Proeftuin+onderzoekt+toekomst+van+landbouw
Achtergrond
© Han Reindsen

Proeftuin onderzoekt toekomst van landbouw

Met de huidige landbouw is het mogelijk duurzamer te werken, maar om een beslissende stap te maken, is een systeemverandering nodig. Volgens Chris de Visser en Wijnand Sukkel van het praktijkonderzoek is de agro-ecologische aanpak de slag die de landbouw klaar moet maken voor de toekomst. Een proeftuin biedt ruimte aan deze ontwikkeling.

Lelystad heeft een groot proefbedrijf. Op de 800 hectare grond van dit bedrijf is ruimte om nieuwe teeltsystemen te beproeven. Wageningen University & Research Open Teelten (WUR-OT) richt hier een faciliteit in die volgens onderzoeker Wijnand Sukkel 'een broeinest voor vernieuwing' mag worden.

Onderzoekscoördinator Chris de Visser verwacht dat er op het bedrijf een sterke interactie komt tussen overheden, onderzoekers, bedrijfsleven en maatschappij. 'We gaan bij de ontwikkeling van de landbouw veel meer mensen betrekken dan alleen boeren en de overheid.'

Aantrekkingskracht

Sinds de aftrap van de Proeftuin voor Agroecologie en Technologie in de nazomer van 2018 blijkt de aantrekkingskracht van het project groot te zijn, nationaal en internationaal. Het sterkt De Visser en Sukkel erin om verder te bouwen en te moderniseren aan de proeftuin.

De volle breedte van de landbouwwereld heeft belangstelling voor wat wij doen

Wijnand Sukkel, onderzoeker Wageningen University & Research

Afgelopen jaar bezochten meer dan vijfduizend mensen de locatie. 'Dat zijn niet alleen biologische boeren', zegt Sukkel. 'De volle breedte van de landbouwwereld heeft belangstelling voor wat wij doen.'

Bouwwerkzaamheden

De inzet op de toekomst is volop te zien aan de bouwwerkzaamheden. De schuur is aangepast aan de ontvangst van grotere groepen, er komen meer parkeerplaatsen en op de akkers zijn nieuwe teeltsystemen in ontwikkeling, waaronder strokenteelt en agroforestry (landbouw met eenjarigen tussen meerjarige, houtige gewassen).

De Visser: 'We investeren in dingen die we als belangrijk voor de toekomst beschouwen. De oplossingen moeten wel voor de landbouw bruikbaar zijn en daarom moeten we het hier niet alleen doen.'

Investeringen

Hoe groot alle investeringen samen zullen zijn, is nog niet duidelijk. Het is volgens de onderzoekers een lopend proces, waarin opdrachtgevers uit de Europese Unie, nationaal, provinciaal, publiek-private samenwerkingen en start-ups allemaal meedoen.

Sukkel: 'De proeftuin is een initiatief van de WUR. De nieuwe Boerderij van de Toekomst is onderdeel van de LNV uitvoeringsagenda kringlooplandbouw. In dat concept doen veel meer partijen, waaronder het bedrijfsleven, mee.'

De Visser: 'Allerlei bedrijven zijn bezig met dit vraagstuk. Zelfs grote multinationals in de voedselketen zeggen dat de huidige landbouw een doodlopende weg is.'

Technologie

De proeftuin is sterk verweven met de technologische sprong die de landbouw moet maken. Daarom is volgens De Visser de samenwerking met de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) van groot belang. Maar voor er een situatie ontstaat, waarin robots en lichte machines autonoom in de akker- en tuinbouw werken, moeten eerst tussenstappen worden gemaakt om de overgang mogelijk te maken.

Sukkel zegt dat agroforestry voor de meeste boeren nog een stap te ver is, maar dat andere teeltsystemen, zoals strokenteelt, dichterbij liggen en sneller ingepast kunnen worden in bestaande en rendabele bedrijfssystemen. De Visser zegt dat weerstand in de sector begrijpelijk is. 'Het is dus voor ons de uitdaging mensen mee te krijgen en met oplossingen te komen.'

Lighthouse-functie

De Visser kan zich goed vinden in het model van hoogleraar Farming Systems Ecology Rogier Schulte. Die spreekt van bedrijven met een 'lighthouse-functie'. Die bedrijven hebben een voorbeeldfunctie voor bedrijven in de regio. Ze ontwikkelen oplossingen die passen bij de regionale situatie en inspireren andere, in dit geval agrarische, ondernemingen om de ecologie als uitgangspunt voor hun teelt- en bedrijfssystemen te nemen.

Lelystad zal volgens de onderzoekers een dergelijke functie krijgen voor de akkerbouw in Nederland, maar regionaal is er plaats voor meer bedrijven om die inspirerende rol te spelen.

Oplossingen

Bij die regionale satellieten denkt Sukkel aan boerenbedrijven en de onderzoeksbedrijven van Wageningen in het zuidwesten, noordoosten en zuidoosten van het land. 'Wij kiezen hier ook voor een vrij standaard bouwplan voor de regio. We zoeken immers oplossingen voor de telers en willen hun vrees voor veranderingen wegnemen. Er komen al zo ontzettend veel dingen op de telers af en er komen nog veel meer dingen aan.'

De Visser: 'We hebben het over een maatschappij in beweging en dat houd je als telers niet tegen door de hakken in het zand te zetten of de kop in het zand.'

Mineralen en energie

Bij de proeftuin draait het om meer weerbare systemen door gebruik te maken van ecologie en om circulariteit, waarbij mineralen en energiegebruik en -productie in het concept een plek krijgen. Sukkel: 'We willen volledig op eigen energie kunnen draaien, dus volledig van fossiel af.'

De Visser: 'Bij circulariteit zullen we ook de humane reststromen, een groot lek in de kringloop van onder andere stikstof, fosfaat en sporenelementen meenemen.

Boerderij van de Toekomst met goede boterham voor boer
De ontwikkeling van de Boerderij van de Toekomst in Lelystad is half december openbaar gemaakt. Tijdens de AgriFoodTech in Den Bosch sprak Marjolijn Sonnema van het ministerie van LNV erover. Chris de Visser van WUR-OT in Lelystad zegt dat de grote gemene deler in de landbouw van de toekomst is dat die in harmonie met de omgeving moet. 'Tot nu toe was in de landbouw de kostprijs leidend. Die moest steeds lager en de boer volgde met monoculturen en steeds grotere machines. Dat is ecologisch onhoudbaar.' Volgens onderzoeker Wijnand Sukkel is een teeltplan met voldoende hoogrenderende gewassen voor boeren wel van belang. Wat hem betreft staat de goede boterham voor de boer altijd als voorwaarde bij de landbouw van de toekomst. 'We werken aan ecologische randvoorwaarden bij een aanvaardbare kostprijs en een goed inkomen.'