Agrosector+probeert+vooruit+te+kijken+bij+klimaatverandering
Achtergrond
© Twan Wiermans

Agrosector probeert vooruit te kijken bij klimaatverandering

De akkerbouw en andere open teelten merken in Nederland de gevolgen van klimaatverandering als eerste. Telers zijn van nature geneigd hun teelten aan te passen en doen dat ook. Maar gaan die aanpassingen ver genoeg? De sector probeert verder vooruit te kijken.

De Maas slokt half juli in rap tempo grasland, mais en akkerbouwpercelen op. Dikke vette pech, die niet per se samenhangt met klimaatverandering, benadrukt Edwin Michiels, LTO-portefeuillehouder Klimaat en akkerbouwer in het Limburgse Melderslo.

Zelf heeft Michiels ook een paar hectare onder water staan. Hij wil de discussie graag zuiver houden. Het moet nu eerst gaan over het bieden van hulp. Maar hij is ervan overtuigd dat telers zich zullen moeten voorbereiden op een veranderend klimaat.

'Of wij nu naar de rechtstreekse gevolgen van klimaatverandering kijken, wordt nog onderzocht. Maar dat wij vaker te maken krijgen met weersextremen staat vast', stelt Michiels. 'Boeren merken de gevolgen allang. Je kunt dat niet meer afdoen met: 'Droogte en zware buien zijn van alle tijden'. Alle voorspellingen wijzen erop dat frequenties toenemen.'

De beregeningscapaciteit is voor akkerbouwers maar een deel van de oplossing

Gea Bakker, sectormanager Akkerbouw bij Rabobank

De akkerbouwer merkt dat vooral ondernemers in gebieden die herhaaldelijk zijn getroffen door extremen over oplossingen nadenken. Elders zien telers weersextremen vooral als het risico van het vak.

'Wat dat betreft is niets menselijks boeren vreemd', reageert Timo Brinkman van het Verbond van Verzekeraars, waarbij ook weersverzekeraars zijn aangesloten. 'Boeren kennen de risico's per perceel en spelen daar van nature op in. Maar met de veranderingen in weerpatronen zul je verder vooruit moeten kijken. Mensen voelen pas urgentie om in actie te komen, als ze de gevolgen om zich heen zien.'


Over de grens kijken

Brinkmans advies: 'Kijk verder weg, ook over de grens. Wees voorbereid.' Het aantal deelnemers aan weersverzekeringen stijgt, maar ook de schades worden groter. 'Telers zullen in actie moeten komen, anders is schade straks niet meer verzekerbaar. Een verzekering is slechts een sluitpost.'

Het is lastig om klimaatverandering te vertalen naar een concrete dreiging, omdat veranderende weerpatronen zich slecht laten voorspellen. Gemiddeld enkele dagen extra per jaar met temperaturen boven de 30 graden of met meer dan 25 millimeter neerslag, uitgesmeerd over dertig jaar, klinkt niet als een grote verandering. Het is die orde van grootte waar het KNMI rekening mee houdt.


Tekst gaat verder onder kader.

Serie over klimaatverandering

Ons klimaat verandert als gevolg van opwarming van de aarde. Boeren en tuinders ervaren als geen ander de gevolgen. Droogte, hitte en extreme neerslag zijn verschijnselen waar ze rekening mee moeten houden. Daarom is dit thema gekozen voor de zomerserie 2021. Wat betekent klimaatverandering wereldwijd voor het platteland? Verschuift de voedselproductie? Gaan we andere gewassen verbouwen? Waar zijn de problemen het grootst? Zijn er kansen? In deze serie artikelen over hoe wereldwijd op klimaatverandering wordt ingespeeld.

Toch maakt het de risico's wel degelijk groter. Al was het maar omdat de variatie van plaats tot plaats en van jaar tot jaar zal toenemen. Het weer wordt grilliger.

Hoe vertaal je dat naar het risico voor telers? Onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) ontwikkelden een stresstest die een indruk geeft van de financiële risico's. 'In verschillende projecten hebben we daar de afgelopen jaren ervaring mee opgedaan', vertelt projectleider Daan Verstand.

Voor meerdere bouwplannen en regio's zijn de economische risico's doorgerekend voor telers die geen maatregelen nemen. Verstand: 'We kijken naar de kans dat een bepaalde weersgebeurtenis zich in een regio voordoet. Die vermenigvuldigen we met de schade in euro's. Komt die bewuste klimaatfactor drie keer per dertig jaar voor en veroorzaakt het 100 euro schade per hectare, dan is het risico omgerekend 10 euro per hectare.'


Impact verschilt

De uitkomsten verschillen per teelt en regio en kennen een grote spreiding. Die brandbreedte houden de WUR-onderzoekers aan, omdat percelen, rassen en teeltomstandigheden verschillen. Daardoor zal ook de impact verschillend zijn. De KNMI-scenario's drukken de zwaarste stempel op de uitkomst.

Bij een doorrekening van een noordelijk akkerbouwbedrijf van 140 hectare, met pootaardappelen, wintertarwe, suikerbieten en zaaiuien, blijft de schade door veranderend weer in het beste geval beperkt tot 180 euro per hectare per jaar. In het meest extreme KNMI-scenario kan de schade oplopen tot 3.200 euro per hectare, een verlies van maar liefst 60 procent aan bruto-inkomsten.

Dat verlies komt vooral door het grote aandeel pootaardappelen, dat een derde van het bouwplan inneemt, een hoog saldo geeft en relatief gevoelig is voor klimaatextremen. Ook vanwege de ziektedruk.


Doorrekenen bouwplannen

Ook in andere doorgerekende bouwplannen in andere delen van Nederland zijn het de aardappelen die een zware stempel drukken, op de voet gevolgd door uien. Opmerkelijk is dat er voor suikerbieten en granen juist iets positievere teeltomstandigheden lijken te ontstaan. Bieten profiteren van een langer groeiseizoen, granen van de kleinere kans op lange natte periodes in de zomer.

Meer dan de grote lijnen schetsen doet de stresstest niet. 'Wat het in elk geval laat zien, is dat ook bij lichte klimaatveranderingen de schade gemiddeld genomen al gauw duizenden euro's per bedrijf per jaar bedraagt', zegt Verstand. 'En dan is verzilting nog niet meegenomen in de cijfers. Bij toenemende droogte en een minder gelijkmatige verdeling van neerslag zal ook die schade toenemen.'


Frequenties van extreme droogte en zware buien zullen toenemen.
Frequenties van extreme droogte en zware buien zullen toenemen. © Han Reindsen

Verstand merkt dat deelnemers bij de doorrekeningen het liefst meteen ook willen rekenen aan oplossingen. Dat gebeurt in andere projecten. Een van de maatregelen die de gevolgen van droogte en wateroverlast enigszins kan dempen, is werken aan een weerbare bodem.


Robuustere rassen

En veredelaars werken aan robuustere rassen die beter bestand zijn tegen weersextremen en ziekten en plagen die profiteren van een veranderend klimaat. Verder is er, aangezwengeld door de afgelopen droge jaren, veel aandacht voor de waterhuishouding.

Rabobank kwam deze maand met een rapport over waterbeheer in de akkerbouw. De bank spoort telers aan breed na te denken over hun watervoorziening. 'We zien dat de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in beregeningsapparatuur', zegt Gea Bakker, sectormanager Akkerbouw. Het aantal bedrijven dat beregening toepast, steeg in 2018 ineens van gemiddeld 25 naar 45 procent.

Toch is al die beregeningscapaciteit maar een deel van de oplossing, waarschuwt de bank. 'Naast het financieren van bronnen en haspels, gaan we met klanten het gesprek aan over de watervoorziening in de toekomst. Want de beschikbaarheid van water is niet vanzelfsprekend. Zo zien we steeds vaker beregeningsverboden en steeds meer discussie over de onttrekking', laat Bakker weten.


Akkerbouw staat laag op de lijst

'De akkerbouw heeft een lage positie in de verdringingsreeks, ofwel andere toepassingen krijgen voorrang wanneer schaars water moet worden verdeeld. Je zult dus verantwoord met water om moeten gaan', vervolgt de Rabobank-sectormanager. De bank wijst in zijn rapport op waterbesparende maatregelen zoals druppelirrigatie. En op nieuwe technieken zoals peilgestuurde drainage.

Ook Michiels heeft met zijn regionale akkerbouwstudieclub de resultaten van de stresstest voor het zuidoosten besproken. 'Hoewel je nooit recht doet aan individuele situaties, geeft het stof tot discussie. Daar is het mij dan ook vooral om te doen. We moeten het gesprek aangaan.'


Samenwerken

Bij Michiels in het gebied zijn ze bijvoorbeeld aan het kijken of ze een gezamenlijke ringleiding kunnen aanleggen, legt de akkerbouwer uit. 'Dan kun je met één pomp energiezuinig meerdere percelen van water voorzien. Dat kan met elektrisch beregenen, waarbij je dus meteen bezig bent met klimaatmitigatie door de CO2-uitstoot te verlagen.'

Verspreid over Nederland lopen projecten waarin op gebiedsniveau wordt nagedacht over waterberging. Rabobank onderstreept in zijn rapport nog eens het belang van die integrale aanpak. 'Waterrestricties zijn een onzekere factor voor bedrijven. Er worden zelfs Kamervragen gesteld over het verbruik van water per teelt. Dan moet je dus blijven uitleggen wat je doet en laten zien dat je verantwoord en efficiënt met water omgaat. Want het kunnen beschikken over water is niet vanzelfsprekend', aldus Bakker.

Wat vaak terugkomt als het gaat om klimaatverandering, is het woord weerbaarheid. Daarbij gaat het om bodem en gewassen, maar ook om financiën. Michiels: 'Je zult je moeten afvragen: 'Welke risico's wil ik lopen? Wil ik dat gevoelige gewas blijven telen in een gebied waar vaak de klappen vallen?' Tegelijkertijd ben ik positief over de toekomst, omdat de Nederlandse landbouw zich altijd heeft weten aan te passen.'


KNMI: 'Het wordt droger en natter tegelijk'

Wat is er al merkbaar van een veranderend klimaat? De droogte zoals van de voorgaande jaren is in de afgelopen eeuwen wel vaker voorgekomen. Sinds het begin van de vorige eeuw zijn er zelfs zes droogtes geweest die extremer waren, aldus het KNMI. Tegelijkertijd verwacht de dienst dat extremen vaker gaan voorkomen. Dat heeft te maken met de stijging van de gemiddelde temperatuur. Opgewarmde lucht kan meer vocht bevatten. Daardoor kan meer neerslag in korte tijd vallen, vooral in het binnenland. De jaarlijkse neerslaghoeveelheden laten een gestaag stijgende lijn zien. Omdat die neerslag minder verspreid over het jaar valt, kunnen tegelijkertijd meer problemen met droogte ontstaan. Nu al komen droogteperiodes in het binnenland vaker voor dan rond 1950. In 2014 maakte het KNMI doorrekeningen naar het jaar 2050, waarbij het vier scenario's onderscheidde: een gematigde temperatuurstijging, een hoge temperatuurstijging, weinig verandering in de aanvoerlijnen van het weer en een sterke verandering in weerpatronen. Dat levert verschillende verwachtingen op. Hebben we op dit moment 11 hittegolven per dertig jaar, in een gematigde scenario worden dat er 18 en in een extreem scenario maar liefst 37. In 2023 komt het KNMI met een update van de scenariostudies.

Weer

  • Zaterdag
    21° / 11°
    20 %
  • Zondag
    21° / 12°
    20 %
  • Maandag
    18° / 11°
    20 %
Meer weer