Jo Ottenheim, CropLife NL: ‘Wij streven naar eerlijke, transparante en gefundeerde kennis over gewasbeschermingsmiddelen’

‘Chemische middelen, biologische middelen of biostimulanten? Nee, ik heb geen voorkeur. Ze zijn me allemaal even lief’, zegt Jo Ottenheim, manager verantwoord gebruik en distributie bij CropLife NL. Maar hij voegt er meteen aan toe: ‘Voorwaarde is wel dat het middel wettelijk is toegelaten, goed onderbouwd en beschreven is waarvoor het dient en – heel belangrijk – er geen vage of valse claims worden gemaakt. Eerlijkheid, transparantie en gefundeerde, wetenschappelijke kennis vormen de basis voor onze organisatie.’

Jo+Ottenheim%2C+CropLife+NL%3A+%E2%80%98Wij+streven+naar+eerlijke%2C+transparante+en+gefundeerde+kennis+over+gewasbeschermingsmiddelen%E2%80%99
Bayer Crop Science
© Bayer Crop Science

Ottenheim geeft hiermee duidelijk aan waar CropLife NL wat hem betreft voor staat: een open houding naar de samenleving en het eerlijke verhaal over gewasbescherming vertellen. Tuinbouw Koerier sprak met hem over zijn rol binnen de organisatie en wat specifieker over zijn rol binnen de werkgroep biologische gewasbeschermingsmiddelen en biostimulanten. 'Er is veel desinformatie en miscommunicatie rondom gewasbescherming en dat geldt zéker ook voor deze categorie middelen. We mogen onze kennis hierover wel wat meer tentoonspreiden.'

Wat is en wat doet CropLife NL?

'CropLife NL behartigt de belangen van bedrijven die chemische en biologische gewasbeschermingsmiddelen en biostimulanten ontwikkelen voor de Nederlandse markt. Op dit moment zijn er elf bedrijven – waaronder Bayer - aangesloten bij CropLife NL. Deze vertegenwoordigen ongeveer 95 procent van de totale markt.’

‘Kort gezegd leveren de aangesloten bedrijven ideeën en oplossingen voor het gezond houden van gewassen in alle land- en tuinbouwsystemen, van biologisch tot geïntegreerd. Belangrijke thema's hierin zijn onder meer het bespreken en stimuleren van innovaties die de gewasbescherming kunnen verduurzamen, het waarborgen van verantwoord en veilig gebruik van middelen en kennis verspreiden via een open communicatie met politici, beleidsmakers, ngo's, wetenschappers en burgers.'

Vijf jaar geleden hebben jullie binnen CropLife NL de werkgroep biologische gewasbeschermingsmiddelen en biostimulanten opgericht. Waarom?

'Onze belangrijkste drijfveren waren om biologische gewasbeschermingsmiddelen en biostimulanten meer op de kaart te zetten en tegelijkertijd uit te dragen dat wij van CropLife niet alleen van de chemie, maar ook van de biologische middelen zijn.’

‘Met name de uitleg wat biologische middelen en biostimulanten zijn en waar ze voor dienen was destijds nog grotendeels onontgonnen terrein. De afgelopen jaren hebben we vooral ingezet op kennis bundelen, zowel binnen Nederland als daarbuiten. Met die kennis proberen we onder meer de Haagse en Brusselse politiek van dienst te zijn, maar ook onderzoekers en maatschappelijk organisaties kunnen hiervoor bij ons terecht.'

Is helemaal duidelijk welke middelen onder de naam biologische middelen mogen vallen?

'In grote lijnen wel, al woedt er in Europa nog wel een principiële discussie wat er precies onder de internationale naam biocontrol mag vallen. Dit geldt bijvoorbeeld voor bepaalde feromonen die met name in Zuid-Europa veel worden toegepast. Sommige daarvan zijn gesynthetiseerd, maar zijn moleculair wel identiek aan het natuurlijke feromoon. Ook zijn er feromonen die niet als laagrisicomiddelen gekwalificeerd kunnen worden. Wat doen we met dit soort gevallen? Belangrijk is om eenduidigheid over de definitie te krijgen. Het zorgt voor meer fair play in de markt en het voorkomt ook claims die uiteindelijk niet waargemaakt kunnen worden.'

Biologische middelen en biostimulanten worden vaak in één zin genoemd: wat is het verschil tussen beide?

'Ten eerste vallen biologische middelen onder de noemer gewasbeschermingsmiddelen en biostimulanten onder de noemer meststoffen. Dat is voor wat betreft de categorisering een duidelijke knip. Maar daarmee is nog niet aangegeven wat het verschil in werking is. Biologische middelen kunnen ziekten, plagen of onkruiden bestrijden of beheersen, maar kunnen ook anderszins een biotische invloed hebben op de plant waarmee het levensprocessen van planten beïnvloedt. Ook dan is er sprake van een gewasbeschermingsmiddel.’

‘Biostimulanten zijn primair gericht op het beïnvloeden van abiotische factoren, zoals droogtestress. Hiermee kun je dus geen ziekten en plagen beheersen of bestrijden. Meststoffen - en dus ook biostimulanten – kunnen wel levensprocessen van planten beïnvloeden. Maar deze zijn uitgezonderd van de definitie als gewasbeschermingsmiddel.’

Biologische middelen worden een steeds belangrijkere tool binnen ICM

Jo Ottenheim, CropLife NL

‘Belangrijk om te zeggen is dat er geen overlap is tussen biologische middelen en biostimulanten. Het zijn echt twee geheel verschillende categorieën, al wordt dit door sommige marktpartijen niet altijd zo gepresenteerd. Vooral bij biostimulanten worden er regelmatig neveneffecten geclaimd met betrekking tot ziekten en plagen. Door dit wat vaag te verpakken en woorden te kiezen zoals 'verhoogde weerbaarheid tegen schimmels' geven ze het middel een extra claim mee. In dat soort gevallen is er wettelijk gezien een officiële toelating nodig. Het traject daarnaartoe is niet alleen kostbaar en tijdrovend, maar het risico bestaat ook dat het toelatingsproces niet leidt tot een toelating en de investering uiteindelijk niets oplevert.’

‘Een gewasbeschermingsmiddel is aan veel eisen en restricties verbonden. Die status moet je beschermen en dat doen wij dan ook. Regelmatig zijn we in contact met bedrijven en instanties om hen te wijzen op onterechte of valse claims. Dat helpt niet alleen om de sector transparant en zuiver te houden, maar ook om boeren en tuinders te behoeden voor teleurstellingen als claims niet worden waargemaakt.'

Hoeveel biologische middelen of producten hebben we op dit moment in Nederland? En hoe zijn deze in te delen?

'Ik heb daar geen volledig zicht op, maar als ik de deskundigen op dit vlak mag geloven zijn het er zo'n 150. Daarbij zitten ook de laagrisicomiddelen en de SKAL-gecertificeerde gewasbeschermingsmiddelen die in de biologische landbouw gebruikt worden gebruikt. Maar, hier is het wederom de vraag of al deze groene middelen straks binnen de benaming biocontrol gaan vallen. De kans is reëel dat de productenlijst dan minder groot wordt.’

Het echte enthousiasme over biologische middelen ontbreekt nog

Jo Ottenheim, CropLife NL

‘Biologische middelen – waarbij het voornamelijk gaat om micro-organismen - zijn in te delen naar soort en werkingsmechanisme. In Europa praat je dan over enkele tientallen organismen en werkingsmechanismen, maar in de Nederlandse land- en tuinbouw gaat het om minder dan tien, waarvan er een stuk of vier, vijf echt belangrijk zijn. Dat zijn vooral de bacillus-stammen, zoals Bacillus thuringiensis en Bacillus amyloliquefaciens, en een aantal schimmels op basis van metharizium en trichoderma. Hoewel dit niet echt mijn expertise is, zie ik wel dat er de afgelopen jaren veel kennis is opgedaan over de werking en toepassingen van deze middelen. Vooral Bayer heeft met het middel Serenade veel kennis ontgonnen waar andere bedrijven ook veel baat bij hebben gehad.'

Dan een blik in de toekomst: welke rol spelen biologische middelen over vijf jaar?

'Om eerlijk te zijn zie ik nog geen positieve driver. Daar bedoel ik mee dat er geen grote beweging is om vooral biologische middelen te gebruiken. De meeste beweging komt voort uit het verdwijnen van chemische middelen, waarvoor dan een biologisch alternatief wordt ingezet. Ook de druk vanuit de retail om minder residu in groenten en fruit terug te vinden, heeft ertoe geleid dat er meer biologische middelen worden toegepast. Maar dat zijn dus geen positieve drivers. Of anders gezegd: het echte enthousiasme over biologische middelen ontbreekt nog.’

‘Op de lange termijn verwacht ik dat de kaarten echter anders komen te liggen. Biologische middelen worden hoe dan ook een steeds belangrijkere tool binnen Integrated Crop Management (ICM). Daar werken we in de land- en tuinbouw links- of rechtsom toch naartoe. Wat de maatschappij, de burgers en de consumenten op dit vlak willen, blijft onvoorspelbaar, al verwacht ik dat deze mee zullen bewegen in deze verduurzamingsslag, mits de kwaliteit en veiligheid van de producten gewaarborgd zijn.'

Tot slot: voelt CropLife druk om niet-chemische middelen toch wat meer naar voren te schuiven?

'Nee, alle middelen – chemisch, biologisch of biostimulant – zijn ons even lief. We geven dus geen voorrang aan de ene of de andere categorie middelen en ook niet aan de ene of de andere producent, zolang die is aangesloten bij CropLife. Waar we wel voorrang aan geven, is het verder optimaliseren van procedures, regelgeving en communicatie rondom gewasbeschermingsmiddelen. Zelf hebben we dat vervat in de vier V's: Verantwoord, Verhelderend, Vernieuwend en Verbindend. Dat is waar CropLife NL voor staat.'

Dit artikel is gecreëerd door onze kennispartner Bayer Crop Science


Bayer Crop Science

Bayer is wereldwijd marktleider in gewasbeschermingsmiddelen en zaden. Door biologie, chemie en digitale tools slim te combineren versnellen we innovatie in de...

Lees verder »

Meer van Bayer Crop Science

Lees ook

Meer artikelen van Bayer Crop Science »

Artikelen over Bayer Crop Science