Blauwtongonderzoek moet deuren openen

Hoge koorts, zwellingen, kreupelheid, een verminderde melkproductie, vruchtbaarheidsproblemen en sterfte. Sinds het blauwtongvirus in 2023 na vijftien jaar opnieuw de kop opstak in Nederland, is de impact op zowel de schapenhouderij als de rundveehouderij groot.

Koorts, zwellingen en kreupelheid zijn een aantal symptomen van blauwtong.
© Rianne den Balvert

De beschikbare vaccins, die in de loop der jaren zijn ontwikkeld, gaan de strijd aan met de verschillende varianten van het blauwtongvirus. Hoewel zij een belangrijke rol spelen bij het verminderen van klinische symptomen en sterfte, voorkomen ze een infectie niet volledig. Een vierjarig onderzoek moet antwoorden geven op de vragen die nu nog spelen.

Want het virus laat niet alleen op financieel vlak diepe sporen na. Ook emotioneel gezien is de impact op beide sectoren groot. De aangescherpte wet- en regelgeving helpt daar niet bij. Zo mag sperma bijvoorbeeld een langere tijd niet worden gebruikt en wordt export bemoeilijkt door het verliezen van de vrije status.

Virusoverdracht beperken

De Nederlandse Schapen- en Geitenfokkers Organisatie (NSFO) en samenwerkende partijen hebben daarom de handen ineengeslagen. Zij willen met het onderzoek meer inzicht krijgen in effectieve vaccinatiestrategieën en de rol van vaccinaties bij het beperken van de virusoverdracht door knutten. ‘Ook weten we op dit moment nog niet voldoende over de efficiëntie van virusoverdracht en hoelang geïnfecteerde dieren een risico vormen om het virus over te brengen op onbesmette knutten’, zegt Reinard Everts, dierenarts en directeur van de NSFO.

‘Met dit onderzoek willen we beter begrijpen hoe de hoeveelheid virus in een geïnfecteerd dier samenhangt met de overdracht naar knutten’, gaat Everts verder. De NSFO noemt die kennis essentieel voor de ontwikkeling van een volgende generatie vaccins. Daarnaast kan het ook helpen om de verspreiding van blauwtong verder terug te dringen. Daarbij staat vooral de vraag centraal vanaf welke virusbelasting een dier besmettelijk wordt voor vectoren. ‘We staan nu nog aan de start van het project’, vertelt Everts. ‘In de komende jaren willen we de effectiviteit van de vaccins beter in beeld brengen en antwoorden krijgen op een aantal belangrijke vragen die nu nog spelen.’

Ziekte en sterfte voorkomen

‘Want in hoeverre kunnen de beschikbare vaccins ziekte en sterfte voorkomen? Hoelang draagt een besmet dier virusdeeltjes over op niet-besmette knutten? En hoelang kan een besmet dier virusdeeltjes via sperma en bloed overdragen aan een ander dier? Hoelang mag je een dier eigenlijk als besmet beschouwen?’ somt Everts op.

‘Op dit moment mag het sperma van ki-stieren helemaal geen virusdeeltjes bevatten. Dat sperma wordt weggegooid’, legt Everts uit. ‘We willen weten hoeveel virusdeeltjes in biologisch materiaal mogen zitten en wat nodig is om het virus daadwerkelijk over te dragen.’

Door de alsmaar nauwkeurig wordende testmethodieken kan de wetenschap steeds meer kleinere hoeveelheden van een virus aantonen. ‘Maar zijn die hoeveelheden ook allemaal relevant’, vraagt Everts zich af. ‘Als we dat beter in beeld kunnen brengen, kan de wet- en regelgeving mogelijk worden aangepast. Daarmee wordt de economische impact op zowel de schapen- als rundveesector lager.’

PCR-testen

Onderzoeker Barry Rockx, die gespecialiseerd is in virologie, infectieziekten en de overdracht van infectieziekten door vectoren, onderstreept dit. Hij is namens Wageningen Bioveterinary Research betrokken bij dit onderzoek. ‘Met PCR-testen kunnen we het genetisch materiaal van een virus aantonen, maar zo’n test laat niet zien of ook echt infectieus virus aanwezig is’, gaat Rockx verder. ‘Geïnfecteerde dieren kunnen nog weken of maanden nadat zij besmet waren een positieve PCR-uitslag geven. Het genetisch materiaal van zo’n virus blijft lang in het bloed, maar dat wil dus niet zeggen dat het dier ook nog steeds infectieus is.’

Een PCR-test laat het virus zien, maar niet of het ook daadwerkelijk infectieus is

Barry Rockx, onderzoeker Wageningen Bioveterinary Research

Misschien wordt door de nauwkeurige PCR-testen op dat moment alleen nog ‘maar’ restmateriaal gemeten, redeneert Rockx. ‘Als dat het geval is en een dier niet meer infectieus blijkt te zijn, kunnen stieren mogelijk weer sneller ingezet worden voor de ki-service.’ Ook moet het onderzoek bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe vaccins. ‘In de afgelopen jaren hebben we te maken gehad met verschillende serotypen van het blauwtongvirus’, vertelt Everts.

Volg alle berichtgeving over blauwtong op onze themapagina

De immuniteit door eerdere infecties en vaccinaties heeft de weerstand verbeterd, blijkt uit onderzoek. ‘Maar introductie van een nieuw blauwtongvirusserotype kan deze weerstand omzeilen. Het virus circuleert nog steeds rond in Europa en is nog niet zijn kracht verloren. We kunnen er opnieuw mee te maken krijgen’, waarschuwt Everts.

NSFO kartrekker van grootschalig onderzoek
De Nederlandse Schapen- en Geitenfokkers Organisatie (NSFO) is de kartrekker van het vierjarig onderzoeksproject naar het blauwtongvirus. De brancheorganisatie heeft daarvoor de handen ineengeslagen met Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad, Laboratorios Syva, CRV, K.I. Samen, K.I. Kampen, K.I. De Toekomst en de Ketenorganisatie Schapenhouderij Nederland. Zij werken binnen een publiek-private samenwerking aan het onderzoek. Het project wordt financieel gesteund door het Topconsortium Agri&Food. De partijen staan nu nog aan de start van het onderzoek. ‘We hopen eind dit jaar echt concreet van start te gaan’, aldus Reinard Everts, dierenarts en directeur van de NSFO.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Dinsdag
    13° / 4°
    10 %
  • Woensdag
    14° / 8°
    80 %
  • Donderdag
    14° / 8°
    80 %
Meer weer