeltsturing daarop aanpassen. Door te besparen op energie, water en gewasbescherming is de teelt aantoonbaar duurzamer. Dat belang reikt verder dan kostenreductie. Het is ook belangrijk voor het imago.’
Zo kreeg de lelieteelt een reputatieprobleem door middelengebruik en ook in andere teelten wordt gewerkt om inzet van chemie en energie te beperken. ‘Wij zien dit systeem als extra grote stap naar de toekomst. Consumenten accepteren bepaalde praktijken niet meer zo makkelijk als vroeger. Telers willen liever niet spuiten, maar om uitval te voorkomen moeten ze dat nu nog wel. Tijdens onze proeven hebben we geen enkel fungicide toegepast en dat is zeker niet onbelangrijk.’
De volgende fase is een proefopstelling die de praktijk nabootst, inclusief een uitgewerkte businesscase. ‘Doel is dat telers meteen aan de slag kunnen. Dat vraagt de nodige investeringen, maar we denken dat de businesscase ontzettend interessant kan worden met alle regelgeving en stijgende kosten. Bovendien maakt de techniek meerlagenteelt mogelijk’, aldus de projectleider. Met de torenhoge Nederlandse grondprijzen is het aantrekkelijk om je teeltareaal te vergroten op hetzelfde oppervlak. ‘Tulpen werden vroeger ook altijd in de volle grond geteeld en nu komt een groot deel van die stelen uit meerlagenteelt. Ik voorzie een gezonde toekomst voor teelt op water.’
Vervolg op teeltproject gaat dit najaar van start
De volgende teeltronde van snijbloemen op water staat gepland voor het najaar van 2026. Projectleider Jasper Schermer van Vertify: ‘We hopen in september te starten en tot in 2028 door te gaan. We schalen dan op naar 400 vierkante meter en de tests vinden plaats op een praktijkbedrijf in het Westland. Dat is een groot voordeel, want daar komen telers toch makkelijker kijken dan bij de proef in Zwaagdijk. En het versterkt de samenwerking tussen theorie en praktijk. We proberen zoveel mogelijk ronden te telen, zodat we in praktijk kunnen laten zien wat mogelijk is met deze teelt op water.
De onderzoekers proberen in de nieuwe proefopstelling zo veel mogelijk data vast te leggen, zoals water-, meststoffen- energieverbruik. ‘Verder is het belangrijk om aan te tonen wat we met die input kunnen oogsten.’ Het project moet laten zien dat het systeem in de praktijk echt toepasbaar is, inclusief de financiële onderbouwing. ‘Daarna is het aan de telers om er mee verder te gaan en de lessen toe te passen binnen hun bedrijf’, stelt Schermer.
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

JOHN DEERE X950R 54" HOOGLOSSER ZITMAAIER (LIE) #781075
Gebruikt, P.O.A.
-

John Deere 6R 250 trekker (REU) #778488
Gebruikt, P.O.A.
-

John Deere 6M 165 (BRU) #695499
Gebruikt, P.O.A.
-

JOHN DEERE X350R ZITMAAIER 42" (LIE) #781580
Gebruikt, P.O.A.
Vacatures
Onderzoeker Agro-ecologie en Biodiversiteit
Louis Bolk Instituut - Bunnik
Onderzoeker Melkveehouderij
Louis Bolk Instituut - Bunnik
Voorzitter van de landelijke vakgroep Vleesveehouderij
LTO Nederland - NL
Agriwerker
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw - Munnekezijl, Noordoost-Friesland
Agrarisch Onderzoeker/Projectleider
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw - Munnekezijl En Nieuw Beerta
Weer
-
Maandag24° / 16°5 %
-
Dinsdag24° / 16°5 %
-
Woensdag25° / 15°5 %















