Rudolf+Feitsma+geeft+jongveeopfok+boost
Reportage
© Langs De Melkweg

Rudolf Feitsma geeft jongveeopfok boost

Rudolf Feitsma haalt de laatste jaren een gemiddelde afkalfleeftijd van 23,5 maand bij zijn vaarzen. Geen doel op zich, de vaarzen presteren goed. Dus is de veehouder er blij mee.

Feitsma melkt in het Groningse Oldehove circa 130 koeien en houdt daarnaast 85 stuks jongvee aan. 'Door groei is het aandeel jongvee aan de hoge kant. Dat kan wel terug naar minder dan 80 stuks. Ook als we doorgroeien naar 140 melkkoeien. Met enig uitval kom je dan gemiddeld uit rond de 25 procent vervanging per jaar. Streven naar 15 procent is volgens mij overdreven en niet realistisch.'

De melkveehouder huisvest zijn jongste kalveren in iglo's, waarna ze verhuizen naar de oude schuur. Vanaf acht maanden gaan ze naar de oude ligboxenstal die uit 1975 stamt, maar tussentijds wel deels gerenoveerd is. Volgend jaar wordt daarin een apart, afgegrendeld, deel gerealiseerd. 'Die stal wordt dan iets groter. Dit deel voor de jongste kalveren wordt mechanisch geventileerd.'

Hij hoopt dat die investering leidt tot nog betere resultaten bij het jongvee, hoewel die nu ook al naar wens zijn. Zeven jaar terug, toen de nieuwe stal werd opgeleverd, was dat nog anders. 'De vaarzen vielen te vaak tegen en er was te veel uitval', vertelt Feitsma.

Kruislingen

'Tot 1983 hield mijn vader Blaarkoppen. Toen gingen we over op Holsteins, wat de eerste tien jaar goed uitpakte. Daarna stagneerde de vooruitgang. Eind jaren negentig namen de problemen toe, met name qua vruchtbaarheid. Ik besloot in 2010 om alle vee met Brown Swiss en Scandinavisch Roodbont te insemineren. Nu melken we kruislingen, die weerbaarder blijken. Als jong kalf én als koeien.' Inmiddels zijn de Scandinavische Roodbonten deels verwisseld voor Montbéliarde door te veel klauwproblemen.

Tot 2010 lag de afkalfleeftijd van de vaarzen (ALVA) op 25,5 maand. Nu is dat minder dan 24 maanden en is de uitval bovendien nihil. Dat ligt volgens Feitsma zeker niet alleen aan het inkruisen. 'We hebben vlot daarna activiteitenmeters aangeschaft. Het blijkt dat jezelf toch nog te vaak een dier mist. Het blijkt een goede investering, want we haalden de ALVA er zeker een maand mee naar beneden.'

Naast de activiteitenmeting kwam er beter licht in de jongveestal. 'Het is echt opvallend hoeveel actiever de dieren daarvan worden.' Ook zorgde Feitsma voor meer opslag van goede kwaliteit biest in een koeling, zodat dat nooit een beperkende factor is.

Bewust uitgroeien

De jonge kalveren krijgen, na drie dagen biest, smulmix en hooi gevoerd. Na het spenen krijgen ze 1,5 kilo per kalf per dag van een geconcentreerde kalverbrok. Op een leeftijd van acht maanden gaan ze van de brok af en is het louter eerste snede kuil wat ze krijgen, die Feitsma bewust iets laat uitgroeien.

Dat rantsoen houdt aan tot de pinken vijf maanden in dracht zijn. Dan worden de dieren in een aparte groep gehuisvest en krijgen ze een schraler rantsoen voorgeschoteld. 'Het bleek dat de kruislingen sneller vervetten. Daarom loont deze aanpak erg goed', licht de melkveehouder toe.

'De problemen met afkalven zijn echt gedaald en over de productie ben ik tevreden. De 26 vaarzen die ik nu melk, produceren gemiddeld 8.740 kilo met 4,34 vet en 3,51 eiwit met een lactatiewaarde van 101. Uiteindelijk richt jongveeopfok zich op het verkrijgen van presterende vaarzen. Met deze cijfers en een ALVA onder de 24 maanden ben ik dan ook tevreden.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    30° / 13°
    10 %
  • Donderdag
    32° / 19°
    40 %
  • Vrijdag
    28° / 19°
    70 %
Meer weer