Limburgse student bouwt aan eigen pindamerk

Timo Bodynek uit Kessel experimenteert al vijf jaar met de teelt van pinda’s. In het eerste jaar oogstte de Limburger één pinda, dit jaar zaaide hij al 1 hectare in. En als het aan de ondernemer ligt, is dat nog maar het begin. De akkerbouwer heeft grootse plannen voor de toekomst.

Afgelopen september oogstte Bodynek 2.000 kilo pinda’s van een perceel van 1 hectare.
© Timo Bodynek

Timo Bodynek (24) is een fervent liefhebber van pindakaas. Toen hij zo’n vijf jaar geleden zijn dagelijkse ochtendboterham smeerde, rees bij de Kesselnaar de vraag waar pinda’s precies vandaan komen. ‘Toen ik mij erin verdiepte, kwam ik erachter dat ze van heel ver weg komen. Pinda’s worden onder meer geteeld in Noord- en Zuid-Amerika, China en Afrika.’

Hij vroeg zich af of het niet mogelijk zou zijn om dit vlinderbloemige gewas in Nederland te telen. ‘Dat is immers een stuk duurzamer; je hoeft het product dan niet de wereld over te slepen. Bovendien leent het Nederlandse klimaat zich door de stijgende temperaturen steeds beter voor de teelt van pinda’s.’

De HAS-student besloot daad bij woord te voegen. ‘Je kunt wel stellen dat ik een ondernemend type ben’, lacht hij. ‘Daarbij kreeg ik de liefde voor de agrarische sector met de paplepel ingegoten. Onze familie runt namelijk een bedrijf dat zich richt op de opkweek van prei- en aspergeplanten. Daar spring ik regelmatig bij. Mede daarom koos ik voor de opleiding Bedrijfskunde en Agribusiness aan HAS green academy in Venlo.’

Het meeste leer je door in de praktijk te experimenteren; het is echt pionieren. Vooral de onkruidbestrijding vormt nog een uitdaging

Timo Bodynek, pindateler

Bodynek bestelde in eerste instantie wat pindazaadjes via een webshop voor moestuinders. Het werd geen doorslaand succes. Sterker nog: hij kon uiteindelijk slechts één pinda oogsten. ‘Maar dat was voldoende; ik had bewijs dat het mogelijk was.’ Het jaar daarna pakte de ondernemer het grootser aan: hij bestelde online 500 pindazaadjes. Deze werden ingezaaid op ruggen, in de veronderstelling dat dit de groei zou bevorderen.

‘Ik dacht dat de planten op die manier wellicht meer warmte zouden krijgen; de pindaplant is namelijk een warmteminnend gewas’, vertelt de jonge ondernemer. ‘Maar de ruggenteelt bleek geen succes. Pinda’s ontwikkelen zich onder de grond, aan uitlopers die vanuit de bloemen de bodem in groeien. Doordat de planten op verhoogde ruggen stonden, moesten de uitlopers een grotere afstand overbruggen om de bodem te bereiken. Dat kostte productie.’

Ierse veredelaar

Wederom liet Bodynek zich niet uit het veld slaan. Via het familiebedrijf kwam hij in contact met een Ierse veredelaar. Deze had veertig verschillende pindarassen in zijn portefeuille. ‘Samen hebben we in de afgelopen jaren gekeken welke rassen het beste gedijen in het Nederlandse klimaat en op de zandgronden in Noord-Limburg. Inmiddels hebben we de selectie teruggebracht naar vijf rassen.’

Naast de samenwerking met de veredelaar moest de ondernemer de teelt zelf onder de knie zien te krijgen. ‘Ik heb online naar informatie gezocht, maar ben ook bij pindaboeren in Texas geweest. Het meeste leer je echter door in de praktijk te experimenteren. Het is echt pionieren. Vooral de onkruidbestrijding vormt nog een uitdaging.’

Omdat de pindateelt in West-Europa zo kleinschalig is, zijn er geen gewasbeschermingsmiddelen voor toegelaten. Dat betekent onder meer dat je het onkruid mechanisch moet verwijderen. Ook is het belangrijk dat het gewas, dat in mei wordt gezaaid, voldoende tijd krijgt om te groeien. Daarvoor zijn minimaal 130 groeidagen nodig.

Ondanks alle tegenvallers ziet Timo Bodynek nog volop potentie in de pindateelt op Limburgse bodem.
Ondanks alle tegenvallers ziet Timo Bodynek nog volop potentie in de pindateelt op Limburgse bodem. © Timo Bodynek

In september haalde de Kesselnaar voor het eerst een serieuze productie binnen: hij oogstte 2.000 kilo pinda’s van een perceel van 1 hectare. De benodigde grond huurde hij van het familiebedrijf. Bodynek: ‘Met een schudlichter hebben we de planten uit de grond gehaald, waarna we ze handmatig moesten omdraaien om de pinda’s te laten drogen. Dit is nodig om schimmelvorming te voorkomen.’

Net voordat de ondernemers ze gingen dorsen en naar binnen wilden halen, viel er echter een bui. ‘Hierdoor ging 750 kilo aan pinda’s verloren en hielden we netto 1250 kilo over. Heel zuur’, aldus Bodynek. Maar al doende leer je: vanaf volgend jaar worden de pinda’s daarom binnen gedroogd. ‘Je wordt letterlijk door schade en schande wijs’, stelt de jonge Limburgse ondernemer relativerend vast.

Rendabel in de toekomst

Ondanks alle tegenvallers ziet Bodynek nog volop potentie in de pindateelt op Limburgse bodem. ‘Ik heb er nog geen euro mee verdiend, maar ben ervan overtuigd dat de teelt in de toekomst wel rendabel te krijgen is. Zeker als we de pinda’s binnen drogen. Ik ben niet iemand die de handdoek snel in de ring gooit; het moet gewoon lukken.’

Lees ook: Student pioniert met pindateelt op ouderlijk bedrijf

Bodynek studeert volgend jaar af aan de HAS en wil zich dan volledig gaan richten op de pindateelt. En op de verwerking en afzet van het product. De Kesselnaar heeft een duidelijke ambitie op dit vlak. ‘Ik verwerk mijn pinda’s tot pindakaas en wil ze daarnaast in de markt zetten als snackproduct. Dit doe ik onder de merknaam ‘Going Nuts’. In de toekomst wil ik mijn eigen verwerkingsruimte realiseren.’

De akkerbouwer denkt dat de teelt op termijn ook kansen kan bieden voor andere telers. ‘Een pindaplant is een vlinderbloemige en bindt een deel van zijn eigen stikstof, mits het zaad met het juiste rhizobium is geënt. Daarmee kan het een interessant gewas zijn in een bouwplan. Wanneer meerdere telers hiermee aan de slag gaan, kan ik wellicht de verwerking op me nemen. Een netwerk van Going Nuts-telers, dat is de stip op de horizon.’

Focus op consument in eigen land
Timo Bodynek is niet de enige Kesselnaar die pinda’s verbouwt. Ook dorpsgenoot Jules Bruynen richt zich op de teelt van dit tropische gewas. Zitten ze elkaar daarmee niet in de weg? ‘Absoluut niet’, zegt Bodynek. ‘We richten ons namelijk op een andere afzetmarkt. Nu lever ik mijn pindakaas en snackpinda’s nog vooral aan bekenden, maar op termijn wil ik deze landelijk afzetten.’
De ondernemer geeft toe dat hij qua prijs niet kan concurreren met reguliere pindakaasmerken en pinda’s uit andere landen. ‘Door verdere mechanisatie hoop ik de kostprijs omlaag te brengen, maar ik zal nooit zo goedkoop kunnen produceren als telers in overzeese gebieden. Ik richt me met mijn producten daarom vooral op consumenten die waarde hechten aan een goede smaak. En die bewust kiezen voor een duurzaam, eerlijk product van Nederlandse bodem.
Mensen die straks mijn pindakaas kopen in de supermarkt, moeten via een QR-code kunnen zien van welke teler en welk perceel de gebruikte pinda’s afkomstig zijn. Zo breng je voedsel heel dichtbij en maak je het persoonlijk. Dat is toch supermooi?’

Bekijk meer over:

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    12° / 7°
    5 %
  • Zondag
    12° / 7°
    20 %
  • Maandag
    13° / 8°
    40 %
Meer weer