Jubilerende bietentelers op Noord-Beveland rijden elkaar niet in de wielen
Loonbedrijf Van der Heijde sloot in 1973 de eerste contracten af met samenwerkende bietentelers voor het rooiwerk op Noord-Beveland. De contracten worden doorlopend verlengd. Onlangs vierden alle betrokkenen een verlaat vijftigjarig jubileum. Hoe verloopt de samenwerking nu?
In de kantine van loonbedrijf Van der Heijde in Kamperland halen drie samenwerkende ondernemers aan de hand van oude foto's herinneringen op over het ontstaan van de lokale, informele bietenrooiclub. In het plat Zeeuws stoeien ze wat met elkaar over de jaartallen, want wat de beginjaren betreft, moeten ze het hebben van de overlevering van generatie op generatie. 'Toen waren wij nog kleine jochies', zo klinkt het.
Op 'de achterkant van een sigarendoos' werd begin jaren zeventig de eerste aanzet gegeven tot een bietenrooiclub. 1973 was uiteindelijk het eerste jaar dat loonbedrijf Van der Heijde bieten rooide voor samenwerkende bietentelers op 'peeland', verwijzend naar de Zeeuwse naam voor suikerbieten (pee). Noord-Beveland staat al jarenlang bekend als bieteneiland, vanwege de vruchtbare zeeklei die anderhalve eeuw geleden erg geschikt bleek voor suikerbieten.
Akkerbouwer en voorzitter van de bietenrooiclub Ronald van der Maas uit Kats is naar eigen zeggen een man van de historie. Hij vertelt over de aanleiding van de oprichting: 'Tot ongeveer 1950 werden bieten gerooid met de hand, op de wagen geladen en naar de losplaats gebracht. De teelt is gemechaniseerd in de jaren vijftig. In dit gebied gingen telers voor eigen kop – of een enkeling samen met de buurman – oogsten, vaak met eenrijige rooiers van Stoll of Vicon of een tweefasensysteem.'
Het risico is te groot om het rooiwerk voor zes jaar vast te leggen; ik durf het niet meer aan
Volgens Van der Maas gingen de werkzaamheden op die manier door tot begin jaren zeventig. 'Omdat de tonnenopbrengst van bieten toenam, de oogstomstandigheden soms zwaar waren en het steeds lastiger werd om aan voldoende personeel te komen, zochten akkerbouwers naar een snellere en efficiëntere oogstmethode.'
Een aandachtspunt was ook dat kippers destijds een capaciteit hadden van amper 4?ton. Telers hadden al snel meerdere kippers en dus ook meerdere arbeidskrachten nodig om de bieten af te voeren. Vanuit dat oogpunt gingen naburige akkerbouwers met elkaar in gesprek over een mogelijke samenwerking bij het transport, om elkaar door de drukke oogstperiode heen te helpen.
Gezamenlijk areaal: 108 hectare
Van der Maas pakt een oude archiefmap erbij. Daarin staat dat de betreffende akkerbouwers uitkwamen op een gezamenlijk te rooien areaal van 108 hectare. Ook is berekend of het economisch uit kon om samen te investeren in een moderne, zesrijige rooimachine. 'Dat bedrag hebben ze tegen de plaatselijke loonwerker aangehouden. Daarop is loonbedrijf Van der Heijde ingehaakt, die het rooiwerk klaarblijkelijk voor een vergelijkbaar bedrag kon uitvoeren', blikt de voorzitter van de bietenrooiclub terug.
Wim van der Heijde staat nu al jarenlang aan het roer van het loonbedrijf. Hij stelt vast dat, 53 jaar nadat zijn vader de samenwerking voor het eerst aanging, de opzet in de basis onveranderd is. 'Het transport regelen de akkerbouwers van de bietenrooiclub onderling en ik hoor wel waar we ons met de rooimachine moeten melden', zegt hij droog.
Van der Maas vertelt dat oorspronkelijk van iedere aangesloten teler tijdens de hele campagne het aantal transporturen werd bijgehouden. Daarbij werd geprobeerd dat gelijk uit te laten komen, om met een gesloten beurs transport te regelen. 'Zo kon het zijn dat mijn opa zelf zijn aardappelen aan het rooien was, maar collega's binnen de club het transport van zijn bietenoogst verzorgden.'
Enkele telers hadden maar één trekker en kipper, terwijl er minstens twee nodig waren om bieten te rooien. In plaats van extra kosten te maken voor het bijhuren, konden zij bij andere combinanten helpen transporteren. Een werkverdeler hield de uren bij. Deze werden in de wintervergadering besproken en eventueel verrekend. 'Tot zeker de eeuwwisseling is dat een passend systeem geweest', schat de Zeeuw.
Vanaf toen zijn de bedrijven meer met elkaar buiten de club gaan samenwerken en is het belang van het gezamenlijk transport geleidelijk aan minder geworden. Komt daarmee de nut en noodzaak van de bietenrooiclub ook op zijn einde? Dat willen de ondernemers absoluut niet horen. Ze geven wel toe dat ze de laatste jaren zijn vervallen in een gezelligheidsclub.
Geen aanleiding voor verandering
'Wij hebben een fijne relatie met de loonwerker; het bedrijf heeft een goede rooimachine en er is geen directe aanleiding om het anders te gaan doen', geeft akkerbouwer Marco de Bruijne uit Kats aan. 'We hebben er altijd alles aan gedaan om elkaar te helpen tijdens de oogst en ik geloof niet dat er ooit onmin is geweest.'
Het bedrijf van De Bruijne is vanaf het eerste uur betrokken bij de bietenrooiclub. Het oorspronkelijke concept is vanwege de schaalvergroting minder interessant geworden, al zijn er nog wel steeds akkerbouwers die samen een of meerdere kippers delen.
Volgens Van der Heijde heeft de ontwikkeling in de mechanisatie een belangrijke rol gespeeld in de samenwerking met de bietentelers. Stap voor stap legt de loonwerker uit hoe het machinepark in de loop van de jaren is vernieuwd. Tot aan halverwege de jaren tachtig rooide hij met een zesrijer van het Franse merk Matrot. De rooier legde de bieten op zwad en een lader pikte ze direct of kort daarna op en draaide ze in de kipper.
In 1985 investeerde de loonwerker in een zelfrijdende lader met een bunker, voor meer capaciteit en meer tractie op de wielen. Vanaf 1992 oogst hij met zelfrijdende rooiers. Dit gebeurde in één fase, waarbij de bieten in één werkgang worden ontbladerd, gekopt en uit de grond gelicht, zoals dat vandaag de dag bijna overal gaat.
Sinds 2007 werkt Van der Heijde met een negenrijer voor nog meer capaciteit. Daarbij wordt opnieuw de schaalvergroting aangehaald: minder arbeidskrachten, grotere kippers en een groter areaal per bedrijf. 'Bij Ronald werkten vroeger zeven medewerkers, bij ons vijf. Nu doen we allebei het werk zo'n beetje alleen', haalt De Bruijne als voorbeeld aan. 'Daarbij zijn de bietenopbrengsten veel hoger geworden.'
Het archief bevestigt de verandering in opbrengst, maar ook in waarde van geld. 'Ik zie bijvoorbeeld in de afrekening van mijn opa dat de netto-bietenopbrengst 45 ton per hectare was in 1978', licht Van der Maas toe. 'Dat was toen een normale opbrengst. Tegenwoordig is het dubbele gangbaar. In 1978 brachten de bieten 104 gulden per ton op, ofwel 47 euro. Voor 1 hectare beurde hij dus zo'n 4.700 gulden, ofwel ruim 2.100 euro.'
De oogst van 2025 geeft een gemiddelde financiële opbrengst van 3.500 euro per hectare. Dat lijkt op het eerste oog een forse verbetering, maar volgens de ondernemer zijn de kosten flink toegenomen en is geld veel minder waard.
Nieuwe kipper stuk duurder
Dat laatste legt hij uit met een simpele rekensom: 'In de jaren zeventig kostte een kipper zo'n 13.000 gulden. Met de opbrengst van 3 hectare kon je dus al een nieuwe kopen. Nu kost een nieuwe kipper 80.000 euro. Als je alleen kijkt naar de bietenteelt, betekent dit dat je bijna 23 hectare van dit gewas nodig hebt om een kipper te bekostigen.'
In de vorige eeuw was de bietenteelt dan ook een hoger salderend gewas dan nu, bevestigt Van der Maas. Volgens Van der Heijde is dat een van de redenen dat het areaal op Noord-Beveland nu wel 30 procent kleiner dan in de jaren zeventig. Ook de laatste jaren hebben veel akkerbouwers maar weinig overgehouden aan de bietenteelt. 'Het is niet meer te voorspellen welke kant het opgaat, kijkende naar wat er momenteel allemaal gebeurt in de wereld.'
Voor de loonwerker was die onvoorspelbare situatie twee jaar geleden reden om geen zesjarige contracten meer af te sluiten met de bietenrooiclub, wat vanaf het begin gebruikelijk was. 'Ik durf het niet meer aan. Het risico is te groot om het rooiwerk voor zes jaar vast te leggen. We werken nu met eenjarige contracten en daar zijn we het snel over eens geworden.' Op de vraag over wat hij van de komende tien jaar verwacht, heeft hij een duidelijk antwoord: 'Daar kan ik niets over zeggen.'
Bedrijfsgegevens
Wim van der Heijde heeft een loonwerkbedrijf in het Zeeuwse Kamperland. Op het eiland Noord-Beveland werkt hij ruim een halve eeuw samen met een lokale bietenrooiclub. Hierbij zijn anno 2026 zes praktiserende akkerbouwers aangesloten. Buiten de club om oogst de loonwerker ook bieten en cichorei voor andere telers in de omgeving. Verder wordt regulier seizoenswerk verricht, zoals spuiten. Het bedrijf telt twee werknemers.Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

JOHN DEERE X350R ZITMAAIER 42" (BIE) #692147
Gebruikt, € 7.054
-

New Holland frontgewichten
Gebruikt, P.O.A.
-

Deutz Fahr KM5.26 achtermaaier
Gebruikt, P.O.A.
-

John Deere Z515E ZEROTURN 48" (BIE) #692156
Gebruikt, € 7.361
Vacatures
Proefveldmedewerker gewasonderzoek
Wageningen University & Research - Wageningen
(Senior) Consultant Transitie Landelijk gebied
Deloitte Nederland - Amsterdam
Administratief medewerker Akker,- Land of Tuinbouw
Wageningen University & Research - Wageningen
Voorzitter vakgroep Geitenhouderij
LTO Nederland - NL
Weer
-
Vrijdag10° / 1°30 %
-
Zaterdag14° / 7°15 %
-
Zondag12° / 5°20 %















