Aanpak+virus+in+pootgoedteelt+vraagt+om+systeemaanpak
Kennispartners Certis Europe

Aanpak virus in pootgoedteelt vraagt om systeemaanpak

Pootgoedtelers lijken de grip op virus volledig kwijt te raken. Declasseringspercentages van meer dan 30 procent zijn de laatste jaren meer regel dan uitzondering. Technisch adviseur Fokke Smit van Certis en gewasbeschermingsspecialist Jan-Willem Scherpenisse van Van Iperen pleiten voor een allesomvattend aanvalsplan om het tij te keren. 'Schoon pootgoed en tijdig starten met Olie-H zijn een must', aldus Scherpenisse.

De cijfers van keuringsdienst NAK spreken boekdelen: ruim een derde van het pootgoedvolume is de afgelopen jaren in klasse verlaagd door virusinfecties, waarmee het een groter probleem is dan bacterieziek. 'Pootgoedtelers zijn zich daarvan bewust', stelt Fokke Smit vast.

'In gesprekken zeggen ze dat ze er alles aan doen, maar desondanks niet van het virusprobleem afkomen. Na doorvragen blijkt vaak dat hun aanpak op bepaalde punten is te verbeteren', zegt Smit.

'Preventie verdient nog meer nadruk. Zelfs goedgekeurd uitgangsmateriaal is niet altijd vrij van Y-virus. Een schoon perceel en schoon pootgoed zijn de eerste vereisten in de strijd tegen virus, daarna volgen de teeltmaatregelen.'

Selecteer consequent. Begin op tijd en verwijder alle infectiebronnen zo secuur mogelijk.

Fokke Smit, technisch adviseur van Certis

Schoon perceel, zuinig met stikstof

Start de teelt vrij van aardappelopslag en onkruid. Onkruiden kunnen ook waardplant zijn. Ruim dit voor het poten goed op, anders hebben de luizen in de eerste voorjaarsvlucht al gelijk een aantrekkelijke landingsplaats.

Wees bij de basisbemesting matig met stikstof. Overmaat geeft een sterke groei-impuls en relatief veel jong, groen blad, wat luizen erg aantrekkelijk vinden.

Een andere maatregel die de luizendruk kan verlagen is het zaaien van een barrièregewas naast het pootgoedperceel. Tarwe is hiervoor zeer geschikt, omdat het langdurig groen en aantrekkelijk blijft voor luizen. Last but not least wijzen experts op de mogelijkheid om virusgevoelige pootgoedrassen af te wisselen met virusresistente rassen.


Vroeg starten met Olie-H

Een veelgestelde vraag is wanneer er precies met spuiten moet worden begonnen. 'Mijn boodschap is: start op tijd met Olie-H, wanneer 20 tot 25 procent van de planten is opgekomen. Zeker niet later. Waarom? Omdat er dan voor de eerste rondvliegende luizen al aantrekkelijke planten op de rug staan, die ze met virus kunnen infecteren. Wanneer je die niet aanpakt, heb je de eerste infectiebronnen al in je gewas zitten', stelt Jan-Willem Scherpenisse.

'Vergis je ook niet in de groeisnelheid', vervolgt hij. 'Staat die 20 tot 25 procent boven, dan kan het binnen een paar dagen al meer dan 50 procent zijn.'

'Degelijke preventie vraagt om een korte interval van 3 dagen tussen de eerste en tweede bespuitingen met Olie-H', vult Smit aan. 'Afgelopen jaar waren voor de opkomst van de aardappelen al luizen aanwezig. De vroege waarschuwingen in suikerbieten zijn hier een duidelijk bewijs van.'

'Daarnaast lenen moderne veldspuiten zich voor precieze bespuitingen. Dat is vooral efficiënt in de periode van opkomst. In de praktijk zijn hier al goede ervaringen mee opgedaan.'


Voorkomen luizenpopulatie

'Naast Olie-H, voor het voorkomen van virusoverdracht, zul je regelmatig een insecticide zoals Gazelle moeten gebruiken om populatieopbouw de kop in te drukken', aldus Smit. 'Wanneer je overstapt naar een ander middel, kies er dan een uit een andere chemische groep.'

'Een maatregel die geen pootgoedteler mag vergeten, is consequent selecteren. Begin op tijd en verwijder alle infectiebronnen zo secuur mogelijk. Wie deze systeemaanpak nauwgezet volgt, moet zijn pootgoedteelt nagenoeg virusvrij kunnen houden.'


Dit artikel is gecreëerd door onze kennispartner Certis Europe

Certis Europe is specialist in de ontwikkeling, registratie, marketing en verkoop van biologische en chemische gewasbeschermingsmiddelen voor de land- en...

Lees verder »


Meer artikelen van Certis Europe »