Stikstof vasthouden na de slateelt: niet maximaal, maar optimaal telen

Een optimale slateelt draait niet om zoveel mogelijk kilo’s produceren, maar om een gezond en kwalitatief product met zo min mogelijk onnodige verliezen. Dit vraagt inzicht in de beschikbare stikstof, goed watermanagement en aandacht voor wat na de oogst in de bodem achterblijft.

In de kantine bij Eldorado Agro en buiten op het veld werd met veel energie en oplossingsgericht gediscussieerd.
© LLTB

Ruim dertig vertegenwoordigers uit de slasector kwamen op 17 september bijeen bij Eldorado Agro van John Jenniskens in Horst. De bijeenkomst vond plaats in het kader van ‘Slim telen, sterk resultaat’, een project binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). ‘Een optimale teelt is niet hetzelfde als een maximale productie’, geeft Ronnie de Hoon van Structura aan. ‘Het gaat om een kwalitatief goed product telen, met een evenwichtige inzet van grondstoffen.’

Hoe belangrijk watermanagement daarin is, weet LLTB-projectleider Guido Schriever als geen ander. Binnen het project WaterWinst van Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) is dit jaar een demoperceel aangelegd op Breehei met één rustgewas, twee rondes sla en spinazie en één ronde prei. ‘We testen kunstmest in combinatie met biostimulanten om te kijken of we de hormoonbalans van de plant kunnen beïnvloeden voor een meer worteldominante groei.’

De teelt van ijsbergsla kent ieder jaar heel eigen uitdagingen, zo bleek ook tijdens het veldbezoek. Slaluis en rupsen vragen aandacht, maar ook water en bemesting zijn bepalend voor een geslaagde teelt. 2026 was een extreem droog jaar, waardoor er veel moest worden beregend. Wind maakte een gelijkmatige beregening lastig. ‘Er ontstonden op verschillende percelen gele strepen in het gewas’, vertelt John Jenniskens van Eldorado Agro. Volgens hem speelden verschillen in beregening mogelijk een rol. ‘Door wind kon plaatselijk overlap ontstaan.’

Lees ook: Praktijk moet wennen aan resistente rassen ijsbergsla

Die overlap kan gevolgen hebben voor de stikstofbeschikbaarheid. Voorafgaand aan de tweede teelt werd een stikstofmineraalmonster (Nmin) genomen. Op basis van de resultaten bleek extra bemesting niet nodig en deze werd dan ook niet uitgevoerd. Toch ontstonden er verschillen in het gewas. Een mogelijke verklaring hiervoor is de combinatie van beregening, de mobiliteit van nitraat en het ondiepe wortelstelsel van sla.

‘Extra water kan nitraat naar diepere bodemlagen verplaatsen, waardoor plaatselijk een tekort kan ontstaan. Dit terwijl een gemiddelde Nmin-meting voldoende stikstof laat zien. Dat hadden we niet verwacht’, geeft Jenniskens aan.

In de discussie zat veel energie en er werd vooral naar oplossingen gekeken.
In de discussie zat veel energie en er werd vooral naar oplossingen gekeken. © LLTB

Een Nmin-meting geeft inzicht in de direct beschikbare minerale stikstof en helpt om de bemesting af te stemmen op de behoefte van het gewas. Niet opgenomen stikstof kan bij veel neerslag of bij beregening echter naar de diepere bodemlagen worden verplaatst. ‘Binnen het project wordt daarom gekeken naar het vasthouden van stikstof na de teelt’, licht Ingrid Commandeur van Vertify toe.

Op pilotbedrijf Lucassen zijn verschillende objecten aangelegd rondom de tweede teelt van ijsbergsla. Een van de objecten richt zich op het onderwerken van stro. Daarmee kan tijdelijk stikstof uit de minerale bodemvoorraad worden vastgelegd. Een tweede object onderzoekt een nitrificatieremmer na de oogst. Die moet de omzetting van ammonium naar nitraat tijdelijk vertragen. Omdat nitraat mobieler is in de bodem, kan dit mogelijk helpen om stikstof langer vast te houden.

Op het perceel van Eldorado Agro werd tijdens het veldbezoek duidelijk wat de uitdagingen zijn.
Op het perceel van Eldorado Agro werd tijdens het veldbezoek duidelijk wat de uitdagingen zijn. © LLTB

Metingen moeten uitwijzen of deze maatregelen leiden tot verschillen in het resterende stikstofresidu. De eerste resultaten laten zien dat bij geen van de onderzochte objecten aanleiding was om bij te bemesten. Twintig dagen na het planten van het gewas lag de beschikbare hoeveelheid stikstof in de laag van 0 tot 30 centimeter bij zowel de objecten met als zonder drijfmest rond de 225 kilo nitraat per hectare. Ook bij vervolgmetingen was extra bemesting niet nodig.

Geen duidelijke productieverschillen

Bij de oogst werden tussen de verschillende bemestingsstrategieën geen duidelijke productieverschillen vastgesteld. Hetzelfde gold voor het wel of niet toepassen van drijfmest als basisbemesting. De resultaten gelden voor de omstandigheden van 2026. De laatste metingen moeten inzicht geven in de resterende stikstof na de tweede teelt. Tussen 15 oktober en 1 december wordt bemonsterd op Nmin in de laag van 0 tot 90 centimeter.

Drijfmest, stro en nitrificatieremmer worden vergeleken. De vraag is of ze meer stikstof in de bodem kunnen behouden. ‘Voor de slateelt betekent dat uiteindelijk hetzelfde uitgangspunt waarmee de bijeenkomst begon: niet maximaal telen, maar optimaal telen’, besluit De Hoon.

LLTB-projectleider Guido Schriever licht het project WaterWinst toe.
LLTB-projectleider Guido Schriever licht het project WaterWinst toe. © LLTB


Lees ook

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    20° / 17°
    75 %
  • Vrijdag
    20° / 11°
    5 %
  • Zaterdag
    20° / 10°
    5 %
Meer weer